Bij de Academie voor Sociale Studies liggen je mogelijkheden voor een stage of werkplek niet alleen in Nederland. Je kunt tijdens je studie al over de grenzen van ons land kijken en naar het buitenland gaan, bijvoorbeeld voor een stage.
Hieronder lees je de ervaring van Laura Hage die tijdens haar stage in Zuid Afrika naar een conferentie van de National Association of Child Care Workers is geweest.
'In de late namiddag kom ik aan in de op twee na grootste stad van Zuid-Afrika, Durban. De zon heeft zijn koers naar de horizon gezet, maar de temperatuur blijft aangenaam in het altijd tropische Kwazulu Natal. Met Indische, Engelse en Zulu-invloeden is Durban een ware smeltkroes van exotische culturen. Men noemt Zuid-Afrika wel the rainbow-nation, Durban is het bewijs.

Grote verschillen
Zoals overal in dit land, zijn ook in Durban de tegenstellingen enorm. De taxi voert me langs townships en luxe villa’s. Ik zie prachtige stranden waar twaalf maanden per jaar wordt gesurft. Marktkoopmannen roepen om het hardst om hun goederen aan de man te brengen. Ze verkopen hier werkelijk alles, van groente en fruit tot kleding en souvenirs. Bedelaars hangen in een dronken roes rond in de chaos van het busstation. Bij het stadhuis staan luxe BMW’s geparkeerd.
Ik ben hier voor de conferentie van de National Association of Child Care Workers. Het is een voorrecht om erbij te zijn, een mooie kans om mijn visie op sociaal werk in dit land te verbreden. Eén nadeel zit er aan dit uitstapje: ik ben jarig, mijn 25-ste verjaardag. Dat wordt een feestje in m’n uppie in een hotelkamer.
Feestconferentie
Op de universiteit is het een drukte van belang. 1200 child & youth care workers zijn hier vanuit alle hoeken van de wereld samen gekomen. Ik hoor over mensen die van het noorden van Zimbabwe naar Durban zijn gelift. Ze hebben dagen over de reis gedaan. Ik zie mensen in traditionele kledij, ik herken Zulu’s, Venda’s en Xhosa’s.
Het woord conferentie roept bij mij beelden op van statige personen die in grijze pakken hun publiek vervelen met eindeloze monologen. Niets blijkt minder waar. De NACCW- conferentie wordt geopend met een gebed, zoals alle officiële bijeenkomsten in dit land.
Na een kort welkomstwoord barst een feest los. Mensen staan op en beginnen te zingen en te dansen. Iedereen doet mee en wie de woorden niet kent, verzint zijn eigen tekst. Er zijn spandoeken met namen van alle landen en provincies. Dit belooft wat voor de komende dagen. Van alles wat ik verwacht had, is dit wel het laatste. Ik kijk mijn ogen uit!
Verjaardag
Binnen een paar uur maak ik vrienden. Als ik vertel dat ik jarig ben, staan ze erop die te vieren. Ze eisen het… en ze doen het. Later die avond vieren we dus toch mijn verjaardag. We drinken, dansen, zingen verjaardagsliedjes en eten slagroomtaart met onze handen want vorkjes hebben we niet.
Ze hebben ook een cadeau: ze geven me een Tswana-naam. Tsholofelo, dat betekent hoop. En hoop heb ik, besef ik met een glimlach, voor alle kinderen van dit prachtige land en voor al die fantastische child care workers die hen vol passie een nieuwe toekomst bieden.'
Laura Hage,
derdejaars Sociaal Pedagogische Hulpverlening
Bron: HanzeMag, jaargang 13, nummer 2