1. De groene massa op de locatie wordt als monument beschouwd en behandeld.
2. Het gebouw komt , waar nodig, op een subtiele manier uit het groen, als een opening in het groene monument.
3. Het bouwen tussen bomen was fundamenteel voor de uitkomst van het ontwerp.
Anamorfose
De Freaylemaborg en de parkachtige tuinen eromheen vormen een historisch ensemble dat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. De nieuwe expositieruimte moet een aanvulling zijn op het ensemble. Gezien de ontstaansgeschiedenis van deze verzameling gebouwen zou je denken dat er zonder problemen een toevoeging kan plaatsvinden. Niets is minder waar; van het nieuwste gebouw, het kunstdepot, was de binnenkant programmatisch gewenst, maar de buitenkant (architectonisch) juist niet.
Binnen deze opdracht is het maken van een gebouw dat zo min mogelijk gezien moet worden een uitgangspunt geweest. Waar mijn ontwerp zich op richt is het gebruik maken van de bestaande entiteiten binnen het totaal van de borg en de tuinen. Het bos wordt benaderd als een monument. Het nieuwe paviljoen wordt opgevat als een interieur binnen deze groene massa. Dit komt op een subtiele manier tot uiting aan de buitenzijde van “het monument”.
De basis voor dit ontwerp is het onderscheid tussen kijken en zien.
Bij dit ontwerp is de hoek van waaruit men het gebouw bekijkt bepalend voor wat men ziet, net zoals bij een anamorfose. Er is een gevel ontworpen die overdag daglicht doorlaat, 's nachts kunstlicht en een afbeelding toont in beide situaties. Afhankelijk van de hoek van kijken kijkt men of door de gevel heen of ziet men juist een afbeelding. Het verrassingseffect hiervan roept een gevoel van verborgen schoonheid op.