Nederlands  |  English  |  Deutsch  |  中文  |  Русский  |  Български
Home  |  Contact  |  Zoek  |  Sitemap  |  Vacatures  |  Disclaimer
Kenniscentra Kenniscentrum Energie Kenniscentrum Arbeid Kenniscentrum CaRES Kenniscentrum NoorderRuimte Kenniscentrum Kunst & Samenleving Kenniscentrum Ondernemerschap






Het verhaal van...

Andries van den Berg
lector Ruimtelijke Transformaties
'Nieuwe wijn, oude dorpen?'   

Toekomst voor onze dorpen: herwaardering van het persoonlijk belang.

Een paar jaar geleden was het mode om nieuwe dorpen te ontwikkelen. Daar is natuurlijk niets van terecht gekomen en dat is maar goed ook. Waarom een nieuw dorp? Wat voegt dat toe aan de rijkdom en grote variatie aan dorpen die nu al bestaan?

Er zijn al ruim 4000 dorpen in Nederland, maar er moet gezegd worden: er zijn ook tientallen dorpen verdwenen zoals Beulake en Reimerswaal. Dat had vrijwel altijd te maken met overstromingen zoals bij de watersnood van 1953 in Zeeland, maar soms is een dorp ook zomaar in het laagveen weggezakt. Het is denkbaar dat wanneer ergens een nieuwe stuk land wordt ontgonnen of een polder wordt drooggelegd, er dan ook een nieuw dorp wordt gesticht. Daar hebben wij in ons land zelfs een traditie voor opgebouwd: Elim bij Hoogeveen, Slootdorp in de Wieringermeer, Almere-Haven in Zuidelijk Flevoland. En zo kan ik er nog wel tientallen noemen. Die dorpen hadden nut. Ze waren noodzakelijk om ons land verder tot ontwikkeling te brengen. Daar horen ook prachtige verhalen bij: in zijn boek “Publieke Werken” geeft Thomas Rosenboom op beklemmende wijze inzicht in de spanningen die bij het ontstaan van een nieuw dorp horen; een gevecht om het bestaan.

Zoals je ziet is er veel dynamiek rond de dorpen en die is er altijd geweest. Maar de thema’s verschuiven van waar moet ik de nieuwbouwwoningen kwijt naar waar betaal je de verwarming van het dorpshuis van. Ik verwacht dat er een verandering op komst is als het om de zelfredzaamheid van de dorpen gaat. Er zal op eigen kracht onafhankelijk van gemeentelijke subsidies een nieuwe kleine dorpseconomie gaan ontstaan. In Frankrijk bestaan nog dorpen van een paar honderd inwoners met een eigen burgemeester. Je ziet het voor je: hij is net klaar met melken, schopt zijn klompen uit, verruilt zijn pet voor een hoed en speelt zijn rol als burgemeester. Doet ondertussen wel zaken die behalve de publieke zaak ook zijn eigen belang dienen.

Wij proberen dat in het openbaar bestuur altijd te scheiden: publieke zaken en persoonlijke belangen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer die belangen met elkaar zijn verbonden, hoe beter dat voor de kleine dorpsgemeenschappen is. Denken en handelen vanuit directe belangen en niet vanuit abstracte maatschappelijk visies.

Daar hebben we geen nieuwe dorpen voor nodig, maar wel onderzoek en nieuwe concepten voor het voortbestaan van de bestaande dorpen.

Annette Tjeerdsma
onderzoeker
'Ik heb het noorden van het land nooit verlaten'   

Mijn leven begon op een stierenhouderij in de Drentse Veenkoloniën. Natuurlijk ben ik in de loop der jaren met mijn ouders mee verhuisd, maar we hebben het noorden van het land nooit verlaten. Het mooie groen en de grootse ruimten hebben een bijzondere aantrekkingskracht en de dorpen in ‘de noorderruimte’ hebben elk zo hun charme.

De vraag die de gemeenten en dorpen zichzelf stellen, is hoe de kwaliteiten van deze dorpen – en van haar bewoners – verder ontwikkeld kunnen worden. Hoe ziet de toekomst van en in het dorp eruit? Hoe kan de kwaliteit van de leefomgeving worden behouden of verbeterd? En hoe kunnen ze omgaan met veranderingen in de bevolkingssamenstelling en eventuele krimp? Welke kansen kunnen hier ontstaan?

Het is natuurlijk prachtig als wij een steentje kunnen bijdragen aan het antwoord op deze vragen! En dat is precies wat we proberen te bereiken met de dorpsonderzoeken: we onderzoeken de ervaren kwaliteit van de leefomgeving in verschillende dorpen. De resultaten van deze onderzoeken kunnen een voorzetje zijn voor bijvoorbeeld een te ontwikkelen dorpsvisie.

De dorpsonderzoeken worden samen met studenten uitgevoerd. Het is leuk om de studenten (nader) kennis te laten maken met ‘de wereld buiten de stad’. Natuurlijk moet je als student je horizon verbreden en meer van de wereld gaan zien, maar het is ook belangrijk om het gebied in je naaste omgeving eens onder de loep te nemen. Die zou zo maar eens vol verassingen kunnen zitten!

Gert Noordhoff
beleidsmedewerker ontwikkeling gemeente De Marne
'Zie het als een thermometer'   

De gemeente De Marne staat niet stil. De inwoners niet en de gemeente niet. We zien dat er in de dorpen veel beweegt en veel gebeurt. Daar willen we zorgvuldig aandacht aan geven en inspelen op de kansen die daardoor geboden worden. De gemeente heeft daarom contact gezocht met het Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte van de Hanzehogeschool Groningen. Doel: in kaart brengen wat er leeft in de dorpen. Zie het als een ‘thermometer’.

Studenten van de Hanzehogeschool hebben daarom in een aantal dorpen (Westernieland, Ulrum en Houwerzijl) Dorpsonderzoeken gedaan. De onderzoeken hebben ons geholpen om meer gevoel te krijgen bij wat er leeft in die dorpen. Dat gebruikt de gemeente weer bij het opstellen van beleid. Ook is het voor de dorpen zelf weer een startpunt voor dorpsvisies en andere plannen.

De dorpen die ik noemde zijn op dit moment bezig om zelf visies te maken. De gemeente ondersteunt hen hierbij. Kaders die we hierbij aangeven zijn geformuleerd in ons Integraal Beleidskader Krimp en Leefbaarheid: De Marne – blijvend de moeite waard.

Hanneke Lagerberg
inwoner Houwerzijl
'De luchten, de ruimte, de stilte'   

Houwerzijl is voor haar een authentiek dorpje in het prachtige Marnelandschap. Ze houdt “van het hoge land, van de watertjes, de fantastische akkers met graan, de luchten, de ruimte, de stilte. Ik houd heel erg van het open landschap.”

De historie van het dorp en het landschap boeien haar. Ze voelt zich er betrokken bij, ook al is het Groningse landschap helemaal nieuw voor haar. Ze leest er graag over en luistert ook graag naar verhalen van bewoners die meer over het landschap of over het dorp weten. Natuurlijk heeft Hanneke met lang niet alle dorpsbewoners contact, maar toch vertelt ze dat ze een leuk kringetje aan mensen om haar heen heeft, “er is een mooi klein netwerkje voor mij. 30 jaar geleden wilde je iedere week iedereen zien, bij mensen eten, daar trok je mee op. Maar als je tegen de zestig loopt dan vind je het heerlijk om alleen te zijn, en in ieder geval naar iemand toe te gaan als dat nodig is. Dus ook wel een beetje het lekker-op-jezelf-dorp.” Zo vertelt ze over mensen die altijd zorgen voor de honden van haar buurman. “Ik hoop dat iedereen in het dorp een paar van die contacten heeft, dat is natuurlijk de functie als mensen bij elkaar gaan wonen. Dat je elkaar een beetje in de gaten houdt.”

Mensen zouden volgens haar wel meer voor elkaar kunnen doen, door elkaar te vinden op gemeenschappelijke belangen. “Eens een ochtendje op een paar kinderen te passen of iemand in de auto rond te rijden, ik zou dat wel leuk vinden ja.”

Jannie Rozema
onderzoeker
'Wat heb ik toch leuk werk!'   

In Groningen liggen dorpen waarvan de ontstaansgeschiedenis teruggaat tot voor de jaartelling. Mens en dier hebben hier gezwoegd om het land droog te leggen, te ontginnen en te bebouwen. Op woonheuvels bouwden mensen generatie na generatie aan hun toekomst met hun zelfvoorzienende bedrijvigheid. De sporen van hun aanwezigheid zie je aan het landschapsreliëf, de wierden, de dijken, de kerken en de boerderijen. Maar Groningers wonen niet alleen op de klei of op een zandrug. Mensen uit het veen zijn gevormd door de elementen: in de veengebieden was het hard werken voor de arbeiders. De ontgonnen gebieden zijn nu schier eindeloze aardappel- en bietenvelden. Het is een ontdekkingsreis als je van het Westerkwartier naar Westerwolde rijdt of van het Hoogeland naar de Veenkolonieën. En wat dacht je van een rondje om de Stad? Ik voel me verbonden met dit land, de mensen en de taal.

Neem een willekeurige Groningse gemeente en tel het aantal gehuchten en kleine dorpen. Vijftien, twintig? Met 80 inwoners, 150 inwoners? Wat beweegt mensen om daar te gaan wonen? Zien ze ook nadelen om in een kleine gemeenschap te leven? En wat vinden hun kinderen ervan? En wat als inwoners ouder worden, hoe lang houden ze dat vol om in een dorp zonder voorzieningen te wonen? Kunnen ze aankloppen bij hun buren of zoeken ouderen hun sociale heil op Internet? Zijn er verschillen tussen dorpen? Wat kan je met krimp in een dorp? Ik ben als onderzoeker nieuwsgierig om antwoorden op deze vragen te krijgen en hierover te publiceren. Daarom ben ik vanaf 2010 bezig met de dorpsonderzoeken in Noord-Groningen.

Als Hanzehogeschool Groningen zijn we verbonden met de regio; de meeste studenten komen er ook vandaan. In praktijkgericht onderzoek leren we studenten informatie te verzamelen op een methodisch verantwoorde manier. Dan is er niets mooiers dan dat die praktijk de regio zelf is. Het onderzoek op de schaal van een dorp vraagt om een brede blik van de aankomende gebiedsontwikkelaar. Het gaat immers niet alleen om huizen en bedrijvigheid, maar vooral om mensen en hoe ze samen vorm geven aan hun dorp en gemeenschap. Het is voor mij elke keer een genoegen om met de studenten dit leerproces te doorlopen!

Ondertussen profiteren de onderzochte dorpen van onze inspanningen: de onderzoeksresultaten weerspiegelen de stand van zaken in het dorp. De dorpsbewoners bespreken de conclusies, stellen een dorpsagenda (of dorpsvisie) op en maken concrete plannen. De dorpsplannen worden haalbaarder als een gemeente in staat is om (enigszins) te faciliteren en te financieren. Intussen zijn wij als onderzoekers alweer terug in ons kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte of in het volgende dorp bezig... Wat heb ik toch leuk werk!

Koos Eising
secretaris vereniging Dorpsbelangen Westernieland
'Geen krimp bij de koffie'   

Westernieland ligt aan de rand van Nederland, de provincie Groningen en de gemeente De Marne. Dat klinkt als het einde van de wereld... Als ik op de dijk sta in de Linthorst-Homanpolder, overzie ik de zee en het land. Die eindeloze ruimte geeft een mens rust in de kop. De natuur en de elementen zijn altijd aanwezig, maar achter mijn dijk voel ik me veilig.

Voor de gemeente De Marne is uitgerekend dat er tot 2040 een bevolkingsdaling van 25 procent gaat optreden. Voor ons in Westernieland is krimp geen onderwerp van gesprek aan de koffietafel. Wij vinden dat je nergens beter kunt wonen dan in Westernieland. Er is plek zat voor meer mensen om hier te komen wonen. Onze voorzieningen halen we gemakkelijk in omringende dorpen als Baflo en Winsum en in een halfuur zijn we in de stad.

Dat neemt niet weg dat we als Vereniging Dorpsbelangen Westernieland nadenken hoe we de kwaliteit van de woon- en leefomgeving van Westernieland goed kunnen houden. Als secretaris van de vereniging zorg ik ervoor dat we hierover informatie verzamelen en die deel ik dan weer met mijn medebestuursleden en de werkgroepen. Als je draagvlak in een dorp wilt creëren, dan begint dat met interesse kweken, kennis delen en vooral samenwerken. We zorgen voor onderlinge binding door een dorpskrant en de website. Zolang een dorp actieve inwoners heeft, heeft het dorp toekomst! Ik ben best trots op wat we in Westernieland doen!

Paulien Schreuder en Robbie Koopmans
inwoners Ulrum
'Het was een warm bad waar we in terecht kwamen'   

Paulien Schreuder en Robbie Koopmans kwamen vanuit Ierland over naar Ulrum om het voormalig stationsgebouw te restaureren en weer een functie te geven. Het gebouw stond lange tijd in 'the middle of nowhere' en werd vooral voor aardappelenvervoer gebruikt. In de Tweede Wereldoorlog hield de trein op met rijden en heeft het station tijdelijk als bonnenkantoor gediend. Een tijd later kwam er een kleuterschool in het pand. De overburen zijn er als kleuters ook naar school geweest. Begin jaren zestig kreeg Prenatal er een naaiatelier en omstreeks 1970 is het de peuterspeelzaal geworden. Rond 1988 is het pand verkocht als woonhuis.

‘We hebben bij de restauratie geprobeerd de basis terug te laten komen, de kleuren zijn bijvoorbeeld origineel. We hebben de tegels van boven hier neergelegd om de sfeer van die bouw zichtbaar te maken. Het is toch prachtig om te zien hoeveel voetjes hier overheen zijn gegaan! Ik vind het prachtig dat als ik straks dood ben dit pand er nog staat.’

Tegenwoordig is Expoor nog steeds een station, maar dan een voor activiteiten. Robbie en Paulien zijn beiden niet onbekend met de omgeving van Ulrum. Eenmaal hiernaartoe verhuisd, viel het Robbie meteen op dat het platteland niet meer zo gesloten is als vroeger. ‘De mensen uit Ulrum waren heel open en we voelden ons erg welkom.’ Ook Paulien was blij verrast: ‘We hadden verwacht dat een dorp minder toegankelijk zou zijn, maar het was een warm bad waar we in terecht kwamen.’ ‘Het wordt zeker gewaardeerd dat we het station weer in oude glorie hebben hersteld, en dat er nu wat mee gedaan wordt. Iedereen vond het doodzonde dat het maar een beetje stond te verpieteren.’

Op 20 juni 2009 opende Expoor na driekwart jaar restaureren haar deuren. ‘Een bijzondere gebeurtenis’, vertelt Paulien. Er kwamen ontzettend veel dorpelingen kijken! Het is dan fijn te merken dat de mensen uit de omgeving geen drempelvrees hebben om bijvoorbeeld hier te komen dineren.’

Peter Modderman
inwoner Ulrum
'De halve marathon heeft het hele gebied op de kaart gezet'   

Peter Modderman uit Ulrum stond in 1991 op de dijk bij Lauwersoog te kijken naar de halve marathon. ‘Je ziet zo de lopers eerst van de ene kant en je hoeft je maar om te draaien en dan kun je de lopers aan de andere kant aan de dijk bekijken.’ Bij de finish stond een collega van Peter en die zei: ‘Peter, de volgende keer doe jij ook mee.’ Een jaar later is Peter gaan oefenen met zijn collega en sindsdien is hij elke keer van de partij.

De halve marathon is in 1990 ontstaan na een discussie in Café-restaurant Neptunus tussen de toenmalige eigenaar en een aantal stamgasten. Hij beweerde dat hij de stamgasten er wel uit kon lopen, om dit te testen werd er een wedstrijd georganiseerd. De afstand tussen Lauwersoog en Ulrum was met passen en meten ongeveer een halve marathon. Hoewel de jongens niet veel verstand hadden van hardlopen, maakten zij er de eerste keer een leuk evenement van. Er deden 120 deelnemers mee. Ook was er een cabrioletbus aanwezig voor het publiek. Zo konden zij in de open bus de lopers volgen.

‘In 1993 dreigde het hardloopevenement te stoppen. Doordat het evenement dreigde weg te vallen heb ik aangeboden om te helpen. Ik moest het publiciteitswerk doen waarna ik in het bestuur ben gerold. Ik zit er nu nog steeds met heel veel plezier.’

Heel Ulrum is niet massaal aan het hardlopen geslagen, maar het hardloopevenement is niet meer weg te denken. De dorpsbewoners kijken er echt naar uit. ‘We lopen omarmd; vrijwilligers melden zich aan en er wordt jaarlijks een donateuractie gehouden waar iedereen aan meedoet. Op de dag zelf gaat iedereen in de voortuin zitten en ondanks dat de bijbehorende feestweek pas maandag begint zijn alle straten voor de loop al versierd.’ De halve marathon heeft niet alleen Ulrum maar het hele gebied op de kaart gezet.

Warner van der Veer en Michiel Jehee
inwoners Houwerzijl
'De stress trekt letterlijk de klei in'   

Al heel wat jaren komen ze in de weekenden en vakanties naar Houwerzijl. In de Randstad wonen ze doordeweeks en hebben ze hun werk en in het weekend zoeken ze de rust en natuur op van Houwerzijl. “De stress trekt letterlijk de klei in.” Het feit dat ze hier niet werken vinden ze dan ook heel fijn, ze laten hun sores achter in het westen en kunnen hier genieten van de rust.

Ze kwamen op deze plek uit, omdat je waanzinnig ver kan kijken en door de openheid en oorspronkelijkheid van het landschap. Deze oorspronkelijkheid is iets wat volgens hen absoluut niet moet veranderen: het is wat het dorp en de omgeving uniek maakt en waar mensen uit het westen en toeristen op af komen. Je kunt hier de sterrenhemel nog bekijken, en een weg eindigt soms in een driepsrong. Er is hier niet veel economische dynamiek, dus je moet het hebben van wat er wel is. Ook voelde het dorp voor hen heel prettig en open aan.

Het is heel anders dan twee hoog in de Randstad, hier hebben ze een tuin en weten ze wie hun buren zijn: “Mensen zitten niet continue bij elkaar op de koffie, maar onze dakpannen worden wel op het dak gelegd als ze eraf gewaaid zijn.” Ze voelen zich hier echt thuis, dit is hun eigen huis, terwijl ze in de Randstad een huurhuis hebben. Het culturele waarderen ze, zoals de Nacht van Electra, maar toch moet je vaak een stuk rijden voor voorzieningen. Of ze hier dan ook willen gaan wonen als ze met pensioen weten ze nog niet. Ze zijn erg verwend in de Randstad, waar alle voorzieningen zo dichtbij zijn. Aan de ene kant houden ze wel van reuring, maar aan de andere kant vinden ze het ook heerlijk dat er hier vooral rust is. Maar een jaar lang hier, dat zou wel erg stil zijn.