Fraeylemaborg B. de Kleine


1.  Een impressie van het paviljoen

2. Het intensiveren van bestaande kwaliteiten

3. Principedoorsnede

Kunst-erf
cultuur als utilitair middel

regionaal
In slochteren zal de Fraeylemaborg een plek worden waar uiteenlopende vormen van cultuur in een klein gebied samenkomen, met als hoogtepunt een nieuw paviljoen: het kunst-erf. Juist de clustering van deze verschillende belevenissen zal er voor zorgen dat ‘de nieuwe Fraeylemaborg’ zich onderscheidt van andere culturele instellingen in de regio. In de omliggende dorpen en steden zijn deze instellingen verspreid aanwezig, in Groningen met de grootste dichtheid. De nieuwe Fraeylemaborg zal een reeks van intense cultuurbelevingen op een heldere manier met elkaar verbinden, gebruikmakend van de bestaande ruimtelijke structuur van het landgoed.

dorp
Het huidige landgoed, inclusief het Overbos en de tussengelegen gebieden, ligt haaks op het huidige dorpslint. Het terrein heeft als ruimtelijke drager de 2,6 kilometer lange zichtas en krijgt als overkoepelende thema's cultuur en de opeenvolging van verschillende ervaringen als je de as bewandelt. Het nieuwe paviljoen ligt naast de zwaaikom van het Slochterdiep, tegenover het gebied dat is aangewezen als toekomstig dorpscentrum. Het kunst-erf omvat een museum, een (amfi)theater, een café, een evenemententerrein, een ijsbaan, een beeldentuin en een uitkijktoren. Niet alleen zal het kunst-erf veel mensen trekken, het zal ook het dorpscentrum betrekken in de reeks van geboden ervaringen.

Fraeylemaborg
Op het hele terrein van de Fraeylemaborg (2,6 x 0,2 km) zijn verschillende ‘werelden’ aanwezig, verbonden door de zichtas. Mijn visie is erop gericht om iedere wereld zoveel mogelijk zijn eigen zeggingskracht te geven. Gebieden worden geïntensiveerd of geherinterpreteerd, met als doel een reeks te maken van sterke (culturele) ervaringen, gebaseerd op de latent aanwezige eigenschappen van de huidige situatie. Het borgterrein wordt geheel conform de visie op de borg ingericht zoals die was in 1940. Het door een boer geconfisqueerde en verwaarloosde gebied aan het einde van het Overbos wordt een kolonie waar 20 kunstenaars zelf een plek mogen kiezen om hun nederzetting te bouwen. De parktuin wordt opnieuw ingericht als barokke landschapstuin. Het kunst-erf zal de eerste zijn van deze ontwikkelingen; het erf wordt een duidelijk gedefinieerd gebied met harde grenzen die de andere, reeds aanwezige ervaringen op de zichtas als vergelijkbare sensaties voelbaar maakt.

het paviljoen
Het paviljoen is gesitueerd op de plek van een grote boerderij in het Overbos. Deze heeft zijn oorspronkelijke functie verloren; het leveren van producten aan de Fraeylemaborg om deze zelfvoorzienend te laten functioneren. Door de boerderij en het erf om te vormen tot een museum en een multifunctioneel kunstlandschap krijgt het gebouw zijn historische, utilitaire betekenis terug; het kunst-erf gaat inkomsten verwerven voor de Fraeylemaborg zodat deze zelfstandig kan bestaan. Daarnaast vormen het paviljoen en het bijbehorende versteende neutrale landschap een sterke autonome identiteit die de reeks belevingen versterkt en als culturele gebouwtypologie zijn gelijke niet kent in de regio. Naast functies zoals omschreven in het programma van eisen van de opdrachtgever zal het gebouw ook andere cultuuruitingen mogelijk maken; van een openluchtconcert van Frans Bauer tot een modeshow van Victor en Rolf, van een keramiektentoonstelling tot kunstschaatswedstrijden, van Shakespeare tot het beklimmen van het uitkijkpunt dat uitzicht biedt over de zichtas. Het kunst-erf gedraagt zich als een blanco landschap dat alles wat zich erop bevindt tot kunst verheft, tot de monumentale bomen aan toe, zodat zelfs het landschap tentoongesteld lijkt te worden.