In tegenstelling tot ontwikkelingen van specialisatie en grootschalige mono-culturele voedselproductie waarbij de consument ver van de herkomst van het voedsel lijkt te staan, drijft de stadsboerderij voedselproductieketen op de spits door haar te concentreren in één gebouw. De consument maakt onderdeel uit van deze keten waarbij het voedsel in alle stadia in geur en kleur kan worden ervaren. Hoe organiseer je dit in het gebouw? en hoe verhoudt het gebouw zich tot het landschap dat dat het voedsel levert en tot de stad waarvoor het voedsel wordt geproduceerd?
Begeleiders: Cor Kalfsbeek/Clemens Bernardt