De lege huls van de verplichte tegenprestatie

De staatssecretaris is voornemens om de tegenprestatie voor iedereen verplicht op te leggen. De kans is groot dat zo'n verplichte tegenprestatie op papier wel wordt opgelegd, maar in de praktijk een lege huls blijkt te zijn.

Met veel commotie is er gereageerd op de Evaluatie van de Participatiewet door het SCP. De wet heeft niet het gewenste effect. Jongeren met een arbeidsbeperking komen via de afsprakenbanen weliswaar aan het werk, maar ze belanden in de flex-schil. Ze zijn daardoor gevoelig voor economische schommelingen. De verwachting is dat ze bij een economische recessie weer werkloos aan de kant staan. Voor de werkloze met een sw-indicatie is de weg naar de sw-voorzieningen afgesloten. Zij moeten hun heil zoeken op de reguliere arbeidsmarkt en dat lukt ze ondanks alle re-integratieinstrumenten niet. Voor de bijstandsgerechtigden is er niks veranderd. Ze zijn er niet beter of slechter op geworden, behalve dat ze nu 'klassiek bijstandsgerechtigden' zijn gaan heten. Staatssecretaris Van Ark vond dat het anders moet. 

Als het gaat om arbeidsmarktbeleid dan zijn er in principe twee smaken: 

  • De ene is het bevorderen van de vraag naar arbeid. Dat kan door banen te creëren. -Het stopzetten van de instroom in de sw-voorzieningen laat zien dat dit niet echt de beleidskoers is. Sw-voorzieningen zijn immers in het leven geroepen om banen te scheppen voor zij die in het bedrijfsleven niet terecht konden.
  • De andere smaak is het verbeteren van het aanbod. De beleidsinstrumenten richten zich dan op het beter toerusten van de bijstandsgerechtigden, zodat ze beter aan de vraag van de werkgevers voldoen. Het begeleiden en ondersteunen hierin is de hoofdtaak van klantmanagers van sociale diensten. Aan de ontwikkelbaarheid van mensen zit echter een grens. Bovendien brengt het leven in de uitkering op andere levensgebieden ook problemen met zich mee. Dan lijkt het alsof bijstandsgerechtigden niet willen werken, maar eigenlijk is er sprake van onvermogen. Klantmanagers hebben hier dagelijks mee te maken. Wanneer overvraag ik de bijstandsgerechtigden? Hoeveel druk zet ik op een bijstandsgerechtigden? Wanneer ondervraag ik? Complexe vragen die om een professioneel antwoord vragen.

Staatssecretaris Van Ark houdt het graag simpel. Hoewel ze zelf werkzaam is geweest bij een sociale dienst, heeft ze geen oog voor de complexiteit. De Participatiewet voorziet namelijk in de mogelijkheid een tegenprestatie voor de ontvangen uitkering te eisen. De tegenprestatie is een bruikbaar instrument om bijstandsgerechtigden, die wel kunnen maar niet willen, in beweging te krijgen. Enige extrinsieke motivatie is dan nodig. Dit vereist maatwerk. Nu brengt maatwerk het risico met zich mee dat het willekeur wordt, maar dat is te ondervangen door beleidskaders op te stellen. En door intervisie zodat er een gemeenschappelijk normatief raamwerk ontstaat. De staatssecretaris is echter voornemens om de tegenprestatie voor iedereen verplicht op te leggen.

Als we iets kunnen leren van het verleden is dat daarmee de tegenprestatie een leeg omhulsel wordt. Gemeenten-die afgerekend gaan worden op de tegenprestatie, zullen zorgen dat de klantmanagers in hun systemen de tegenprestatie aanvinken. Zo is het ook gegaan met de Agenda voor de Toekomst in 2002-2004. Na de experimenteerperiode eind jaren negentig maakte- het Ministerie van SZW met de grote gemeenten financiële afspraken over het aantal trajecten die bijstandsgerechtigden aangeboden zouden krijgen. Gemeente haalde haar target. Op papier, of beter op de uitdraaien van het registratiesysteem. Onderzoek naar de dossiers leerden dat er veel zogenaamde 'rust-trajecten' (kom volgend jaar maar terug) tussen zaten. En ook 'zorg-trajecten' (zoek eerst maar hulp). Klem gezet door de opdracht van de gemeente en de werkelijkheid van de klantsituatie zochten en vonden de klantmanagers een uitweg. Dat deden ze ondergronds. Als staatssecretaris Van Ark haar plannen doorzet, zien de klantmanagers zich weer voor hetzelfde dilemma geplaatst; een tegenprestatie eisen daar waar het niet gepast is. En ze zullen weer een muizengaatje vinden om eruit te komen. Maar het is verspilling van tijd en geld. Bovendien wordt iedereen weer voor de gek gehouden. Tijdens de Agenda voor de Toekomst bestond de Beroepsvereniging van Klantmanagers nog niet. Nu wel. Dat biedt kansen om openlijk op te komen voor een werkzame praktijk waar professionals, die ervoor zijn uitgerust, voortdurend afwegingen kunnen maken tussen wel of geen tegenprestatie.

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}