Indonesië werkt ruim zestig jaar na de onafhankelijkheid nog steeds met oud Nederlands recht. De Groningse Elske Merkus smult daar als stagiaire HBO- Rechten van het ‘Burgerlijk Wetboek’ en ander koloniaal juridisch erfgoed. Ook doceert ze het vak Nederlands aan Indonesische rechtenstudenten: noodzakelijkerwijs nog steeds verplicht…!
Op de zoveelste verdieping van een wolkenkrabber in Jakarta bevindt zich het advocatenkantoor, waar Elske haar derdejaars stage loopt. Ze mijmert bij het uitzicht over de Indonesische metropool: “Een droom werd werkelijkheid. Ik was al langer geïnteresseerd in ons koloniale verleden.” Ze drijft daar wel een beetje ver in door, vindt ze zelf ook: “Ik heb veel over Nederlands Indië en tempo doeloe gelezen. Thuis in mijn studentenkamer heb ik een wereldkaart hangen met Nederlandse handelsroutes in de 17e eeuw. Daarop staat Australië nog als Nieuw Holland en New York als Nieuw Amsterdam.” Lachend: “Nu sta ik -zeg maar- met één been in dat koloniale verleden!”
Geld verdienen
Aan de wand hangen chique batik kleden, met figuratieve voorstellingen van handelsschepen van de Verenigde Oost- Indische Compagnie (VOC). Toch is de sfeer er informeel: Elske (23) loopt haar stage niet op pumps maar op slippers. Het Instituut voor Rechtenstudies van de Hanzehogeschool Groningen stimuleert buitenlandstages en deze match van Bureau Buitenlandstages (BBS) vindt ze geweldig. “Ik voel me als een vis in het water. Veel Indonesisch recht bestaat nog uit Nederlandse wetgeving van vóór de onafhankelijkheid. Ik schrijf eenvoudige juridische adviezen en soms mag ik zelfs al proberen om met partijen tot een vergelijk te komen.” Uit haar wetbundel steken gele memoblaadjes, ze werkt er zichtbaar veel mee. “Op school noemen we onze wetbundels ‘de Kluwer’ of ‘de Vermande’. Hier heet het wetboek ook naar de uitgever: ‘de Engelbrecht’. Die van mijn is van 1954, van na de onafhankelijkheid. De Indonesische Grondwet staat er in, nota bene in het Nederlands!” Merkus toont Hollandse handelsgeest: “Op Marktplaats heb ik wel wetbundels van hier zien staan voor een paar honderd euro. Vorige week heb ik voor een habbekrats al wat antieke exemplaren gekocht, daar kan ik thuis straks goed aan verdienen.”
‘Lindenbaum-Cohen’
Met advocaat Mirza Karim, haar in privaatrecht gespecialiseerde stagebegeleider, heeft ze het ook daarom zo getroffen. Boven zijn bureau hangt een handgeschilderd tegeltje met de spreuk: “Geld maakt niet gelukkig, gelukkig maken ze geld.” Karim spreekt zelf geen Nederlands, maar verstaat het wel. “Ons privaatrecht is helemaal op Nederlandse leest geschoeid. Ik kan met Elske brainstormen over het Burgerlijk Wetboek en Nederlandse jurisprudentie zoals uitspraken van de Hoge Raad in Den Haag. Vanmorgen hadden we het nog over het verschil tussen wanprestatie en de onrechtmatige daad uit artikel 1401 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dan gaat het ook over ‘de Zutphense Waterjuffer’ uit 1910 en het baanbrekende arrest ‘Lindenbaum/Cohen’ uit 1919.”
Elske leert haar collega’s op juridisch gebied jongleren met huidig Nederlands recht. “Volgende week geef ik een presentatie over de verschillen tussen het Oud BW van 1838 en het Nieuw BW zoals we dat in Nederland sinds 1992 hebben.”
Geen rancune
Er geldt nog meer Nederlands recht in Indonesië, bevestigt professor Safri Nugraha, dean van de juridische faculteit van de Universiteit van Indonesië. “Ook ons Strafrecht en bijvoorbeeld het Handelsrecht zijn nog Nederlands. Ik vind het prachtig dat jonge Nederlanders stage lopen in onze advocatuur. Zelf heb ik er jaren in een studentenflat in de wijk Selwerd gewoond vanwege mijn masters en mijn PhD aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).” Hij bracht recent een kennismakingsbezoek aan de Hanzehogeschool Groningen met studentenuitwisseling als doel. Van rancune over het koloniale verleden wil hij niet weten. “We krijgen regelmatig gastdocenten uit Nederland. Er is in taal en cultuur veel gemeenschappelijk met Nederland. Ik ontmoet er veel mensen met Indische wortels en op de laatste Pasar Malam in Den Haag heb ik zelf nog meegespeeld in een band!”
Nederlandse les verplicht
Door toedoen van professor Nugraha geeft Elske Merkus wekelijks Nederlandse les aan lokale rechtenstudenten: voor hen verplichte kost. Ze ondersteunt de reguliere docent, een Indonesische vrouw van in de tachtig. De Groningse staat dan haar mannetje voor een groep van vijftig jonge juristen: “In het begin schrok ik. Studenten komen te laat of gaan eerder weg en zitten te kletsen, te pingen of op hun smart phone mail te checken.” Merkus maakte daar korte metten mee. “Ik heb ze meteen verteld dat studenten in Nederland tijdens college gewoon opletten. Ik stel me actief op en bespeel de zaal. Ik loop tijdens de les tussen de rijen door. Ik leer ze Nederlandse zinnen te ontleden, altijd zinnen die iets met het recht te maken hebben. Als iemand zit te dromen geef ik een beurt: dan moeten ze naar voren komen en opgaven voor de microfoon oplezen.” Met triomfantelijke blik: “In de supermarkt kwam ik een student tegen die zei: ‘U bent wel een strenge juffrouw!’.”
Marius Bremmer