Nederlands  |  English  |  Deutsch  |  中文  |  Русский  |  Български
Home  |  Contact  |  Zoek  |  Sitemap  |  Vacatures  |  Disclaimer
De oudere leerling De docent De les Werving Leren lesgeven aan ouderen Theoretisch kader




Theoretisch kader: samenleving

De cyclus van het leren van/lesgeven aan ouderen is ingebed in meer algemene ideeën over wat lesgeven en les nemen is – het referentiekader van de leerling en de docent. Dat wordt weer beïnvloed door een meer algemeen maatschappelijk referentiekader, waarin algemene ideeën (en soms vooroordelen) een rol spelen. Ideeën over bijvoorbeeld hoe muziekleren verloopt, wat muziek is en wat ouderen zijn en kunnen. Vaak wordt daarbij uitgegaan van het ‘progressieve leermodel’: je gaat naar muziekles om steeds beter te worden en verder te komen. Dat referentiekader wordt vaak stilzwijgend geaccepteerd maar het is goed daar af en toe vragen bij te stellen. Oudere leerlingen nemen ook muziekles om een zinvolle tijdsbesteding te hebben, om samen te spelen, om hun muzikale horizon te verbreden, allemaal redenen die niet direct gekoppeld hoeven te zijn aan de wens om steeds beter te worden en verder te komen. Een hardnekkig idee. Muziek - en hiermee dus ook muziekles - is bijvoorbeeld ongetwijfeld dikwijls Kunst, maar voor veel mensen niet altijd en overal, en voor velen ook niet voornamelijk – vaak vervult het heel andere functies, die leiden tot andere leervragen. Is het echt waar dat viool leren spelen na je 12e zinloos is? En als ouderen dat toch gaan doen, wat betekent dat voor hun motivatie en wellicht ook voor hun gevoelens van faalangst? En is het echt zo dat een stuk op half tempo spelen of in een vereenvoudigde versie de muziek onrecht doet?