Nederlands  |  English  |  Deutsch  |  中文  |  Русский  |  Български
Home  |  Contact  |  Zoek  |  Sitemap  |  Vacatures  |  Disclaimer
Over de onderzoekslijnen Transformative Learning in Music & the Arts Cross Arts and Cross Sector Practice The Conservatoire as Partner in Professional Practice Healthy Ageing through Music & the Arts Afgerond onderzoek




Visual Arts & the Elderly

 

Ars Longa, Vita Brevis

Doctoraal onderzoek naar aspecten van het ouder worden in relatie tot het beeldend kunstenaarschap

De ‘vergrijzing’ als sociaal-maatschappelijke ontwikkeling en het ouder worden als persoonlijke levensgang vormen belangrijke kaders voor artistieke en professionele positionering en voor de zingeving van het individuele kunstenaarschap. Dit onderzoek gaat over de vraag of en hoe leeftijd en ouder worden het kunstenaarschap beïnvloeden, op welke wijze het ouder worden betekenis en invulling geeft aan het kunstenaarschap en hoe het de mogelijkheden en de keuzes binnen de loopbaan van de kunstenaar mede bepaalt. Keuzes die uiteindelijk gestalte krijgen in het kunstwerk en hun receptie in de publieke presentatie.

De relatie tussen de beeldende kunst en het proces van ouder worden is veelzijdig en kan op verschillende manieren worden bekeken. De levenscyclus is een veel voorkomend thema in de kunstgeschiedenis en kent een lange iconografische traditie. De stadia van het leven (geboorte, jeugd, volwassenheid, ouderdom en sterven) worden daarbij op verschillende manieren verbeeld. Meest bekend zijn de ‘levenstrap’ en de ‘levenscirkel’ waarbij de levensfasen soms corresponderen met de jaargetijden en daarmee onder kosmische invloed staan. De symboliek van groei, bloei en verval wordt ook dikwijls met attributen verbeeld waarbij vooral de tijdelijkheid en vergankelijkheid van het aardse leven worden gememoreerd. De iconografie van de ouderdom kent zekere typologieën waarbij de oudere man of vrouw bepaalde eigenschappen, gedragingen, deugden of ondeugden worden toegedicht; vaak werden deze met een vermanende strekking ten voorbeeld gesteld.

Ook in de moderne en hedendaagse beeldende kunst vormt de levenscyclus nog een geliefd thema. Tal van kunstenaars verbeelden in hun werk aspecten van het ouder worden. Hierbij wordt niet alleen gerefereerd aan verval en vergankelijkheid, maar ook aan de herinnering, het geheugen en het vasthouden van tijdsbeelden door de nieuwe media. Voor veel kunstenaars is het (zelf)portret de vorm waarin zij het tijdsverloop het beste kunnen uitdrukken. De belangstelling voor het ouder worden heeft er ook toe geleid dat beeldend kunstenaars soms werk maken specifiek voor zorginstellingen voor ouderen. Hierbij is het kunstwerk niet alleen inhoudelijk gerelateerd aan aspecten van het ouder worden, maar vraagt het soms ook een interactie met of participatie van de oudere binnen het concept en de uitvoering van het werk.

Het ouder worden van de kunstenaar zelf doet de vraag rijzen wat dit voor zijn, of haar, werk betekent. En op welke wijze is het ouder worden van invloed op het kunstenaarschap? Wat het werk betreft, bestaat er soms de gedachte dat dit zich in progressieve lijn ontwikkelt en daarmee over de jaren aan kwaliteit en betekenis toeneemt. De zogenaamde Altersstil veronderstelt een artistiek hoogtepunt in het late werk van een kunstenaar. Vaak genoemd voorbeeld is Rembrandt van wie het late werk tot de top van zijn kunnen wordt gerekend. Toch heeft dit geen algemene geldigheid en zijn er genoeg voorbeelden te geven waarmee de Altersstil als vanzelfsprekendheid kan worden weerlegd. De kunstenaar kan zich immers niet aan het proces van ouder worden onttrekken en kan daardoor ook zelf met alle facetten er van te maken krijgen. Niet alleen fysiek of mentaal , maar ook sociaal-maatschappelijk kan dit van invloed zijn op de uitoefening van zijn vak.

In dit onderzoek staat de vraag naar de betekenis van het ouder worden voor het kunstenaarschap centraal. Voor een belangrijk deel betreft het narratief-biografisch onderzoek waarmee informatie ‘uit de eerste hand’ zal worden verkregen. Maar de bevindingen zullen in een context worden geplaatst van de infrastructuur van de beeldende kunsten (instellingen, faciliteiten e.d.) en eveneens worden teruggekoppeld naar het kunstvakonderwijs; meer in het bijzonder de curricula van de beeldende kunstopleidingen. De vraag die zich dan voordoet is: kan een kunstopleiding bijdragen aan een ‘levenslang kunstenaarschap’ waarin leren, welbevinden en zingeving centraal staan? Kunstopleidingen lijken zich vooral te richten op de korte termijn; succesvol afstuderen, een goede start maken, een plek vinden binnen vakgebied en arbeidsmarkt etc. Ook prijzen, stipendia, beurzen e.d. richten zich vooral op nieuw talent en aanmoediging van startende kunstenaars. Maar wat kan de opleiding bieden ten aanzien van de langere termijn, ten aanzien van levenslang kunstenaarschap en zingeving aan het ouder worden? Is er sprake van dat kunstenaars zich tot op hoge leeftijd kunnen blijven vernieuwen en is het kunstenaarschap hiermee een levenslang leerproces?

Het onderzoek wil een bijdrage leveren aan vragen met betrekking tot ‘levenslang en levensbreed leren’ en ‘healthy ageing’.

Onderzoeker: Leo Delfgaauw

Presentatie Visual Arts and the Elderly - Leo Delfgaauw 2 feb 2011

Essay Leo Delfgaauw 'Tijd Tekort' oktober 2011

 

Research update 2011

Visual arts and the Elderly - aspects of ageing in relation to visual artistry

Wat betekent het ouder worden voor een beeldend kunstenaar en zijn of haar beroepspraktijk? Op welke wijze wordt het kunstenaarschap beïnvloed door het proces van ouder worden? Leo Delfgaauw onderzoekt in het kader van Healthy Ageing de betekenis van het ouder worden voor de inhoudelijke ontwikkeling van het werk, de positionering van het kunstenaarschap en de veranderingen in de beroepsuitoefening van de beeldend kunstenaar. Hij doet dit op basis van een groot aantal narratief-biografische interviews met Nederlandse kunstenaars. Hierbij spreken de kunstenaars over hun loopbaan en ontwikkeling gerelateerd aan leeftijd en het ouder worden. Het ouder worden betekent voor een kunstenaar niet alleen een ontwikkeling van het eigen werk en de reflectie daarop, maar ook een verandering binnen de ‘infrastructuur’ van de professionele omgeving. Waar de kunstwereld in haar algemeenheid tamelijk gericht is op jong en nieuw talent, daar is de positie van de oudere kunstenaar moeilijker te bepalen. Enerzijds is er waardering voor ‘meesterschap’ en voorbeeldfunctie, maar anderzijds zijn de mogelijkheden voor presentatie, promotie en verkoop vaak zeer beperkt. De in de kunstwereld zo dikwijls gehanteerde criteria van ‘vernieuwing’ en ‘originaliteit’ lijken kunstenaars in een voortgaande ontwikkeling van hun werk en verdieping van hun thematiek minder recht te doen.

Naast een methodische verantwoording en een analyse van verkregen data zal het onderzoek zich richten op kwantitatieve gegevens over de beroepsgroep alsmede beleid en infrastructuur met betrekking tot oudere kunstenaars. Ook op levensfasen en leerproces en de ontwikkeling van vakmanschap en expertise. Tevens op carrière en kansen; contacten binnen een professioneel netwerk en succes en erkenning als verworven ‘kapitaal’. Tot slot zal worden gekeken naar waardering en betekenis; bijvoorbeeld ten aanzien van onderwijscurricula en overdracht van kennis en ervaring aan jongere collega’s. Zijn er bevindingen uit dit onderzoek die relevant kunnen zijn voor het kunstonderwijs? En kan het kunstonderwijs een aankomend kunstenaar naast de bagage voor een kansrijke start ook het perspectief bieden op een kunstenaarschap op de lange termijn?

 

Op de eerste Research Dag van de Hanzehogeschool Groningen op woensdag 30 januari 2013 hield Leo Delfgaauw een posterpresentatie, waar hij als promovendus vertelde over zijn onderzoek.