1. Opleiding

De Academie van Bouwkunst Groningen is een Masteropleiding Hoger Beroepsonderwijs tot architect. De Academie volgt op de bacheloropleidingen waarvan het programma specifiek op architectuur gericht is.  
Het diploma geeft recht op inschrijving als architect in het Architectenregister: de student kan zich direct na het behalen van het getuigschrift laten inschrijven en daarmee de beschermde titel architect voeren.
De eindtermen van de opleiding zijn bepaald door de Europese richtlijnen, wat betekent dat de afgestudeerde student zijn vak in de gehele Europese Gemeenschap mag uitoefenen. De student wordt gestimuleerd om zijn visie vanuit diverse ontwerpopvattingen en –culturen te ontwikkelen.

De Academie van Bouwkunst onderscheidt zich van andere opleidingen door de eigen en specifieke vorm van onderwijs. Kenmerkend is de centrale plaats die de ontwerpateliers in het curriculum innemen. Daarnaast kent de Academie van Bouwkunst een sterke verwevenheid met de praktijk, omdat studenten de studie combineren met het werken bij een architectenbureau. De studie aan de Academie van Bouwkunst duurt vier jaar.

 

Opleiding architectuur

 

Stimulerend studieklimaat

 

Opleidingskwalificaties/eindtermen

 

Omschrijving Masterniveau

 

Beroepsperspectief

 

Opleiding architectuur
Centraal in het onderwijs staat het architectonisch ontwerpen. Een groot deel van de kennis waarover de architect moet beschikken is reeds in de voorafgaande (initiële) opleiding verkregen; de student is bekend met constructies en bouwtechniek, heeft inzicht in de functionele en programmatische eisen, kennis van de compositorische kenmerken en van de architectuurgeschiedenis en haar culturele context. Tijdens de studie aan de Academie van Bouwkunst leert de student die kennis in te zetten in de complexe activiteit van het ontwerpen.

Het architectonisch ontwerp is een synthese, het is geen optelsom van alle eisen waaraan het moet voldoen. Een goed ontwerp is meer en kan juist daardoor verrassend en betekenisvol worden. De opleiding daagt de student uit zijn eigen opvattingen te articuleren. Ze doet dat met name door aandacht te geven aan belangrijke beeldende en culturele ontwikkelingen.

Wil het onderwijs aan de Academie zich ook in de toekomst op nationaal en internationaal niveau met andere opleidingen kunnen meten, dan moet het vakmanschap bewezen kunnen worden. Alle aspecten waarop een architectonisch product wordt beoordeeld krijgen daarom de aandacht: constructieve helderheid, functionele doelmatigheid, formele consistentie, economische realiseerbaarheid enz. Het onderwijs heeft als opgave om de al aanwezige kennis uit te breiden en te verdiepen, maar vooral om die kennis toe te passen in het architectonisch ontwerp waarin al die aspecten worden geïntegreerd.

 

Stimulerend studieklimaat
De persoonlijke ontwikkeling van de student staat voorop. Studenten hebben een grote mate van vrijheid en eigen verantwoordelijkheid om hun richting in het vak te bepalen. De ontwikkeling van een eigen architectuuropvatting is de rode draad die door het onderwijs loopt. De Academie legt uiteraard geen opvatting op, maar is pluriform en erkent de pluriformiteit van de vakbeoefening. De botsing tussen de verschillende opvattingen en ontwerpmethodieken is essentieel voor het studieklimaat van de Academie. Studenten worden betrokken bij de evaluatie van het onderwijs en ook bij de planning van het nieuwe onderwijs.
Een essentieel aspect van de studie aan een Academie van Bouwkunst is het directe contact tussen docent en student. De belangrijkste voorwaarde voor deze individuele benadering is de kleinschaligheid, een wezenlijk kenmerk van alle Academies van Bouwkunst.

 

Opleidingskwalificaties/eindtermen
Het onderwijsprogramma is erop gericht dat de student aan het einde van de studie overzicht heeft gekregen over de verschillende aspecten van de architectuurdiscipline.
Het verwerven van kennis, vaardigheden, inzicht en visie is gericht op een zelfstandige beroepsuitoefening in de architectuurpraktijk en op het formuleren en demonstreren van een gefundeerde eigen opvatting, als resultaat van een breed inzicht in en kennis van alle aspecten van het vak. De student moet als resultaat van deze brede ruimtelijke, culturele, sociale en technische oriëntatie in staat zijn een architectonisch concept te formuleren, vervolgens in staat zijn dit architectonisch om te zetten in termen van ruimte, materiaal en techniek en in staat zijn dat in woord en beeld te presenteren.

Een architect afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst in Groningen heeft:

  • het vermogen tot architectonische vormgeving die zowel voldoet aan esthetische als aan technische en functionele eisen;
  • een passende kennis van de geschiedenis van de architectuur, aanverwante kunstvormen en menswetenschappen, evenals van de maatschappelijke en culturele stromingen voor zover die van invloed zijn op het vakgebied van de architectonische vormgeving;
  • kennis van de beeldende kunsten voor zover die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de architectonische vormgeving;
  • relevante kennis van stedenbouw, planologie en daarbij gebruikte technieken;
  • inzicht in de relatie tussen mensen en architectonische constructies en tussen architectonische constructies en hun omgeving, alsmede in de noodzaak om architectonische constructies en de ruimten daartussen af te stemmen op menselijke behoeften en maatstaven;
  • inzicht in het architectenberoep en de rol van de architect in de maatschappij, in het bijzonder bij het maken van projecten waarin rekening wordt gehouden met sociale factoren;
  • vaardigheid en inzicht in de methoden van onderzoek en voorbereiding van een project;
  • inzicht in de problemen op het gebied van het constructief ontwerp, de constructie en de civiele bouwkunde in verband met het ontwerpen van gebouwen;
  • passende kennis van de natuurkundige en technologische vraagstukken, alsmede van de functie van een bouwwerk met het oog op het verschaffen van comfort en bescherming tegen weersomstandigheden;
  • technische bekwaamheid als ontwerper, ten einde binnen de door begrotingsfactoren en bouwvoorschriften gestelde grenzen te kunnen voldoen aan de eisen van de gebruikers van het betrokken gebouw;
  • passende kennis van de industrieën, organisaties en procedures die een rol spelen bij het omzetten van ontwerpen in bouwwerken en het inpassen van plannen in de planologie;
  • vaardigheid in beeld, geschrift en woord om een ontwerp en plan inzichtelijk te maken voor anderen;
  • passende kennis van en inzicht in procedures en processen van besluitvorming.
    Deze eindtermen komen overeen met de begintermen van het architectenregister, zoals bepaald in de wet op de architectentitel.

 

Omschrijving Masterniveau
Verder dienen studenten aan het einde van hun studie te beschikken over de hieronder te noemen kwalificaties, de zgn. Dublin descriptoren, zoals deze zijn genoemd in het ‘accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs’ van het NAO.

  • Kennis en inzicht: Heeft aantoonbare kennis en inzicht, gebaseerd op de kennis en het inzicht die normaal gesproken verondersteld worden op het niveau van Bachelor en die deze overtreffen en/of  versterken, alsmede een basis of mogelijkheid beiden om een originele bijdrage te leveren aan  het ontwikkelen en/of toepassen van ideeën, vaak in onderzoeksverband.
  • Toepassen kennis en inzicht: Is in staat om kennis en inzicht en probleemoplossende vermogens toe te passen in nieuwe of onbekende omstandigheden binnen bredere (of multidisciplinaire) verbanden die gerelateerd zijn aan het vakgebeid: is in staat om kennis te integreren en met complexe materie om te gaan.
  • Oordeelsvorming: Is in staat om oordelen te formuleren op grond van onvolledige of beperkte informatie, maar met medeweging van sociaal-maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden verbonden aan het toepassen van de kennis en oordelen
  • Communicatie: Is in staat om conclusies, alsmede de kennis en beweegredenen die hieraan te grondslag liggen, duidelijk en ondubbelzinnig over te brengen op een publiek van specialisten en niet-specialisten
  • Leervaardigheden: Bezit de leervaardigheden die hem of haar in staat stellen een vervolgstudie aan te gaan met een grotendeels zelfgestuurd of autonoom karakter.

 

Beroepsperspectief  
Door de grote praktijkervaring en de diepgaande scholing op technisch en vormgevend gebied hebben afgestudeerde Academiestudenten een gunstig beroepsperspectief. Zij zijn direct inzetbaar, want zij werken immers al. Hun positie is versterkt, niet alleen doordat ze nu een titel dragen, maar vooral omdat ze inhoudelijk zijn gegroeid en veel te bieden hebben. Afgestudeerden kunnen direct worden ingeschreven in het Architectenregister en worden ook binnen de Europese Gemeenschap erkend als architect.
Ook studenten die voor zichzelf willen beginnen hebben een uitstekende uitgangspositie. Zij hebben namelijk niet alleen leren ontwerpen en construeren, maar ook het gehele proces van ontwerpen en bouwen leren kennen: een zeer complexe aangelegenheid, waarbij vele instanties en partijen betrokken zijn. Academiestudenten hebben leren omgaan met bureaumedewerkers, aannemers, bouwvakkers, toeleveranciers, technische adviseurs, ambtenaren van gemeentelijke diensten, opdrachtgevers en gebruikers. Zij hebben uitgebreid kennis gemaakt met de juridische, sociale, economische en organisatorische grondslagen van het vak. Zij hebben leren samenwerken, onderhandelen en ook - als het moet - op hun strepen te staan. Zij weten wat het betekent om de kwaliteit van een project te bevechten en overeind te houden. Zij hebben niet alleen in theorie maar ook in praktijk geleerd wat het betekent om ontwerper te zijn.