|
Propedeuse van de opleiding Bouwkunde
Algemene Bouwkunde is een brede opleiding. Je leert alle aspecten van het toekomstige werk van een bouwkundig ingenieur (bachelor of built environement) kennen. De studie duurt vier jaar en is opgebouwd aan de hand van thema's. Binnen de thema's volg je theoretische en ondersteunende vakken zoals bijvoorbeeld inleiding bouwkunde, bouwmaterialen, architectuurgeschiedenis, Engels en taalbeheersing. Naast het werken aan de thema's is het vak technisch rekenen een belangrijk studieonderdeel. Hierbinnen vallen de vakken wiskunde en toegepaste mechanica (krachtenleer).
|
Het eerste jaar van je studie (de propedeuse) staan er vier thema’s centraal. Dit zijn: 1. Bouwen 2. Draagstructuren 3. Omhulling 4. Inbouw/afbouw
Vakken en vaardigheidstraining ondersteunen je om het project goed te kunnen uitvoeren. |

|
Reële situaties Aan de hand van reële situaties maak je kennis met de partijen die een rol spelen in je latere werk en leer je meer over je eigen rol als bouwkundig ingenieur in dienst bij een van die partijen. Denk bijvoorbeeld aan architectenbureaus, aannemers, gemeenten, professionele opdrachtgevers of ingenieursbureaus.
Bij het thema 'draagstructuren' wordt bijvoorbeeld samen met een groepje medestudenten de draagstructuur van een gebouw of een deel van een gebouw onderzocht. Bij elk gebouw of bouwwerk, in welke vorm dan ook, is er altijd sprake van een draagstructuur. Het ontwerpen van een draagstructuur is best lastig, want je hebt natuurlijk liever geen kolom voor een raam, of bij een sporthal een kolom op de middenstip van een zaalvoetbalveld. Als het gebouw al een aantal jaren in gebruik is en iemand krijgt het idee om er nog een verdieping bovenop te bouwen, dan is dat niet altijd mogelijk. In feite moet daar in het begin al rekening mee gehouden worden. Al dat soort dingen en meer komen aan de orde bij het thema 'draagstructuren'.
Weer en wind Bij de overige thema's in het eerste jaar leer je hoe gebouwen weergegeven worden door middel van schetsen en bouwkundig tekenen met de computer. Ook weet je aan het eind van het eerste jaar hoe je een bouwkundige constructie maakt die bij weer en wind overeind blijft staan en waarin mensen droog blijven. Binnen de thema's krijg je hulp van docenten en coaches. De contacttijd met hen is bijna 20 uur per week. De overige uren heb je nodig om zelfstandig te werken aan de projectopdrachten: individueel of met je projectgroep.
|