Fraeylemaborg I. van der Meer


1:  Plattegrond

2: De ontsluiting is gelijk aan die van de andere bijgebouwen

3: Perspectief


Het infuus

Naast de Fraeylemaborg ligt een leeg stuk land met geringe historische waarde dat echter wel onderdeel uitmaakt van het borgterrein. In dit veld, dat sterk met de rest van het park contrasteert, is veel mogelijk. Als een soort infuus krijgen de functies, die niet of moeilijk in het bestaande kunnen worden ingepast, hier een plek.

Op dit veld komt het nieuwe paviljoen. Het paviljoen is een bijgebouw van de borg en is op dezelfde manier als alle andere bijgebouwen te bereiken, namelijk door een zijpad van de centrale zichtas. Dat dit paviljoen het belangrijkste bijgebouw is wordt duidelijk door het feit dat het een eigen tuin heeft, namelijk het veld. Het veld leent zich uitermate goed voor een beeldentuin.

Om de borg direct een relatie aan te laten gaan met de “nieuwe wereld” is het paviljoen pal naast de borg geplaatst. Het paviljoen "kijkt", over het vroegere omkeerpunt van de schepen heen, naar de borg. Omdat het paviljoen zich oriënteert op de borg zijn de route, die begint bij de aftakking van de centrale as, en het paviljoen als één geheel opgevat.

Om de koppeling te maken tussen park en veld en om het mogelijk te maken de expositie in het veld van dichterbij te kunnen ervaren, zijn er doorsteken gemaakt. Deze zijn vormgegeven als losse rechte elementen die niet bij het park en niet bij het veld horen, maar puur en alleen als koppeling dienen. De plaatsing van deze elementen komt voort uit de plaats van de dwarsassen in de tijd dat het nog een Franse tuin was.