Dit project vond plaats in december 2004, in samenwerking met de Guildhall School of Music & Drama in London. Alle eerstejaars studenten van het PCC konden meedoen en het doel was om een begin te maken met de oriëntatie van de studenten op de beroepspraktijk, verbonden aan hun Persoonlijk Ontwikkelplan (POP). Door een samen een artistiek product te maken en op te voeren en over de realisatie ervan te reflecteren, werd een eerste stap gezet in de richting van het Persoonlijke Ontwikkelingsplan van de eerstejaars studenten. Dit werd gedaan door samen een serie creatieve workshops voor te bereiden, die werden uitgevoerd op twee locaties die niet erg gebruikelijk zijn voor musici om in op te treden. Het publiek was ook niet het gebruikelijke waar musici vaak voor optreden: een basisschool ('De Linde' in Haren) en een verzorgingstehuis voor ouderen en gehandicapten ('Coendershof' in Groningen).
Projectbeschrijving artistiek reflectief project 2004
Dag-tot-dagrapport 2004 (Engelstalig)
Samenvatting en films 
Als ze aan hun professionele muziekopleiding beginnen, beginnen studenten na te denken over hun toekomst als musicus. Keuzes maken begint met een persoonlijk ontwikkelingsplan. Het is heel belangrijk om na te denken over vragen als: welke rol wil ik in de maatschappij spelen als musicus? Wat is mijn kracht? Dit soort reflectie, zowel als artistieke ontwikkeling, is heel belangrijk. Door samen een artistiek product te maken en uit te voeren (een compositie) en na de denken over de realisatie ervan, werd een start gemaakt. Er werd een serie creatieve workshops voorbereid en opgevoerd op twee locaties: een basisschool en een verzorgingstehuis voor ouderen en gehandicapten. De eerstejaars studenten werden opgedeeld in vier gemengde groepen, gemengd wat betreft instrumenten en afdelingen. Elke groep werd begeleid door een of twee workshopleiders, namelijk studenten van de Guildhall School die pas waren afgestudeerd in het Postgraduate programma Professional Development. Elke groep had een mentor van het PCC. De studenten werkten twee dagen aan hun compositie, afgewisseld met momenten van reflectie en informatie (bijvoorbeeld van de docent van de basisschool en een activiteitenbegeleider van het verzorgingstehuis). Op de derde dag voerden twee groepen hun werk op op de basisschool, en de andere twee groepen deden dat in het verzorgingstehuis. De laatste dag werd gebruikt voor evaluatie van het project. Het Walter Maas Huis maakte een videoregistratie van de optredens op beide locaties.
Films van de optredens
De eerste groep die optrad in De Linde werd geleid door Jules Buckley (jazz componist) en Jo Wills (elektronica). Jules Buckley: "We begonnen met elkaar een briefje te geven door middel van oogcontact. Dit zorgde voor verbinding en concentratie. Daarna begonnen we met het creëren van een stuk dat goed gestructureerd moest zijn en ontwikkeld via ideeën en suggesties van de studenten. We creëerden een harmonieuze geluidswereld en daarna concentreerden we ons op een ritme waarvan we het gevoel hadden dat het bij de compositie als geheel paste. We stelden vast wat het centrale thema van het stuk was, het stuk was door improvisatie rond de gegeven harmonieuze taal. Nadat we, in overleg met alle leden van het ensemble, de melodie hadden bepaald, begonnen we te experimenteren met kleine optredens met het muzikale materiaal dat we hadden verzameld. Het concert voor de kinderen was, vond ik, een groot succes en een publieke evaluatie van het proces. Het was een zeer waardevolle les voor de studenten dat je je publiek niet moet onderschatten!’
Optreden in De Linde
Dit optreden werd geleid door Nia Lynn (jazzzangeres) and Guy Wood (jazz percussionist). Guy Wood: "Uitgangspunt was dat het werk muzikaal uitdagend voor de studenten moest zijn en dat we rekening moesten houden met ons publiek van de basisschool. We namen een geschreven melodie van Nia, waarvan we twee elementen gebruikten als basismateriaal om mee te ‘jammen’. De studenten maakten echt gebruik van de ruimte die we hen gaven met hun ideeën, en het niveau van de groepsinteractie en de solo-improvisatie waren echt grote klasse. Het duurde even voor de studenten zich op hun gemak voelden en het vertrouwen hadden om de groep sterk te leiden en te sturen als we hen in die situatie plaatsten, maar het was bemoedigend om te zien hoe ze elkaar daarin steunden.’
What is the connectie met het concept Lifelong Learning?
De componenten artistiek en reflectief werden op verschillende manieren duidelijk gemaakt: publiek, verschillende contexten, verschillende communicatiebehoeften die een rol speelden bij het maken van de compositie en hoe die op te voeren. Mentoren en docenten werkten samen in kleine groepjes (gedeeld leiderschap). Het project werd vormgegeven samen met de mensen van de basisschool en het verzorgingstehuis en werd samen geleid, geëvalueerd en over nagedacht (verbreden van de mentoring-cirkels).
Optreden in de
Coendershof
De groepen die optraden in de Coendershof werden geleid door Lucy Forde (fluitiste), Luke Crookes (fagotspeler) en Mara Miribung (celliste). Tijdens de voorbereidingsperiode traden de twee groepen regelmatig voor elkaar op en uiteindelijk werd besloten hun composities samen te voegen in een stuk, daarmee een muzikale brug slaand. Beide groepen namen hetzelfde oude Nederlands-Indonesische folkliedje als onderdeel van hun muzikale materiaal. Lucy Forde: ‘We hebben het gehad over waar oudere mensen graag naar zouden luisteren, jazz, rustige muziek, muziek die ze zich herinnerden uit hun jeugd. Voor onze compositie hebben we drie uitgangspunten gebruikt: een jazzstandaard, het folkliedje en een tonaal stuk ontwikkeld op basis van ‘gamelan sounds’. Luke Crookes: ‘Eerst zagen de studenten niet hoe ze vanuit het niets een compositie moesten maken. Het was geweldig om hun gezichten te zien veranderen in het workshopproces, van "wat gebeurt er!", dan een complete uitvoering horen van het stuk als op zich staande compositie door hen gecreëerd, tot "wow waar kwam dat vandaan, het klinkt als een muziekstuk en het is ook nog eens niet slecht!" Mara Miribung: "De ‘scheidslijn’ tussen de jazz/klassieke musicus begon in de loop van de dagen samen te vloeien en wat eerst een obstakel was, werd een vruchtbare uitwisseling, een wederzijds voeden van verschillende muzikale ideeën.’
Workshopleader Sean Gregory
Sean Gregory was ten tijde van dit project Hoofd Professionele Ontwikkeling aan de Guildhall School of Music and Drama in London. Hij werkt als componist, performer en creatief producent en leidt kunstsamenwerkingsprojecten voor alle leeftijden en vaardigheden. De innovatieve programma’s die hij ontwikkelt omvatten verschillende partnerships waarin ideeën en benaderingen worden onderzocht die als doel hebben om nieuwe manieren van ‘good practice’ te ontwikkelen op het gebied van creatief muziek maken in een samenwerkingsvorm, om zo wederzijds begrip te creëren tussen mensen met verschillende culturele achtergronden.
Wat gebeurt er in een creatieve workshop?
Wat is de rol van de workshopleider?
Reflectieve praktijk
Meningen van studenten en eindrapport van dit project?
Meer informatie