Nederlands  |  English  |  Deutsch  |  中文  |  Русский
Home  |  Contact  |  Zoek  |  Sitemap  |  Vacatures  |  Disclaimer
Lerarenopleiding Basisonderwijs (Pabo) Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs Verkorte voltijdopleiding tot Leraar Basisonderwijs




Studie-inhoud

Propedeuse
Studiejaar 1: Opleidingsbekwaam
In het eerste studiejaar oriënteer je je op het beroep van leraar. Aan het eind van dit jaar weet je zeker of de studie bij jou past. Je start met een geweldige introductieweek waarin je kennismaakt met de Pabo, je studiegenoten en ook al met het werkveld. Daarna voel je je meteen thuis!

De eerste helft van dit studiejaar bereid je je voor op het werken met leerlingen op de basisschool. Je vergroot je eigen kennis en vaardigheden en je wordt je ervan bewust wat het betekent om de rol van toekomstig leraar te vervullen, welke kennis en vaardigheden je nodig hebt en welke houdingaspecten van belang zijn. Je leert ook hoe je je kunt ontwikkelen. Wat je als leraar moet kennen en kunnen is voor alle vakken, vastgesteld en vastgelegd in de ‘Kennisbases voor de Pabo’.

Veel vakken die je volgt op de Pedagogische Academie geef je ook op de basisschool. In het eerste en tweede studiejaar werk je vooral aan (vak)kennis en (vak)didactiek, vaardigheden en houdingsaspecten. Je besteedt veel tijd aan Sociale Wetenschappen (pedagogiek, didactiek, ontwikkelingspsychologie, onderwijssociologie, groepsdynamica, onderzoeksvaardigheden en praktijkgericht onderzoek), Nederlandse taal, Engels, Rekenen-Wiskunde. Daarnaast volg je in elk blok het onderwijs in één van de clusters:
•• Science (biologie, natuurkunde, wetenschap en techniek, aardrijkskunde);
•• Mens en Samenleving (geschiedenis, levensbeschouwing, burgerschapsvorming, cultuureducatie/cultureel erfgoed, aardrijkskunde);
•• Kunst en Cultuur (beeldende vorming, dans en drama, muziek, cultuureducatie/cultureel erfgoed);
•• (Senso)motoriek (handschrift, bewegingsonderwijs en sport, sociale redzaamheid, gezond gedrag).
Bij alle vakken en clusters pas je Informatie-, Communicatie en Mediakunde toe.

In het tweede deel van het studiejaar maak je kennis met de beroepspraktijk. Je start met een week op een basisschool en de rest van het jaar is deze basisschool voor één dag per week jouw werkplek. Onder verantwoordelijkheid, sturing en begeleiding van de coach, leer je lessen en leeractiviteiten verzorgen in een onderbouwgroep en een bovenbouwgroep.

Aan het einde van dit studiejaar toon je aan dat je geschikt bent voor het beroep door ondermeer voldoende studiepunten (2/3 van het te behalen aantal studiepunten, meestal minimaal 40 EC’s) en de verplichte toetsen (eigen vaardigheden taal en rekenen) te halen. Voldoe je niet aan deze twee eisen, dan krijg je een negatief Bindend Studie Advies, wat betekent dat je de opleiding helaas moet verlaten. Als je alle studiepunten van het eerste studiejaar behaald hebt, krijg je je propedeuse.

Taal- en rekentoets
Voor alle pabo-studenten in Nederland zijn de CITO Taal- en WISCAT-toets verplicht. Dit zijn toetsen eigen vaardigheid op het gebied van taal en Rekenen-Wiskunde. Beide toetsen moet
je in het eerste studiejaar halen - je mag de toetsen maximaal drie keer doen.

Hoofdfase
Studiejaar 2: Beroepstaakbekwaam
In het tweede studiejaar verdiep je en verbreed je je kennis, vaardigheden en houdingsaspecten.

In september start je met een hele week op de basisschool, daarna ga je elke week één dag naar deze school en werk je vooral in één groep. Na een half jaar sluit je je ervaring in deze groep af en ga je naar een andere groep op dezelfde school. Je start weer met een hele week en je blijft tot de zomervakantie één dag per week bij je nieuwe groep. Je hebt intussen meer ervaring en kunt, onder verantwoordelijkheid van de coach, een dagdeel lessen of leeractiviteiten verzorgen. Aan het einde van dit studiejaar maak je een keuze voor je specialisatie ‘het jonge kind’ of ‘het oudere kind’.

Studiejaar 3: Werkplekbekwaam
Je gaat je in het derde jaar en vierde jaar richten op je specialisatie: ‘het jonge kind’ (groep 1 tot en met 4), of ‘het oudere kind’ (groep 5 tot en met 8). Je verdiept je kennis, vaardigheden en houdingsaspecten gericht op de doelgroep van je keuze.

Er is veel aandacht voor het signaleren en diagnosticeren van leer- en ontwikkelings-problemen en het samenstellen van passende onderwijsarrangementen. Je onderzoeks-vaardigheden breng je in praktijk door een onderzoek te doen op je basisschool gericht op de doelgroep van je keuze. In september start je met een hele week op de basisschool, daarna ga je elke week twee dagen naar deze school. In februari wissel je binnen je doelgroep van klas en ben je, na de eerste hele week, weer twee dagen per week op dezelfde basisschool. Niet meer de coach, maar jijzelf kunt steeds meer sturing geven aan je handelen in de beroepspraktijk. Je bent in staat om lessen en leeractiviteiten voor enkele aaneengesloten dagen te verzorgen. Aan het einde van dit studiejaar toon je aan dat je voldoende toegerust bent om te starten als Leraar In Opleiding (LIO) in het vierde en laatste studiejaar.

Studiejaar 4: Startbekwaam
In het vierde studiejaar werk je als Leraar In Opleiding (LIO) een half jaar in een basisschool en besteed je een halfjaar aan een minor of een specialisatie.

In september of in februari start je met je LIO-stage. Dan draag je zelfstandig de verantwoordelijkheid voor alle beroepstaken gedurende de hele werkweek. Je werkt met leerlingen die behoren tot de doelgroep die je in derde studiejaar hebt gekozen. Ook doe je tijdens je LIO praktijkgericht onderzoek en werk je de resultaten uit in een onderzoeksscriptie. Je bent in staat om kritisch naar je eigen functioneren te kijken.
De minor of specialisatie start in september of februari. Je verdiept je kennis als je voor een specialisatie kiest en je verbreedt je kennis als je voor een minor kiest.

Voorbeelden van specialisaties zijn:
•• Bewegingsonderwijs (leidt op voor de aanvullende bevoegdheid);
•• Daltononderwijs;
•• Muziek en cultuureducatie;
•• Speciaal onderwijs;
•• Onderwijs (universiteit/hogeschool) buitenland.

Voorbeelden van minoren zijn:
•• Integraal Jeugdbeleid;
•• Gedeeld leiderschap in scholen;
•• Science in het onderwijs;
•• Create Your Future in Europe.

Aan het einde van je opleiding toon je aan dat je startbekwaam bent en professioneel kunt functioneren. Je verantwoordt je aanpak en je handelen vanuit theorieën, methoden, vakconcepten en werkmodellen. Je hebt een eigen mening en visie gevormd en je kunt deze onderbouwen vanuit de theorie en aan anderen presenteren.
Je bent in staat om je kennis en inzichten toe te passen in allerlei situaties en problemen uit de beroepspraktijk doeltreffend op te lossen. Vanaf dit moment ben je een startbekwame leraar die zijn professionele loopbaan in het onderwijs kan beginnen!