3.6 Beoordeling Buitenschools Curriculum
3.6. Beoordeling buitenschools curriculum (beroepspraktijk)


De student verschaft inzicht in zijn/haar praktijksituatie door middel van het invullen van een praktijkformulier en van zijn/haar ontwikkeling door het samenstellen van een praktijkportfolio en het schrijven van een praktijkverslag. Formulier, portfolio en verslag worden beoordeeld door de praktijkcoördinator, die op basis daarvan vaststelt of de studiepunten voor het praktijkdeel kunnen worden toegekend.  Deze beoordeling vindt plaats aan het einde van elk studiejaar.

 

3.6.1 Praktijkformulier
Op dit formulier moeten de gegevens worden verstrekt over:

  • de werksituatie;
  • taakomvang;
  • functie;
  • taken; (gespecificeerd)
  • werkzaamheden;
  • aantal gewerkte uren
  • soort projecten;
  • soort plannen;
  • mate van zelfstandigheid;
  • mate van begeleiding.

Het formulier dient elk studiejaar te worden ingevuld en voor de op het formulier aangegeven datum via het studiesecretariaat te worden ingeleverd bij de coördinator beroepspraktijk.
Bij elke verandering van werkgever dient eveneens een formulier ingevuld en ondertekend ingeleverd te worden. Het formulier dient door de student en de werkgever te zijn ondertekend. Bij het niet inleveren van het praktijkformulier vervalt het recht op studiepunten voor het betreffende studiejaar. De kwantitatieve toetsing wordt verricht door de coördinator beroepspraktijk.

 

3.6.2 Praktijkportfolio
Gedurende het studiejaar houdt iedere student een praktijkportfolio bij. Deze is primair bedoeld om studenten in staat te stellen inzicht te verwerven in hun eigen functioneren en ontwikkeling. Het stelt hen in staat het eigen functioneren voortdurend te toetsen en te koppelen aan  de gewenste ontwikkeling en de eisen van de opleiding.
Het praktijkportfolio kent dus in de eerste plaats een reflectief gebruik (door de student). Het is ontwikkelingsgericht en daarin onderscheidt het zich van een dossierportfolio, dat vooral een toetsend en controlerend karakter heeft. Niettemin biedt het praktijkportfolio de praktijkcoördinator de mogelijkheid om de ontwikkeling van de student  tussentijds  te meten. Uiteindelijk is het ook een toetsingsinstrument omdat de student door middel van zijn portfolio laat zien dat hij aan de gestelde eisen heeft voldaan.

Het portfolio moet gezien worden als een verzameling van materialen en documenten die  het bewijs leveren voor de doorgemaakte ontwikkeling en de verworven kennis, vaardigheden en inzichten (‘bewijzen van kunnen’). Het portfolio kent geen vaste vorm maar kan, afhankelijk van de student en zijn leerdoelen,  velerlei vormen en varianten aannemen.
In ieder geval bevat het praktijkportfolio een verslag met een profiel van de werkplek, een beschrijving van de eigen werkzaamheden en een jaarlijkse evaluatie van de eigen ontwikkeling in het vak en de relatie tussen studie en werk. Aan de hand van het gekozen (beeld)materiaal wordt de eigen rol in het proces duidelijk gemaakt.

Het portfolio wordt bij tussentijdse voortgangsgesprekken aan de praktijkcoördinator getoond en aan het eind van het jaar beoordeeld.

 

3.6.3 Verslag studie / beroepspraktijk
De student schrijft jaarlijks een verslag over zijn beroepspraktijk, de studie en in het bijzonder de relatie die de student heeft gelegd tussen praktijk en studie. Het verslag maakt deel uit van het praktijkportfolio en wordt beoordeeld door de praktijkcoördinator.
Het  verslag biedt de  gelegenheid te reflecteren op de studie en praktijk tot dan toe, maar is tevens bedoeld om een “plan de campagne” uit te stippelen  voor het vervolg van de studie, gekoppeld aan de beoogde ontwikkelingen in de eigen praktijk. Als ondersteuning bij het schrijven van een verslag studie / beroepspraktijk is er een schrijfwijzer beschikbaar.

 

3.6.4 Praktijkschouw
Het praktijkdeel van de opleiding wordt afgesloten met een praktijkschouw. Dit is een openbare bijeenkomst waarin de student, gebruik makend van zijn of haar portfolio, aan de staf van de opleiding aantoont dat hij/zij de leerdoelen van het praktijkdeel heeft bereikt. De bijeenkomst vindt plaats in het vierde studiejaar of later, maar in ieder geval voorafgaand aan de groen-licht-schouw.