De zaligmakende woorden "bio" en "groen"

In mijn vorige blog schreef ik dat ik "groene chemie" niet zo'n goede term vind. Dit bericht borduurt daar enigszins op voort en is mijn persoonlijke kritische noot bij de transitie naar een groene(re) economie die momenteel in volle gang is.

Vergroening is booming business. Hoe groener, hoe beter. Hoe biologischer, hoe beter. Maar weten we eigenlijk wel wat deze termen inhouden? Weten degenen die zich ermee bezigen dit? Niet voldoende, denk ik. Zowel "groen" als "bio" zijn mijns inziens verworden tot nietszeggende containerbegrippen; "eco" was een aantal jaren geleden een vergelijkbaar lot beschoren. Buzzwords.

Onlangs deed het RIVM een onderzoek naar het verbranden van biomassa en de effecten daarvan op het milieu. En wat bleek: dat veroorzaakt nogal wat fijnstof in de lucht. Trouw berichtte daar onder andere over. Op zich is dit niet heel verrassend, omdat een verbranding zelden tot nooit volledig verloopt. Idealiter zijn de enige producten van een willekeurige verbranding water en kooldioxide, maar eenieder die wel eens een paar blokjes hout in de terraskachel heeft verbrand, weet dat je op een gegeven moment de kachel leeg moet halen, omdat de zwarte residuen zich blijven ophopen. Oorzaak: onvolledige verbranding. Water en kooldioxide zou je immers niet meer terugvinden in de kachel. Ik denk dat het ook niet moeilijk voor te stellen is dat een deel van de zwarte residuen meegevoerd worden met de warme, opwaartse luchtstroom uit de terraskachel. Vertaal dit naar grote verbrandingsovens en je snapt dat het artikel in Trouw geen wereldschokkend nieuws was. (Mijn eerste gedachte na het lezen ervan was: "Ja, duh.")

Het artikel kaart echter onbewust een belangrijk onderliggend probleem aan, namelijk het gebruik cq. misbruik van het schijnbaar zaligmakende voorvoegsel "bio". En hierin schuilt feitelijk al het antwoord op mijn eerdere vragen: nee, vaak weten we niet wat "bio" en "groen" precies inhouden. Sterker, weinig woorden zijn zo uit hun verband getrokken en misbruikt de laatste jaren. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik denk dat veel mensen bij het horen of lezen van "bio" of "groen" denken: "Ah! Dat is dus goed voor het milieu!" Helemaal geen gekke gedachte natuurlijk, want er ligt nou eenmaal een positieve klank besloten in die woordjes, op het onomatopeïsche af. En een terechte gedachte ook, voor mijn gevoel. Tegelijkertijd is een pas op de plaats ook noodzakelijk. (De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik ook bij die "Ah!"-mensen hoor. In de plaatselijke supermarkt ben ik altijd gespitst op biologische producten, zonder stil te staan bij mogelijke neveneffecten. Denk aan: is het beter om biologische groenten uit Kenia te importeren dan lokaal geteelde, niet-biologische gewassen te kopen?)

Waarom is die pas op de plaats nodig? Een voorbeeld: vorig jaar was ik met een divers pluimage aan lectoren en onderzoekers van een aantal Nederlandse hogescholen op bezoek in Brazilië. Een van de doelen was om samenwerkingsprojecten op te zetten met bedrijven en/of kennisinstellingen waarin we onze ervaringen kunnen delen en zodoende van elkaars expertise profiteren. Een onderwerp dat ter sprake kwam was biodiesel. In Brazilië loopt men erg voorop in het gebruik van biodiesel en -ethanol. Prachtig natuurlijk, maar ook een blessing in disguise, want het zorgt er mogelijk voor dat alternatieve energiebronnen zoals zon en wind onderbelicht blijven. Is biodiesel dan zo slecht? Nee en ja. Natuurlijk produceer je vanuit milieutechnisch oogpunt liever diesel uit biomassa dan uit aardolie. Echter, bij verbranding produceert biodiesel nog steeds kooldioxide en daarmee draagt het nog steeds bij aan de opwarming van de aarde. Natuurlijk is dit overall beter dan het gebruik van diesel uit aardolie, maar de stap is te klein; er is reeds meer mogelijk met minder vervuiling. Ik besef dat de middelen om de grotere stappen te zetten niet altijd voor handen zullen zijn. Ik wil dus ook zeker niet beweren dat men in Brazilië niet goed bezig is. Allesbehalve dat. Overigens liep de samenwerking op dit specifieke onderdeel op niets uit.

Een ander voorbeeld betreft het gebruik van de term "biologisch afbreekbaar". Daar zitten vier gevaren in besloten die vrijwel altijd onbenoemd blijven:
  1. Iets dat biologisch afbreekbaar is, kan nog steeds op een milieubelastende manier gefabriceerd zijn.
  2. De term mist een tijdsfactor. Als een product erg langzaam afbreekt in de natuur, dan zal het een vervuilende impact hebben door de lange aanwezigheid.
  3. Na afbraak van een biologisch afbreekbaar product kunnen er alsnog schadelijke verbindingen zijn gevormd.
  4. De natuur is niet uniform: iets dat in zure bodem makkelijk afbreekt tot schadeloze producten, kan in kalkrijke grond heel lastig afbreken tot minder schadeloze producten.
Ik vind de term dan ook volksverlakkerij.

Afsluitend: "bio" en "groen" zijn mooie woorden, letterlijk en figuurlijk, maar worden vaak misbruikt om de boel mooier voor te spiegelen dan het daadwerkelijk is. Zo schreven Sheldon, Arends en Hanefeld in het voorwoord van hun prachtige boek Green Chemistry and Catalysis heel terecht het volgende:

"...it is emphasized that it is not really a question of green vs. not green but rather one of one process being greener than another, that is there are 'many shades of green'."

Dat besef is de crux van het probleem: we moeten ons realiseren dat groen een schaal is en geen gefixeerd punt. Er is dus niets zaligmakends aan. Een goed alternatief voor "groen" zou wellicht "minder schadelijk" zijn. Maar ja, "Minder Schadelijke Chemie" bekt niet echt lekker. Integendeel, de boodschap die het uitdraagt lijkt zelfs een averechtse. En zo zijn we weer terug bij het paradoxale van dit alles.
{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}