Ateliers
De basis van het onderwijs aan de Academie van Bouwkunst wordt gevormd door de ateliers. Ateliers zijn in de praktijk gewortelde, begeleide ontwerpopgaven over een langere periode, waarin alle facetten van het ontwerpen aan bod komen. De ateliers sluiten steeds aan bij de actualiteit en wisselen daarom per semester van onderwerp, inhoud en docent. Er komen naast ontwerpvaardigheden ook onderzoek, theorie en verschillende mogelijke werkwijzen aan bod. De ateliers worden dan ook steeds verrijkt met lezingen, excursies, workshops, presentaties en zowel groeps- als individuele opdrachten.
-
Ateliers 1e jaar
In het eerste jaar (periode 1) worden achtereenvolgens vier ontwerpoefeningen aangeboden, die ieder een kwartaal duren. De oefeningen verschillen van elkaar door de leerdoelen die centraal staan, maar ook door een complexiteit die gedurende het jaar toeneemt. De resultaten van de afzonderlijke en de gezamenlijke opgaven bepalen of een student zijn studie aan de academie kan vervolgen. Het eerste kwartaal is gericht op het ‘los komen’ uit je bekende (denk)wereld en het verkennen van je fascinaties. In het tweede kwartaal wordt via een reeks van korte, speelse en onverwachte, oefeningen je creativiteit en ontwerpende vermogens onderzocht en in kaart gebracht. In het derde en vierde kwartaal werk je een integrale ontwerpopgave voor een gebouw uit. In het derde kwartaal ligt de nadruk ligt op de relatie van het gebouw tot zijn omgeving en in het vierde kwartaal gaat het om de uitwerking van het gebouwconcept tot concrete architectonische details.
-
Ateliers 2e/3e jaar
In het tweede en derde jaar (periode 2) worden per semester twee ateliers aangeboden. Deze ateliers kennen steeds een gezamenlijke hoofdopgave – die het ene semester een meer stedelijk en het andere semester een meer landschappelijk karakter zal hebben - maar een verschillende uitwerking. Het atelier Context richt zich in het bijzonder op de fase voorafgaand aan een ontwerp. Uitgaande van een aan de hoofdopgave ontleende thematiek worden een meer theoretische benadering van het vraagstuk en het ontwerpen gekoppeld. Op basis van het onderzoek wordt een (speculatief) architectonisch ontwerpvoorstel (concept) ontwikkeld. Het atelier Object richt zich in het bijzonder op de fase waarin een dragend idee (concept) wordt uitgewerkt naar een architectonisch object, in termen van ruimte, materiaal en techniek. De nadruk ligt op het ontwerpend onderzoek; de ontwerpen worden gedetailleerd uitgewerkt. Gedurende de opleiding volgt een student tweemaal een atelier Context en tweemaal een atelier Object.
-
Actuele opgaven
De ontwerpopgaven van de ateliers verschillen van jaar tot jaar. Die wisseling van opgaven betekent dat de Academie haar onderwijsprogramma jaarlijks voor een groot deel vernieuwd. Bij deze continue actualisering gaat het niet om het volgen van trends, maar om het vinden van aansluiting bij vragen en discussies die in de beroepspraktijk centraal staan. Voor sommige ateliers wordt het thema mede vastgesteld in overleg met, of in opdracht van, derden. Daarvoor wordt incidenteel een samenwerking aangegaan met bijvoorbeeld lokale en regionale overheden en culturele instanties. Het aan de orde stellen van thema’s en opgaven van buiten betekent een inhoudelijke verrijking van de ateliers, die daardoor bovendien winnen aan maatschappelijke en culturele relevantie.
-
Ontwerpend onderzoek
Ontwerpopgaven waaraan je tijdens de opleiding werkt zijn in de eerste plaats gericht op het ontwikkelen van je ontwerpvaardigheden. De opgaven van de ateliers en workshops zijn echter geen fictieve maar reële opgaven. Juist omdat je als student niet gebonden bent aan de beperkingen en de problematiek van alledag kun je tijdens de ontwerpoefeningen in alle vrijheid onderzoeken welke mogelijkheden er in een opgave verscholen liggen. De uitkomsten van die studies, die dus ook vormen van onderzoek zijn, kunnen daarom ook buiten de onderwijscontext van belang zijn. De Academie publiceert de resultaten van de ateliers in het eigen magazine ‘Nummer’.
De workshop is een kort durende, maar intensieve ontwerpoefening. Het leren (snel) te ontwerpen staat centraal. Meestal gaat het om een aaneengesloten periode van vijf dagdelen van begeleid werken op de academie. Workshops zijn gericht op het vergroten van kennis en ervaring maar ook van het plezier in het ontwerpen. Gedurende het studiejaar worden meerdere workshops aangeboden, deels als onderdeel van het curriculum, deels facultatief. Je werkt vrijwel altijd samen met studenten uit andere studiejaren, soms ook met studenten van andere (buitenlandse) opleidingen. De opgaven van de workshops sluiten aan op actuele ontwikkelingen in de beroepspraktijk.
Januariprogramma, Openingsworkshop
Het Januariprogramma is een zelfstandig onderdeel van de opleiding. Het belangrijkste onderdeel is een verkort atelier waarin een jaarlijks wisselend, actueel thema centraal staat. Veelal wordt de workshop aangeboden in nauwe samenwerking met een noordelijk architectenbureau. Daarnaast worden in het kader van het Januariprogramma ook diverse aanvullende cursussen en lezingen aangeboden.
De Openingsworkshop is steeds de eerste activiteit van het nieuwe studiejaar. De workshop is voor alle studiejaren, kent jaarlijks een andere opgave (veelal rondom de relatie kunst en architectuur) en vindt plaats in de regel eind augustus plaats.
Afstuderen
In het afstudeerproject worden de vaardigheden, kennis en methodiek die in de loop van de studie zijn verworven, zelfstandig en in hun onderlinge samenhang zichtbaar gemaakt. Het bepalen, formuleren en expliciet maken van de eigen positie in de discipline architectuur neemt in het afstudeerproject een centrale plaats in. Het afstudeerproject is dus tevens een persoonlijke stellingname.
Om die reden heb je als student een grote mate van zelfstandigheid. Zowel de opgave, de ontwerpbenadering en de werkwijze kunnen grotendeels naar eigen inzicht worden ingevuld. Daarnaast kies je ook een eigen mentor en zorg je zelf voor de planning en de organisatie tot en met de eindpresentatie. Het voltooien van het afstudeerproject geldt als het behalen van de ‘Meesterproef’