Fraeylemaborg G. de Vries



1. Plattegrond van de tentoonstellingsruimte op de eerste verdieping.

2. Doorsnede over de U-vorm.

3. Impressie van de zijgevel.

Hide and light
aanwezig door afwezigheid

De waardering voor het bestaande heeft ervoor gezorgd dat het paviljoen dat bij de Fraeylemaborg moet verrijzen in- en aangepast is aan het omringende landschap. Door stapeling van het programma past het gebouw precies in de bestaande open plek in het nabijgelegen stukje bos. Het hierdoor ontstane verlies aan openbare ruimte wordt op het dak van het gebouw gecompenseerd. Hierdoor stelt het gebouw zich nog bescheidener op en zal het vanaf het voorterrein weinig zichtbaar zijn.

Een loopbrug vanaf en haaks op de as van het borgterrein vormt één van de twee entrees. Deze entree is net zo aanwezig en theatraal als die van het borgcomplex.

Het gebouw krijgt op twee andere plekken een ‘gezicht’. Ten eerste door aan de zijde van het dorp het restaurant op de tweede verdieping te leggen, waardoor deze vanaf de hoofdweg enigszins zichtbaar wordt.  Aan de zijde van de secundaire ingang en de toeristische route vormt het uitzichtpunt over het zuidelijk landschap het andere gezicht en de enige plek in het gebouw waar 'binnen en buiten' ongefilterd contact met elkaar kunnen hebben.

Ondanks het afwijkende en geconditioneerde museumlandschap zet het gevoel van het bos en de Engelse tuin zich binnen subtiel door in die ene grote tentoonstellingsruimte op de eerste verdieping. Aan de basis hiervan ligt de ontwikkeling van het veenlandschap, die richting en vorm geeft aan het gebouw. De U-vormen in de wanden vormen aparte kamers waarin door materiaalgebruik en diepe nissen daglicht gefilterd de ruimte binnen kan komen. In deze kamers kunnen bepaalde (kunst)objecten speciaal tentoongesteld worden. Dit belichtingsprincipe wordt in de vloeren doorgezet, door middel van bovenlichten en een doorschijnend plafond. Samen met vaste objecten als trappen en vides onstaan er binnen deze ene ruimte diverse plekken met hun eigen sfeer, terwijl de eenheid en rust van een tentoonstellingsruimte wel bewaard wordt.

De routing nodigt uit tot dwalen door het gebouw. Met twee uitgangen in het bos kan men dit dwalen zelfstandig voortzetten op het borgterrein. Hierdoor sluit het gebouw nog meer aan op het omringende landschap, vergelijkbaar met een Chinese tuin tegenover de borg als hortus conclusus.