Algemeen
De Academies van Bouwkunst kenmerken zich door de verwevenheid van studeren en werken. Het praktijkdeel (buitenschools deel) betreft de werkzaamheden die je als student in de beroepspraktijk verricht, voor zover relevant voor je opleiding tot architect. Het belang van het buitenschools curriculum blijkt uit het feit dat je er de helft van de jaarlijkse studiepunten behaalt ( 30 Ects per jaar, 120 in totaal). In de praktijk betekent het dat je drie tot vier dagen (minimaal 20 uur, maximaal 32 uur) per week werkzaam bent bij een architectenbureau.
De wijze waarop studie en werken in de praktijk samen een volwaardige opleiding vormen wordt aangeduid als concurrency-onderwijs.
Als student ben je zelf verantwoordelijk voor je beroepspraktijk. De opleiding heeft wel leerdoelen vastgesteld die je een inhoudelijk kader bieden om te kunnen bepalen welke wijze praktijk(werkzaamheden) bijdragen tot je ontwikkeling tot architect. Daarnaast wordt je ondersteund met een actieve begeleiding vanuit de opleiding. Daarin heeft coördinator Beroepspraktijk een centrale rol, maar zijn ook de studiecoaches van groot belang. De begeleiding bestaat uit voortgangs- en beoordelingsgesprekken, bureaubezoeken, jaarafspraken en ondersteunende colleges.
Waarom studeren en werken?
Het concurrency-model is essentieel voor de opleiding tot architect aan een Academie van Bouwkunst. Het gelijktijdig werken in de praktijk biedt je leerervaringen die aanvullend zijn op het studiedeel en wezenlijk voor je professionele vorming. Je verbreedt en verdiept in de praktijk de kennis en vaardigheden die je in de bachelorfase hebt opgedaan. Daarnaast verwerf je kennis en vaardigheden in aspecten van het vak die niet of slechts indirect zijn te realiseren in een gewone dagopleiding. Daarbij moet je denken aan:
- de professionele uitwerking en realisering van ontwerpen;
- de confrontatie van het ontwerp met de regelgeving, financieringsmogelijkheden en de vele andere partijen en disciplines die bij een bouwproces betrokken zijn;
- de vaardigheid om een ontwerp geaccepteerd te krijgen en de uitgangspunten ook tijdens de uitvoering overeind te houden.
De combinatie van studie en werk vergroot ook je inzicht in de discipline en de eigen ontwikkeling. De praktijkervaring stelt je namelijk in staat om de relevantie van het onderwijs te beoordelen en omgekeerd biedt het onderwijs je een kritische blik op de kwaliteit van je eigen werk en werkomgeving. In de reflectie op beide gaat het steeds om een dubbele vraagstelling: “wat heb ik in mijn beroepspraktijk aan mijn studie en wat heb ik in mijn studie aan de beroepspraktijk?” Deze reflectie als onderdeel van de opleiding leidt tot een wezenlijke verdieping van je professionele vorming.
Maar de combinatie van werk en studie draagt er vooral toe bij tot een snelle persoonlijke en professionele groei ontwikkeling: in slechts vier opleidingsjaren maak je een ontwikkeling door van bouwkundige tot ontwerper/architect.
Eisen werkplek
Een voorwaarde om aan de Academie van Bouwkunst te studeren is dat je daarnaast in de beroepspraktijk werk verricht op een voor de opleiding relevante werkplek. In de regel is dat een architectenbureau.
Van een werkplek wordt verwacht dat er:
- ontwerpen worden gemaakt en gerealiseerd;
- sprake is van een stimulerende en uitdagende werkomgeving met voldoende voorwaarden voor jouw om je te ontwikkelen tot architect;
- een infrastructuur van voldoende niveau is: beschikbaarheid van vakliteratuur, documentatie over regelgeving en materialen, mogelijkheid tot discussie over het vak met collega’s etc.;
In de loop der tijd moet je met alle onderdelen van het proces van ontwerp tot realisatie te maken krijgen en inzicht verwerven in de samenhang tussen de verschillende onderdelen.
Mocht je hierover nog vragen hebben neem dan contact op met de coördinator Beroepspraktijk.