Ouderen een groeimarkt voor (particuliere) muziekdocenten?
Voorlopig is dit zeker nog wel het geval. Het veranderende klimaat in het landschap van de muziekeducatie laat zien dat muziekdocenten momenteel kunnen profiteren van de werving van oudere leerlingen. De toenemende vergrijzing en een verlenging van gezonde jaren maakt dat ouderen actiever oud worden en tijd hebben voor andere activiteiten. Het (weer) opnemen van een (oude) hobby is niet ongewoon, en vaak betekent dit (weer) op muziekles gaan om een instrument te leren bespelen of om te zingen.
Ouderen kiezen vaker dan jongere leerlingen voor een particuliere muziekdocent. Dit komt praktisch gezien vaak beter uit dan een muziekschool (aangepaste praktijkruimte, locatie en bereikbaarheid), maar ook andere redenen spelen een rol. Een particuliere muziekdocent hoeft zich niet te verantwoorden voor een curriculum en dat schept vrijheid, iets wat ouderen zonder de ambitie een diploma te behalen of professioneel actief te worden in de muziek erg waarderen. Bovendien is de persoonlijke aandacht en aanpak van een particuliere muziekdocent ook een factor die meespeelt. Ouderen blijven in vergelijking met andere leeftijden relatief lang op les, een vriendschappelijke band opbouwen is niet ongewoon.
Noord-Nederland
Toch hebben muziekscholen of centra voor de kunsten relatief veel oudere muziekleerlingen. De Stedelijke Muziekschool Groningen ziet, in tegenstelling tot de algemeen landelijke trend, haar leerlingenaantallen jaarlijks stijgen, en ouderen bezetten hiervan een fors gedeelte. Momenteel is dat 10.6% bij de Muziekschool Groningen, terwijl ter vergelijking in het sterk vergrijzende Delfzijl bij het IVAK De Cultuurfabriek zo’n 5% oudere leerlingen kiezen voor muziekles. Oudere leerlingen kiezen voornamelijk voor het klassieke instrumentarium (piano, zang, dwarsfluit) en dit in uiteenlopende lesvormen: individuele wekelijkse of tweewekelijkse lessen, duo- of groepslessen. Muziekonderwijsinstellingen in het Noorden hebben de indruk dat ouderen gemiddeld langer op les blijven dan andere leeftijdsgroepen.
Een aantal van die instellingen verwacht ook een daling van het aantal oudere leerlingen vanwege het nieuwe subsidiestelsel, of ze ontwikkelen maatregelen om dit te voorkomen. Het huidige subsidieklimaat voor kunstencentra en muziekscholen dreigt namelijk te veranderen. Dit veroorzaakt ingrijpende veranderingen waardoor kunst- en cultuurinstellingen creatiever moeten omspringen met de beschikbare budgetten. Naar alle waarschijnlijkheid krijgt een aantal centra voor de kunsten vanaf 2012 geen geld meer van overheidswege voor muziekleerlingen die het voortgezet onderwijs hebben afgerond. Dit betekent dat leerlingen ouder dan 21 jaar een volledig zelfvoorzienende financiële bijdrage moeten leveren aan de centra. Het ICO Centrum voor Kunst & Cultuur in Assen heeft met deze regelgeving te maken en zet daarom momenteel een alternatief stelsel op voor leerlingen ouder dan 21, zie Tendensen in aanbod.
De geschetste ontwikkelingen scheppen mogelijkheden voor particuliere vormen van muziekonderwijs. Kapitaalkracht, bovengemiddelde gedrevenheid en trouw van de nieuwe generatie ouderen kunnen goede redenen zijn voor een zelfstandig muziekdocent om zijn of haar praktijk uit te breiden met oudere leerlingen.