Ivonne Lesman – Leegte heeft in 1989 haar diploma HBO-V behaald aan de Academie voor Verpleegkunde. Na deze opleiding studeerde Ivonne gezondheidswetenschappen te Maastricht. Ze verrichtte haar promotieonderzoek aan de afdeling Cardiologie van het UMCG. Het onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Hartstichting. Lesman-Leegte blijft ook na haar promotie als onderzoeker en projectmedewerker werkzaam in het UMCG. De titel van haar proefschrift: ‘Quality of life and depressive symptoms in patients with heart failure’. Mede dankzij haar bevindingen wordt er in het UMCG extra aandacht besteed aan depressieve symptomen bij patiënten met hartfalen.
Hieronder geeft Ivonne Lesman – Leegte een toelichting op haar promotieonderzoek. Voor meer informatie over haar carrière en haar huidige functie, klik hier.
Nieuwe inzichten in de begeleiding van hartfalenpatiënten
Sinds juli 2002 ben ik gestart met mijn promotietraject in het UMCG. Het promotietraject was onderdeel van mijn baan als onderzoeker voor de Coordinating study evaluating Outcomes of Advising and Counseling in Heart Failure (COACH) studie. Deze wetenschappelijke studie heeft onderzocht in hoeverre patiënten met chronisch hartfalen die naast de standaardzorg extra voorlichting en begeleiding krijgen, langer overleven en minder snel worden heropgenomen vergeleken met patiënten met chronisch hartfalen die deze extra voorlichting en begeleiding niet hebben ontvangen. Deze extra voorlichting en begeleiding werd in verschillende vormen aangeboden: een minder intensieve en een zeer intensive vorm van voorlichting en begeleiding. Ook werd nagegaan wat de effecten zijn met betrekking tot kwaliteit van leven en kosten van de gezondheidszorg. Daarnaast werd onderzocht wat de onderliggende redenen zijn voor het optreden of uitblijven van succes van een dergelijke voorlichting en begeleiding. In 2006 is de COACH studie afgerond en in april 2007 zijn de resultaten van deze grote studie gepresenteerd op verschillende Nederlandse en Internationale congressen. De resultaten lieten zien dat hartfalenpatiënten die extra begeleiding en voorlichting krijgen niet per definitie allemaal minder vaak worden heropgenomen. Wel lijkt het erop dat deze patiënten minder snel overlijden. Er werd een (statistisch niet significante, maar) klinisch zeker relevante vermindering van 15% in sterfte gevonden bij hartfalenpatiënten die extra begeleiding en voorlichting kregen (zie ook bijgevoegd persbericht).
Samen met 3 andere collega’s is het COACH onderzoek uitgevoerd. Ieder van ons heeft een proefschrift geschreven op een onderwerp uit het COACH onderzoek. Ik heb mijn proefschrift geschreven over kwaliteit van leven en depressieve symptomen bij patiënten met hartfalen. Uit mijn onderzoek kwam naar voren dat meer dan een derde van de patiënten met hartfalen kampt met depressieve symptomen. Vrouwen hebben vaker last van depressieve gevoelens dan mannen, zo blijkt. Ook blijkt dat patiënten met ernstige depressieve symptomen vaker opnieuw worden opgenomen in het ziekenhuis dan patiënten zonder en met minder ernstige depressieve symptomen. Deze heropnames duren bovendien gemiddeld langer. Door depressieve klachten beter te herkennen en te behandelen, kan de kwaliteit van leven van deze patiënten verbeterd worden. Voor veel hartfalenverpleegkundigen en cardiologen is dit nieuw. Tot nu toe wisten zij niet dat zoveel patiënten depressief zijn, met name vrouwen. Door deze klachten beter te herkennen en te behandelen, verbetert de kwaliteit van leven van deze patiënten.
Mede door mijn onderzoek wordt er in het UMCG extra aandacht besteed aan depressieve symptomen bij patiënten met hartfalen. Een Nurse Practitioner van de afdeling psychiatrie heeft regelmatig contact met het behandelteam voor hartfalen (cardioloog, hartfalenverpleegkundige). Hij analyseert de depressieve symptomen en behandelt de patiënt. Mijn onderzoek heeft aangetoond dat het goed zou zijn als aandacht voor depressieve symptomen een standaard onderdeel wordt van de behandeling aan patiënten met Hartfalen. Met name bij vrouwen en bij patiënten die ook andere lichamelijke klachten hebben is opmerkzaamheid geboden. Op 19 december 2007 ben ik aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd in de Medische Wetenschappen.