Het Ministerie van OCW heeft eind 2009 de vier noordelijke hogescholen (Hanzehogeschool Groningen, NHL Hogeschool, Stenden hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein) gevraagd om gezamenlijk hun visie te geven op samenwerking om in een periode van dreigende krimp de Noord-Nederlandse economie te versterken. De vier hogescholen leiden tweederde van de hoger opgeleiden op die in Noord-Nederland jaarlijks nieuw instromen in de arbeidsmarkt.
De achtergrond van het verzoek van het Ministerie ligt in een aantal specifieke belemmerende factoren in het Noorden:
- In de eerste plaats heeft het Noorden te maken met krimp. De bevolking vergrijst en de beroepsbevolking wordt kleiner. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor leven, wonen en werken in het Noorden.
- Een tweede factor is het lage scholingsniveau. Al jaren is het niveau van de scholen in Noord-Nederland lager dan het Nederlandse gemiddelde. Verhoudingsgewijs gaan minder jongeren naar het hoger onderwijs. Het gemiddelde opleidingsniveau van de werkzame beroepsbevolking in Noord-Nederland is lager dan in de rest van Nederland en de pool van werklozen is vooral middelbaar geschoold. Kennisintensieve bedrijvigheid vraagt juist hoog opgeleide werknemers.
De kracht van Noord-Nederland moet vooral komen uit de snijvlakken tussen de verschillende sectoren. Juist daar liggen mogelijkheden om kansen te identificeren, producten te innoveren en nieuwe markten te ontdekken. Het vormen van kansrijke sectoren door kennis te verbinden met sterke economische thema's leidt tot een kennisintensieve clusterregio. Vanuit de Hanzehogeschool Groningen zijn met name onderwerpen en terreinen ingebracht waar de Hanzehogeschool Groningen de afgelopen jaren al een stevig positie heeft verworven, zelfstandig of samen met partners als de RUG, de gemeente Groningen en tal van bedrijven en instellingen. Begin 2010 is een ambitieus rapport aan het Ministerie uitgebracht.