De basisbaan moet zich nog waarmaken

De WRR had 15 januari 2020 uitgekozen om haar rapport Het betere werk naar buiten te brengen. Inclusief bijlage omvat het rapport 289 pagina’s. De pagina’s 181 tot en met 183 gaan over de basisbaan. Slechts drie pagina’s, maar wel de pagina’s waar in de pers en politiek de meeste aandacht naar uit is gegaan. Het rapport laat nog veel vragen open.

Ook de politiek heeft gereageerd, zowel voorstanders als tegenstanders. De WRR lijkt met haar rapport in het eerste kamp te zitten. Ze wijst op haar pagina’s naar de opbrengsten werk; hoger welzijnsniveau, minder gezondheidsklachten en daardoor lagere kosten voor de gezondheid en meer maatschappelijke betrokkenheid en samenhang. Maar...en dan komt de aap uit de mouw; de WRR schrijft dat de gemeenten vermoeden dat basisbanen dezelfde positieve effecten zullen hebben. Maar is dat wel zo?

Er is onderbouwing nodig
Laat het duidelijk zijn, al jaren ben ik pleitbezorger voor de basisbaan. Maar de onderzoeker in mij wil wel graag onderbouwd zien dat de basisbaan een succes is. Beleid maken op aannames is zeer riskant, zo blijkt uit de recente evaluatie van de Participatiewet. Wat op papier sluitend is, kan in de complexe werkelijkheid wel eens los zand blijken te zijn. Er zijn nog veel vragen te beantwoorden, voordat we massaal moeten overstappen met het invoeren van de basisbaan voor bijstandsgerechtigden. 

Geparkeerd worden in de basisbaan
Van de Melkertbanen kunnen we leren dat het zeer belangrijk is duidelijk te omschrijven voor wie de basisbanen bedoeld zijn. Een omschrijving als ‘langdurig in de bijstand met geen kans op een reguliere, betaalde baan’ laat te veel ruimte over voor discussie over wat langdurig is (bij de Melkertbanen was dat langer dan 1 jaar werkloos), maar ook over wanneer iemand geen kans meer heeft op een reguliere baan. Lopen we niet het risico dat mensen, die een reguliere baan kunnen bemachtigen, geparkeerd worden in de basisbaan? Aan de andere kant is het een gegeven dat sommige bijstandsgerechtigden, ondanks alle inspanningen van iedereen, het nooit is gelukt een baan te vinden. Maar hoe onderscheiden we in de praktijk beide groepen?

Wegen de kosten op tegen de maatschappelijke baten?
Belangrijk is ook dat daadwerkelijk wordt vastgesteld dat bij de basisbaners zich de genoemde positieve effecten voordoen. Er is onderzoek gedaan onder werkenden en werklozen. De basisbaners zitten daar ergens tussenin. Het is dus een andere groep, die mogelijk anders reageert op structureel werk. Het kost bovendien geld. Niet alleen de baan zelf, maar ook het organiseren van het werk en de benodigde begeleiding. Basisbaners vinden namelijk niet voor niets geen plek op de arbeidsmarkt. Vaak kampen ze met allerlei sociaalpsychologische belemmeringen, die aandacht behoeven. Wegen de kosten op tegen de maatschappelijke baten?

Wie organiseert de basisbanen?
Maar ook het organiseren van het werk is niet vanzelfsprekend. In het bedrijfsleven organiseert de ondernemer het werk. Wie organiseert de basisbanen? En kan deze partij dat duurzaam doen? Het werk mag bovendien niet concurreren met reguliere arbeid, want dat is er sprake van verdringing. Het moet bovendien passend zijn bij de mogelijkheden en wensen van de basisbaner. Wat voor een werk is dat dan?

Kortom, er zijn nog vragen zat te beantwoorden. Laten we voorlopig voorzichtig zijn en hier en daar experimenteren. De valkuil is namelijk dat we door politiek gedrevenheid stappen gaan zetten, waar we later spijt van hebben. Door lokaal onderzoek te doen, kunnen we leren wat er mogelijk is met de basisbanen en hoe ze vorm te. Pas als we precies weten hoe het zit, lijkt het me opportuun om het politiek-ideologisch debat te voeren over het wel of niet invoeren van basisbanen.


{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}