|
Studie-inhoud
Globale studieopbouw Bio-informatica
|
|
Jaar 1 |
Jaar 2 |
Jaar 3 |
Jaar 4 |
|
Periode 1 |
Orde in chaos:
Cellen en weefsels
Vakken: biologie, informatica, chemie en presenteren |
DNA-onderzoek van een griepvirus |
Zoeken naar functies van eiwitten met therapeutische werking |
Stage |
|
Periode 2 |
De cel, fabriek van het leven:
celmetabolisme
Vakken: biologie, informatica, chemie en rapporteren |
Ontwerp van een DNA-chip voor malariadiagostiek |
DNA-onderzoek: overeenkomsten,
verschillen en verwantschap of
keuzethema laboratorium |
|
Periode 3 |
De harde schijf van de cel:
DNA-onderzoek
Vakken: biologie, informatica, chemie en statistiek |
Micro-arrays:
het opsporen van de oorzaak van ziekten |
Specialisatie Bio-informatica of minor (keuzevak) |
Afstudeeropdracht |
|
Periode 4 |
Genen en gezondheid:
Erfelijkheid
Vakken: biologie, informatica,wiskunde en statistiek
Solliciteren voor en plek in ons Honours talentprogramma?
|
Systeembiologie: complexe biologische systemen |
Specialisatie of minor |
Eerste jaar Het eerste jaar geeft een goed beeld van de rol van Bio-informatica binnen het biologisch, biomedisch en biotechnologisch onderzoek. De propedeuse bestaat uit thema’s waarin biologie en informatietechnologie hand in hand gaan. Je duikt de cel in en bestudeert de biologie van het erfelijk materiaal (DNA). Je leert efficiënt werken met je computer. Bij het vergaren van al die kennis word je geholpen door extra aandacht voor onderzoeksmethoden,(bio)chemie, microbiologie, informatica en statistiek. Je staat af en toe in het laboratorium waar je bijvoorbeeld zelf DNA isoleert. Je analyseert je resultaten op de computer met behulp van zelfgeschreven programma's en biomoleculaire databases. Je werkt vaak in groepsverband en je leert om te presenteren en rapporteren.
Aan het eind van je eerste jaar kun je solliciteren voor een plek in ons Honours talentprogramma.
Hoofdfase (tweede, derde en vierde jaar) De hoofdfase van je opleiding bestaat gedurende twee jaar uit thematische blokken waarin steeds een medisch of biologisch probleem uit de praktijk centraal staat. De verdieping van je (moleculair) biologische en informaticakennis staat centraal. Je leert biologische databases te gebruiken, ontwerpen en bewerken. Je oefent en verbreedt je informaticavaardigheden en je maakt eigen computerprogramma's en databases voor het oplossen van (moleculair) biologische en genetische problemen.
Je verdiept je in meer complexe statistiek en communiceert zo nu en dan in het Engels. Al doende ontwikkel je je tot allround bio-informaticaspecialist. Je traint je communicatieve vaardigheden en je houdt je bezig met probleemanalyses en rapportages van onderzoeken.
Specialisatie, minor en stage Halverwege het derde studiejaar kun je uit diverse richtingen kiezen. Je kunt je onder meer verder specialiseren in de bio-informatica of in de toepassing van de zogenaamde Grid-technologie in het onderzoek. Met Grid-technologie wordt door een speciale koppeling van computers veel extra rekencapaciteit gegenereerd. Denk bijvoorbeeld aan het analyseren van DNA van de mens voor het opsporen van genen. Er staat bij geen enkele andere hogeschool zoveel rekencapaciteit tot onze beschikking: direct, 24/7 en zonder bureaucratie. Dat is echt uniek!
Maar je kunt ook een minor (keuzeprogramma) kiezen, bijvoorbeeld een voorbereidende minor voor een master Bio-informatica.
In het vierde jaar van je opleiding ga je op stage en doe je een afstudeeropdracht bij een onderzoeksinstituut, een (academisch) ziekenhuis of een bedrijf in Nederland of in het buitenland.
|