 |
De NVAO borgt op onafhankelijke wijze de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. De commissie, die bestaat uit zogenaamde domeindeskundigen, beoordeelt een keer in de vier jaar alle opleidingen in Nederland. In 2008 is het Instituut voor Sportstudies beoordeeld. Zowel de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding (ALO) als de opleiding Sport, Gezondheid en Management (SGM) bevinden zich in de top 3 van Nederland. De ALO is zelfs als beste van Nederland beoordeeld.
De commissie onderzoekt de opleidingen op 21 verschillende facetten en onderwerpen. Ze leest documenten, beoordeelt onderwijsmateriaal, spreekt met docenten, studenten en het werkveld en geeft daar vervolgens een oordeel over. |
ALO
De ALO scoort op 15 onderdelen goed en op de overige 6 voldoende. Daarmee heeft ze het beste resultaat van alle ALO’s in Nederland. De Academie voor Lichamelijke Opvoeding krijgt hier mee het NVAO-keurmerk.
De opleiding profileert zich door een accent op de brede sportleraar in binnen- en buitenschoolse taken te leggen en is hiermee “leading” voor de andere opleidingen in Nederland. Zij is tevens toonaangevend voor andere LO-opleidingen door haar actieve deelname aan nationale en internationale projecten. Wat opvalt, is dat vooral op het onderdeel ‘Programma’ erg goed wordt gescoord! De studielast en de beoordeling/toetsing wordt door de accreditatiecommissie als enige opleiding met “goed” beoordeeld. Een uitslag waar we trots op zijn.
SGM
SGM scoort 14 x goed en verder op alle andere facetten een voldoende. Daarmee is ook SGM als een goede opleiding beoordeeld en krijgt eveneens het NVAO-keurmerk. Vergelijking met andere SGM opleidingen in Nederland is nog niet mogelijk. Duidelijk is wel dat de major SG zich ten opzichte van andere opleidingen onderscheidt door zich specifiek te richten op preventiekant van de gezondheidswetenschap. Centrale thema’s zijn gedragsverandering en ondernemen en managen, gericht op het verder ontginnen van het werkgebied van sport en gezondheid.
Instituut voor Sportstudies, Hanzehogeschool Groningen
Zeer positief is de NVAO commissie over het instituutsbreed opleiden van studenten opgeleid tot flexibel inzetbare werknemers in meerdere nationale en internationale contexten en in de (sport)arbeidsmarkt. Afgestudeerden kunnen goed samenwerken met medewerkers uit meerdere disciplines binnen het sportdomein en zijn in staat om problematieken van verschillende kanten te kunnen overzien en op een specialistische manier aan te pakken.
De beroepspraktijk
Gedurende de hele opleiding is er door de combinatie van het werken aan de beroepsproducten en het onderwijs, een goede samenhang tussen de praktijk en de theorie.
Werkvormen en evenementen
In de beide opleidingen worden verschillende werkvormen gehanteerd, zoals
hoorcolleges, werkcolleges, practica, trainingen en het werken in projecten. Daarnaast hebben de propedeuse en de majors van de beide opleidingen diverse sporteigen werkvormen/ onderwijsactiviteiten. In de propedeuse zijn dit een outdoor Ardennenweek, een sportstimuleringscongres, een watersportkamp en een internationale week. Door de mix van aanbiedingsvormen, namelijk probleemgestuurd onderwijs, projectonderwijs, virtueel leren en duaal onderwijs, wordt zo goed mogelijk aangesloten bij verschillende leerstijlen van de studenten.
Sportfaciliteiten
De studenten van de beide opleidingen, met wie het panel heeft gesproken, toonden
zich in hoge mate tevreden over de voorzieningen. Het panel is onder de indruk geraakt van het nieuwe gebouw en de daarin aanwezige sportfaciliteiten.
Werkgeversonderzoek
Uit het Werkgeversonderzoek SGM (november 2007) blijkt dat gemiddeld 88% van de
werkgevers van mening is dat studenten precies goed (of beter dan dat) toegerust zijn
om hun taken uit te voeren. Voor ALO (SO) blijkt dat 90% deze mening is toegedaan
Bron: NQA - visitatie Hanzehogeschool Groningen, Inst. voor Sportstudies: opleidingen 2/69 ALO en SGM (vt)