3.5 Beoordelingen binnenschools curriculum
3.5 Beoordelingen binnenschools curriculum

 

3.5.1 Portfolio
Een portfolio is een map waarin een student zijn ontwerpen, oefeningen en onderzoeken verzamelt. De inhoud van een portfoliomap geeft op adequate wijze een indruk van de aard en kwaliteit van het werk van een student.
De portfolio is enerzijds bedoeld als een middel om begeleiders en beoordelaars een indruk te geven van de ontwikkeling en ontwikkelingsstand van een student en van het inzicht, de kennis en de vaardigheden die de student gedurende een studieperiode heeft verworven. Als zodanig is de portfolio een goed instrument in de beoordeling van een student bij zowel de evaluaties van de studieonderdelen als bij de jaarafsluitende tentamens. Tegelijk vormt de portfolio ook voor de student zelf een instrument om meer greep te krijgen op het eigen studieproces.

De student houdt in eerste instantie een werkportfolio bij. Deze werkportfolio dient zo te zijn opgebouwd dat het voor de docenten, maar ook voor een buitenstaander, mogelijk is snel een indruk te krijgen van de actuele stand van het project waaraan de student op dat moment werkt. Dat wil zeggen de probleemstelling, de wijze van onderzoeken, de ontwerpaanpak en de tot dan toe bereikte uitkomsten van het ontwerpproject moeten duidelijk afleesbaar zijn.
Het samenstellen van de eindportfolio vereist een inventarisatie van, selectie uit en rangschikking – kortom een eindredactie – van de verschillende werkstukken die de student tijdens een atelier of workshop heeft geproduceerd, waardoor een indringende presentatie ontstaat. De werkportfolio wordt tijdens het atelier geproduceerd, achteraf vindt slechts een eindredactie van de werkportfolio plaats om zodoende een eindportfolio te verkrijgen. Het ligt voor de hand dat het materiaal voor de eindportfolio ook gebruikt wordt voor het  gezamenlijke atelierboek.

 

Kenmerken van een portfolio zijn:

  • ontwerpprojecten worden op een geordende manier weergegeven, zoals bijvoorbeeld definiëring van het ontwerpprobleem, wijze van onderzoeken en ontwerpoplossing;
  • de omvang van elk ontwerp is beperkt, circa 2 à 3 vellen A3;
  • elk ontwerp wordt bondig toegelicht, vermeld wordt, naast de eigen naam, studieperiode, en docenten: opgave, eigen probleemdefiniëring, onderzoek en conceptontwikkeling en een toelichting op de materialisering hiervan in het ontwerp;
  • adequate informatie over het project wordt gegeven via plattegronden, aanzichten en doorsneden, dit in relatie met:
  • presentatietekeningen die het ontwerp illustreren of inzicht geven in de eigen probleemstelling. Dit kunnen zijn: collages, ontwerpschetsen, perspectieftekeningen, foto’s van bijvoorbeeld maquettes etc.

3.5.2 Beoordeling Ateliers
In de programmaomschrijving van de diverse ateliers wordt de beoordelingsprocedure per atelier nader gespecificeerd. In het algemeen geldt dat wanneer het totaalcijfer van een atelier een 6 of meer bedraagt, het atelier voldoende is afgerond.
Bij de beoordeling van een atelier is de hoofdopgave doorslaggevend. Een onvoldoende beoordeelde hoofdopgave leidt automatisch tot een onvoldoende beoordeeld atelier en levert dus geen studiepunten op.
De hoofdopgave wordt beoordeeld door de begeleiders samen met een externe beoordelaar. De kwaliteit van het geleverde werk wordt uitgedrukt in een cijfer (1 t/m 10). De geschreven motivatie van de beoordeling heeft vooral betekenis voor de student zelf.
De andere programmaonderdelen van een atelier worden beoordeeld in relatie tot de hoofdopgave. Dit betekent echter niet dat een hoog gewaardeerde hoofdopgave automatisch een onvoldoende bij andere onderdelen compenseert.

Een atelier dient binnen de daarvoor gestelde tijd afgerond te worden. Uitstel wordt in principe niet en slechts bij hoge uitzondering verleend.  Een verzoek daartoe wordt slechts in behandeling genomen indien de student dit schriftelijk aan de coördinator van de studiefase kenbaar maakt met een duidelijke opgave van redenen. De aanvraag dient twee weken voor de datum van de eindafronding bij de betreffende studiefasecoördinator aanwezig te zijn. Beroep tegen een beoordeling kan schriftelijk aangetekend worden bij de directeur.

 

3.5.3 Beoordeling Colleges
De beoordeling gebeurt door de docent. De mate van aanwezigheid (minimaal 80 of 90%, afhankelijk van de duur van een college) maakt deel uit van de beoordeling. Het vereiste niveau van kennis en/of vaardigheid wordt, evenals de wijze van beoordeling, aan het begin van het college vastgesteld. Zoveel als mogelijk worden de beoordelingen uitgedrukt in cijfers (1 t/m 10).
Beroep tegen een beoordeling kan schriftelijk aangetekend worden bij de directeur.

 

3.5.4 Beoordeling Laboratoria
De beoordeling gebeurt door de docent. De mate van aanwezigheid (minimaal 90%) maakt deel uit van de beoordeling. Het vereiste niveau van kennis en/of vaardigheid wordt, evenals de wijze van beoordeling, aan het begin van het laboratorium vastgesteld. Zoveel als mogelijk worden de beoordelingen uitgedrukt in cijfers (1 t/m 10).
Beroep tegen een beoordeling kan schriftelijk aangetekend worden bij de directeur.

 

3.5.5 Beoordeling workshops
Zowel aan het begin van het studiejaar als in het Januariprogramma worden workshops aangeboden die deel uitmaken van het reguliere onderwijsprogramma.
Wanneer het totaalcijfer van een workshop een 6 of meer bedraagt, is de workshop voldoende afgerond. De wijze waarop een workshop wordt beoordeeld is afhankelijk van de opgave, de duur en de werkwijze, deze kunnen per workshop sterk uiteenlopen. In de programma-omschrijving van de diverse workshops wordt de beoordelingsprocedure nader gespecificeerd en ruim van te voren bekend gemaakt.
De workshop wordt beoordeeld door de begeleiders samen met een externe beoordelaar. De kwaliteit van het geleverde werk wordt uitgedrukt in een cijfer (1 t/m 10).
Een workshop dient binnen de daarvoor gestelde tijd afgerond te worden. Een aanvraag voor uitstel wordt slechts in behandeling genomen, indien de student dit schriftelijk aan de studieleiding kenbaar maakt met een duidelijke opgave van redenen. Overigens wordt slechts bij hoge uitzondering uitstel verleend.
Beroep tegen een beoordeling kan schriftelijk aangetekend worden bij de directeur.

 

3.5.6 Beoordeling vrije studiepunten (extra-curriculair)
Ook voor de zogenaamde extra-curriculaire onderwijsactiviteiten kunnen studiepunten worden behaald (2 studiepunten in de eerste periode, 2x2 studiepunten in de tweede periode).Het kan gaan om het volgen van colleges, het volgen van workshops die geen deel uitmaken van het reguliere programma of het bijwonen van meerdere voor de studie relevante gastlezingen (bijvoorbeeld van de Vereniging ter Bevordering der Bouwkunst). Ook het  lidmaatschap van de AV/OC-vergadering en de organisatie van de buitenlandse excursie komt voor de honorering in aanmerking.
Voor de wijze waarop de extra-curriculaire ruimte wordt ingevuld (inhoud en zwaarte) moet vooraf toestemming worden verkregen van de betreffende studiefase coördinator. Hiervoor licht de student op een A4 toe om wat voor activiteit het gaat en wat de onderwijskundige betekenis ervan is.
Het secretariaat administreert deelname van studenten aan extra-curriculaire activiteiten middels een deelnameformulier. De student dient zelf de ondernomen activiteiten en de desbetreffende data in te vullen op dit formulier, dat op het studiesecretariaat verkrijgbaar is. Voor fiattering van de activiteit(en) en het daarmee te behalen aantal studiepunten, dient de docent of het staflid, die voor de extra-curriculaire activiteit verantwoordelijk is, het formulier te ondertekenen.
Voor met het afstuderen kan worden begonnen dienen voor de categorie extra-curriculair minimaal vier studiepunten behaald te zijn.

 

3.5.7 Deelname aan workshops elders en prijsvragen
Om de betrokkenheid van studenten bij het enorme aanbod van workshops en prijsvragen van architectuuropleidingen in Nederland en daarbuiten te stimuleren bestaat de mogelijkheid om deelname aan een dergelijke activiteit te waarderen als een reguliere studieactiviteit.
Voorwaarden zijn:

  1. deelname vooraf melden aan de coördinator van de studiefase;
  2. overeenstemming met de coördinator van de studiefase over de wijze waarop deze activiteit gewaardeerd wordt in relatie tot de onderwijsonderdelen van de Academie (atelier, workshop, extra-curriculair);
  3. een positieve beoordeling dor de begeleidende docenten van de activiteit ter plekke, voor zover het een workshop betreft;
  4. na afloop maakt de student met de coördinator van de studiefase afspraken over de presentatie (eventueel aanvullend werk) en eindbeoordeling.

 

3.5.8 Vrijstellingen
Vrijstelling van delen van de studie kan verleend worden als aantoonbaar is dat in leersituaties, voorafgaand aan of parallel met het Academieonderwijs, studies met tenminste de inhoud, de omvang, de kwaliteit en het niveau van het studieonderdeel waarvoor vrijstelling wordt gevraagd, voldoende zijn afgerond.
Vrijstelling betreft altijd individuele studenten. Er is dan ook geen algemene inhoudelijke regeling; slechts de procedure is geregeld:

  • een aanvraag voor vrijstelling wordt gedaan bij de coördinator van de desbetreffende studiefase;
  • deze vraagt advies aan de betrokken vakdocent(en);
  • de coördinator beslist en geeft van de beslissing schriftelijk kennis aan de betrokken student;
  • de beslissing wordt door de coördinator gemeld aan de overige leden van de staf en aan het secretariaat; de vrijstelling wordt door het secretariaat genoteerd.

 

3.5.9 Onderwijs aan andere instellingen
De ontwikkeling van het Hoger Onderwijs maakt samenwerking en uitwisseling van onderwijs binnen en tussen instellingen wenselijk.
De uitwisseling van studieonderdelen gebeurt op initiatief van de student, die bijvoorbeeld een deel van het curriculum van een andere opleiding binnen de Hanzehogeschool, een andere Academie van Bouwkunst, een Technische Universiteit of een deel van een buitenlandse opleiding wil volgen.
In overleg met de coördinator van de desbetreffende studiefase wordt per geval de inwisselbaarheid met het curriculum van de Academie van Bouwkunst Groningen vastgesteld en doorgegeven aan het secretariaat.

 

3.5.10 Afstudeerjaar
Na drie volledig afgeronde onderwijsjaren kan het afstudeerjaar starten. Er wordt pas toestemming gegeven om met het afstuderen te beginnen, als er in totaal minimaal 180 studiepunten zijn behaald (90 studiepunten voor onderwijsactiviteiten en 90 studiepunten voor de beroepspraktijk).
Voor het afstudeerproject worden 24 studiepunten toegekend. Tijdens het afstuderen dienen, voorafgaand aan de groen-lichtschouw, buiten het afstudeerproject nog minimaal 6 studiepunten te worden behaald.
Alvorens (na afronding van het afstudeerproject) het diploma kan worden uitgereikt, moeten er zowel voor de onderwijsactiviteiten binnen de Academie als voor de beroepspraktijk 120 studiepunten zijn behaald.