Beeldhouwkunst is tegenwoordig een ruim begrip. Over het algemeen worden ruimtelijke kunstwerken, zoals portretten, bustes, standbeelden, beeldengroepen en torso's, onder beeldhouwkunst verstaan. Tegenwoordig kun je ook denken aan ruimtelijke installaties, environments en land art.
Beeldhouwen onderscheidt zich van de andere beeldende kunsten door het feit dat de kunstenaar ruimtelijke, driedimensionale werken maakt.
Volgens de meest letterlijke betekenis van het woord bewerkt een beeldhouwer steen of hout met een hamer en beitel om er een beeld van te maken. Een beeld gemaakt uit harde materialen door wegnemen (hakken of houwen) noem je een sculptuur. Een door toevoeging van zachte materialen gemaakt beeld is een plastiek. Het samenvoegen van bestaande materialen noem je assemblage.
Natuursteen, beton, hout, kunststoffen, klei, was, gips en allerlei gevonden en/of gekochte materialen kunnen grondstoffen voor de beeldhouwer zijn.
De kosten voor een enkel beeldhouwwerk zijn hoog. Om van één object meerdere exemplaren in een serie te kunnen maken is de zogenoemde multiples onstaan. Deze kan in een beperkte oplage worden gemaakt. Zowel voor unica als voor multiples wordt vaak gebruik gemaakt van de giettechniek. Bij multiples komen de werken meestal in het geheel uit één mal. Voor de unica worden één of meerdere onderdelen apart gegoten en later samengevoegd tot een geheel.