De festiviteiten vonden plaats op het podium van de Kees van Baaren zaal van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Het podium was afgeschermd van het publiek met een groot wit doek. Tijdens het eerste half uur van het feest, terwijl de bezoekers binnenkwamen, werd de ruimte verdeeld door twee zwarte doeken. De sfeer in de twee ruimtes kon niet verschillender zijn. Aan de ene kant was het ‘koel’ met blauwe lichten, en aan de andere kant was het ‘warm’ met rode lichten. Leerlingen mochten niet van de ene naar de andere kant gaan, en al gauw ontstond er ook onder de bezoekers een verdeling: de jongere leerlingen waren aan de ‘koele’ kant en de ouderen aan de ‘warme’ kant.
De openingsact was een videoprojectie van een groepsimprovisatie in beide ruimtes, gemaakt door groep I. De video, met als thema ‘storm’, was de weken ervoor gemaakt en geregisseerd door de hele groep in een van de dansstudio’s. De beelden van deze improvisatie werden aangevuld met beelden van bomen die door de wind heen en weer werden geblazen en andere natuur- en sfeerbeelden, verzameld door de leerlingen. Terwijl de video vertoond werd, deden leden van de groep (musici en dansers) opnieuw een opvoering van de improvisatie voor de feestgangers. De act trok veel aandacht van de medestudenten van de performers, die tegen die tijd waren hersteld van de schok van de opgedeelde ruimtes.
De openingsact had een spectaculaire finale toen de doeken tussen de ruimtes werden opgehesen en er zes leerlingen onder vandaan kwamen, die een Braziliaanse dans opvoerden. De dans was een prachtige beweging van het ‘serieuze’ improvisatieproject naar het feest en maakte de leerlingen ongetwijfeld erg beroemd op hun eigen school. De DJ kreeg het feest in beweging met een krachtige danstune en het publiek begon onmiddellijk te dansen. Het was een groot succes! De andere acts waren verdeeld over de avond met 30 tot 45 minuten ertussen. Groep II maakte een intrigerend schouwspel van silhouetten, uitgevoerd door twee dansers, dat meer dan levensgroot werd geprojecteerd op de grote schermen rond de dansvloer.
Een half uur later was het tijd voor de hoofdact van groep II: een dans opgevoerd door zeven pinguïns. Met de hulp van Thom Stuart hadden de leerlingen (5 dansers, een violist en een schilder) hun eigen choreografie gemaakt. De muziek was een computerbewerking van geluiden van zeevogels, gespeeld door een klarinettist, gemengd met andere geluiden, en samengevoegd door een van de leerlingen. De vreemde outfits en de muziek waren aanstekelijk en het publiek reageerde enthousiast. De laatste act van de avond werd opgevoerd door Robin, een percussionist die ook verantwoordelijk was voor de organisatie van de festiviteiten. Hij had een act gekozen die niet teveel de ‘flow’ van de avond zou verstoren: iedereen die door wilde dansen kon dit doen. Robin drumde ergens achterin de zaal (het scherm was voor dit doel omhoog getrokken) terwijl felle lichten het speciaal gekozen lied begeleidden. Robin en zijn instrumenten werden geprojecteerd op de grote schermen achterin de zaal. De beelden werden bewerkt onder leiding van de docenten van de interfaculteit 'Beeld en Geluid'.
Terug naar pagina Jong Talent Project Koninklijk Conservatorium