Nederlands  |  English  |  English  |  Deutsch  |  Deutsch  |  中文  |  中文  |  Русский  |  Русский  |  Български  |  Български
Home  |  Contact  |  Zoek  |  Sitemap  |  Vacatures  |  Disclaimer
Zwemschool Beroepskolom Sport Groningen Sportbureau




Onderwijsvisie

Om een succesvolle aansluiting van verschillende opleidingen voor leerlingen en studenten te kunnen realiseren is, naast een naadloze aansluiting van het inhoudelijke programma, ook een pedagogisch/didactische aansluiting essentieel.  
Onderstaande uitgangspunten geven de onderwijsvisie van de verschillende opleidingen van de Beroepskolom Sport Groningen weer.

 

Het leren vindt zo veel mogelijk plaats in de praktijk

Het (beroepsgerichte) leren vindt zoveel mogelijk plaats in authentieke praktijksituaties (stages), maar ook praktijksituaties die zijn nagebootst.

Leerlingen en studenten werken in deze praktijksituaties aan beroepsproducten. Beroepsproducten zijn producten die een professional moet kunnen opleveren om zijn werk goed uit te kunnen voeren. Een beroepsproduct van de leraar lichamelijke opvoeding is bijvoorbeeld 'een les bewegingsonderwijs'. Voor een sportmanager zou een beroepsproduct een 'marketingplan' kunnen zijn. Uiteraard moeten de beroepsproducten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen.
In projecten, werk- en hoorcolleges, workshops, training van vaardigheden en andere ondersteunende werkvormen wordt altijd de relatie gelegd met de beroepspraktijk en beroepsproducten.


De leerling / student  is verantwoordelijk voor en geeft sturing aan zijn eigen ontwikkeling.

Binnen de gehele Beroepskolom wordt gestreefd naar afnemende sturing van docenten en toenemende zelfsturing door de leerlingen en studenten. Er worden (ped)agogische werkwijzen en instrumenten gebruikt om de leerlingen en studenten te helpen deze zelfsturing te ontwikkelen. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: ontwikkellijnen (van beginner naar expert), 360° of 180° feedback, coachings- en mentorgesprekken.

Bij iedere leerling / student is er op dit punt sprake van groei en ontwikkeling. Voor een goede ontwikkeling is het belangrijk dat de leerling / student van zichzelf een realistisch beeld heeft en dat dit is vastgelegd in een portfolio.

 

In het werken aan beroepsproducten worden competenties ontwikkeld.

In het werken aan beroepsproducten in een realistische context zijn kennis, vaardigheden en beroepshouding op een ‘natuurlijke wijze’ geïntegreerd (competententies). Dat betekent niet dat ze niet expliciet onderscheiden, benoemd en beoordeeld kunnen worden. In het vroege stadium van persoonlijke, professionele ontwikkeling helpt het leerlingen / studenten bewust te worden van deze verschillende aspecten van hun ‘performance’ en hieraan gericht te werken.

Bij de beoordeling van de ontwikkelde beroepsproducten worden ook kennis, eigen vaardigheden en beroepshouding onderscheiden. Specifiek gerichte reflectie en feedback van anderen (bijvoorbeeld uit werkveld ) op zowel het werkproces als het resultaat kunnen hier een belangrijke bijdrage leveren.

 

In de opleiding is er veel aandacht voor reflectie op het leersproces

Aandacht voor het leerproces en niet alleen het leerresultaat dient vanzelfsprekend te zijn in de gehele Beroepskolom. Reflectie en feedback m.b.t. een uitgevoerde activiteit, project of een geleverd beroepsproduct zijn belangrijke momenten in het leerproces en de ontwikkeling van de leerling / student. Reflectieverslagen, intervisie en allerlei gespreksvormen kunnen hiervoor worden ingezet. Docenten en begeleiders met coachingscompetenties zijn hiervoor onmisbaar.


De ontwikkeling van leerling / student verloopt zoveel mogelijk als een continu proces.

De schoolloopbaan die door verschillende schoolorganisaties wordt vormgegeven, dient daarbij voorwaardenscheppend en ondersteunend te zijn. Leerlingen en studenten dienen zo vroegtijdig mogelijk gescreend te worden op hun doorstroomambities en -potenties. Dat maakt het mogelijk hen de kans te geven tijdig te werken aan eisen/wensen die er m.b.t. tot de (versnelde) doorstroom bestaan. De school zou daartoe differentiatiemogelijkheden moeten bieden.

Over de verschillende schoolvormen heen dient er afstemming te zijn op het gebied van competentieontwikkeling en het curriculum. Naast deze programmatische afstemming zijn tevens andere samenwerkingsvormen van belang: (Mede)beoordelen van proeven van bekwaamheid door de navolgende school en gezamenlijke ‘standaarden’ met het oog op doorgaande ontwikkeling en overdracht (bijvoorbeeld een portfolio)

Ook buiten de reguliere opleidingen ontwikkelen leerlingen en studenten competenties. Voor de E(rkenning) van V(erworven) C(ompetenties) daarvan, dienen er procedures en assessments beschikbaar te zijn.

In de latere fase van de professionele ontwikkeling, waarin sprake is van ‘volledige’ zelfsturing door de leerling / student kan een Persoonlijk Ontwikkelings Plan het middel voor de doorgaande ontwikkeling zijn.

 

De niet vakmatig/methodische competenties (sociaal communicatief, leren leren, organisatie en planning) spelen een belangrijke rol in de uitvoering en beoordeling van activiteiten.

Het niveau van de niet vakmatig/methodische competenties is een doorslaggevende succesfactor in de schoolloopbaan van een leerling / student. De ontwikkeling van deze competenties moet dan ook als een rode draad expliciet aandacht krijgen in de opleidingen. Dat kan structureel bij elke beoordeling, maar ook in een periodieke reflectie. Een duidelijke ontwikkelingslijn met voor de leerling / student duidelijke prestatieindicatoren is hierbij onmisbaar.  Coachende feedback, reflectie op eigen gedrag en dat van anderen zijn hierbij geëigende werkvormen.

Een portfolio kan hierbij een bruikbaar hulpmiddel zijn.