Hoe duurzaam@work is Henk Pijlman?

/

Functies: Bestuurder van de Hanzehogeschool, en senator voor D66

Op een mooie, zonnige middag heb ik afgesproken met Henk Pijlman om te praten over zijn duurzaamheid op het werk. Ik neem plaats in zijn riante kamer op de 9e etage met prachtig uitzicht op de ommelanden rond de Stad. Henk komt met soepele tred met onze drankjes in de hand even later binnen. Vierenzestig is hij nu, maar hij oogt jonger.

Na een korte uiteenzetting over de term duurzaamheid, vraag ik Henk naar zijn duurzaamheid in zijn werk. ‘Ik heb het geluk dat ik vaak veel energie heb. Ik sport, doe wel tweemaal daags rek- en stretchoefeningen, neem iedere dag een koude douche en loop twee keer per week hard. Ja, ik doe graag aan lichamelijke beweging, altijd al veel gedaan. Na een emotioneel (overlijden van dierbaren) en mentaal (veel extra werk) pittige periode in mijn leven ben ik wel veel bewuster mijn tijd gaan indelen. Kijk, tijdens de dip, zeg ik ‘geen geouwehoer, het werk moet doorgaan’, maar erna neem ik wel de tijd om te reflecteren op de gebeurtenissen. En neem dan ook maatregelen.’ Dus ja, na die periode is hij nog bewuster en structureler gaan sporten. ‘En ja, elke keer denk ik weer bij die koude douche of ik het eens niet zal doen….? Maar ik doe het altijd weer en voel me erna heel fit.’

‘Daarnaast ben ik stressbestendig, dat heb je gewoon. Als anderen paniekerig en druk gaan doen dan stel ik voor het even rustig te bekijken. Dat heb je of heb je niet. Ook heb ik een heel stabiele relatie, en dat is heel fijn. We hebben goede vrienden met wie ik mijn gedachten en gevoelens kan delen, bijvoorbeeld als je dingen lastig vindt. Ik zie ze ongeveer één keer per maand. Ik investeer in deze mensen. De laatste jaren is de samenstelling van deze vriendengroep stabiel. Ja, er komen wel kennissen bij, maar dat is echt wat anders dan vrienden.’

Naast deze persoonlijke aspecten die bijdragen aan de duurzaamheid van Henk, spelen ook werkaspecten een belangrijke rol. ‘Bij eentonig werk is het lastig om langdurig vitaal te blijven werken. Bijna alle medewerkers binnen de Hanzehogeschool hebben geen eentonig werk. Ook al is het docentenwerk heel zwaar, het is zeker niet eentonig. Het is belangrijk om bij jezelf na te gaan wat je nodig hebt om inzetbaar te blijven. Privé en werk raken elkaar daarin natuurlijk wel. Dan is het belangrijk in tijden die veel vergen, om bijvoorbeeld in de zomerperiode wat afstand te nemen en je af te vragen wat je verder wilt. Je bent zelf individueel verantwoordelijk en het collectief kan je daarbij helpen. Jij hebt zelf gekozen voor deze baan, het is aan jou om zelf de keuzes te maken. Er zijn altijd mensen die het bij de werkgever of anderen leggen. Zelf heb ik natuurlijk ook meegemaakt dat ik keuzes moest maken. Toen ik wethouder was, en gevraagd werd in het tweede paarse kabinet zitting te nemen, was mijn vrouw Marion predikant in Haren en hadden we kleine kinderen. De thuissituatie was er toen niet naar om naar Den Haag te verhuizen. Maar die situatie maakte me wel duidelijk dat ik om me heen ging kijken en besloot dat ik iets anders moest gaan doen. Toen ben ik gaan netwerken, en vertelde ik aan mensen Gut, ik heb dit nu al zo lang gedaan, ik ben aan iets anders toe. Anderen willen je wel helpen.’

En vier jaar geleden kwam een nieuwe uitdaging op het pad van Henk; hem werd gevraagd of de functie van senator niet iets zou zijn voor hem. ‘Ik dacht eb’n kiek’n wat ‘t wordt. Het is een functie niet direct in de politieke lijn maar wel mooi voor het netwerk. Ik vroeg me af of het iets voor mij en voor de Hanzehogeschool zou kunnen betekenen. En het antwoord was ja. Nu kan ik de afspraken maken op de vaste dinsdag dat we in Den Haag met de eerste kamer vergaderen. Daarin zit synergie. Het begin was moeilijk. Ik moest het vak nog leren, en door omstandigheden kreeg ik heel veel extra werk. Dan moest ik in het weekend stukken lezen voor de Hanzehogeschool, en daarna nog stukken voor de eerste kamer. Wat me altijd helpt is de gedachte: ‘De omstandigheden gaan voorbij’. Nee, anders zou ik het ook niet volhouden.’

Naast deze gedachte helpt het natuurlijk dat Henk politiek leuk vindt. ‘Als ik met pensioen ga, wil ik misschien iets in de politiek blijven doen. Ja, ik vind dat echt leuk. Dat verrijkt.’ En Henk is zojuist herkozen als senator voor de komende vier jaar. En ook in dit proces maakt hij keuzes. ‘Ik plan mijn loopbaan niet. Ik vond mijn baan als leraar op het Kamerlingh Onnes heel leuk. Maar wat ik minder leuk vond was dat ik jaren de jongste bleef (er was toen een overschot aan leraren), en ik steeds de minder interessante klussen moest doen. En sommige ouderen liepen er de kantjes vanaf. Dat wilde ik niet meer.’ Hij heeft vervolgens kortstondig bij een werkgeversvereniging gewerkt waar hij leerde onderhandelen, maar al snel werd hij wethouder. ‘Probeer het gewoon, wees niet te angstig bij dit soort keuzes.’

Een andere heel belangrijke hulpbron voor Henk zijn de werkrelaties, de mensen. ‘In het College van Bestuur heb ik soms te maken met lastige dossiers, maar we hebben ook heel veel lol samen. Je moet ook de bereidheid hebben om elkaar te helpen. Je kunt ook gewoon zeggen dat je iets lastig vindt. Dat moet je kunnen delen. Een open houding. Vraag ook naar de thuissituatie, de vakantie, de eventuele zorg die iemand voor een ander draagt.’ Deze mensgerichte houding is sterker geworden in de loop van de jaren. ‘Vroeger was ik strenger, dat ben ik nu minder. Toen ik bij de Hanzehogeschool binnenkwam (2000) waren veel dingen niet op orde, was er onvrede. Met alle CvB-leden is de basishouding dan dat we er samen voor gaan.’ Als ik Henk vraag hoe hij ernaar kijkt als iemand geregeld om hulp zou vragen, zegt hij: ‘Ik vind het een goede houding als je zelf dingen wilt oplossen. Maar óók, dat je aangeeft dat je iets moeilijk vindt. En als je bij een ander ziet dat het niet goed gaat, gooi het dan open. Ik ben nu ook meer een coach geworden, ik stop energie in het vormen van een team, en het geven van steun. Reflectie op mijn eigen rol is daarbij steeds belangrijk.’

Met het perspectief op de toekomst ziet Henk dat zijn duurzaamheid met name gevoed wordt door samen met zijn vrouw Marion nog een aantal dingen te doen. Ook zou hij meer aandacht willen geven aan religie, bezinning, en cultuur. ‘Ondanks dat ik nu voorzitter ben van NNO, en in de Raad van Toezicht zit van het Groninger museum, heb ik weinig tijd om een voorstelling te bezoeken. En ook vind ik aandacht voor ons kleinkind belangrijk. Het gaat om aandacht voor de gewone dingen. Gezondheid, relaties met naasten, kinderen, de vreugde van lente e.d. Ik geniet van ons eerste kleinkind. Het is het kind van onze pleegdochter die als 15-jarige minderjarige asielzoeker uit Rwanda bij ons kwam. Dat zij, ondanks haar heftige historie, het leven wil doorgeven, vind ik fantastisch.’

In hoeverre zijn jeugd aan zijn duurzame houding heeft bijgedragen vult Henk als volgt in. ‘Ik kom uit een liberaal gezin, een boerenfamilie uit Friesland. Discipline en hard werken waren normaal. Ik moest heel veel. Op vrijdag bijvoorbeeld tijdens mijn middelbare school had ik tussen-de-middag pianoles. Tien jaar lang.’ Henk maakt een geluid waarmee duidelijk aversie wordt getoond. ‘Om mijn bètakant te stimuleren kreeg ik na schooltijd schaakles, en ’s avonds dansles. Dus ik moest veel, maar ik mocht ook veel. Ik heb een hele goede familie gehad. Ja, mijn jeugd was heel vrolijk, met een uitzondering. Mijn oudere broer is op zijn 18e overleden. Ik was toen 15 jaar. Dat heeft uiteindelijk heel veel impact gehad. Bijvoorbeeld in de zin dat ik er meer voor mij ouders moest zijn. Opmerkingen als ‘dat doe ik niet’, konden niet. Het was in onze familie gebruikelijk om te gaan studeren, als je kon. In mijn studententijd zijn mijn normen en waarden gesetteld, met name vanuit vrijzinnig (-wil je dat benadrukken, Klaske?-) religieus perspectief.’ Vervolgens komt de op- en uitbouw van het leven. Eerst samenwonen, later trouwen en kinderen krijgen, en ondertussen werd er hard gewerkt. Gelukkig hebben en hadden mijn vrouw en ik een sterke relatie. Ook andere factoren als schoonouders die zo nu en dan willen bijspringen zijn dan heel belangrijk. Het is belangrijk dat je het goed hebt met je omgeving.’

Je duurzaam blijven inzetten is ook een kwestie van mentaliteit. Hij schetst zijn schoonmoeder die haar werkleven lerares Duits is geweest. Ze was altijd in de weer met nieuwe projecten, zoals het begeleiden van een jonge collega, of het volgen van bijscholing. ‘En ze doet nog steeds van alles, op haar 86e. Je hebt altijd keuzemogelijkheden in het leven, je kunt altijd veranderen.’ Dat ziet Henk bij hoogopgeleiden, maar ook bij laagopgeleiden ziet hij kansen. Als hij zijn senatorswerk doet in Den Haag, ontmoet hij ook een koffiedame die dat werk al decennialang doet. En altijd is ze opgewekt, wat weer aanstekelijk werkt. In een gesprek met Henk hierover gaf ze aan dat ze heel bewust ervoor kiest om het positieve te zoeken, en daarop te acteren. Henk doet een Haagse dame na en zegt: ‘U zit toch niet te wachten op chagrijnig oud wij-ijf?’

We hebben al een mooi gesprek achter de rug, en ik merk dat Henk verder moet met zijn werk. Op de valreep vraag ik Henk of hij -in verband met het stijgend aantal mensen met burn-outklachten- tips heeft om burn-outklachten te voorkomen. Hij reageert direct door te zeggen dat je je woorden in deze zorgvuldig moet kiezen. ‘Als je het nou te druk hebt, ga dan niet meteen met termen als burn-out smijten. Daarmee moeten we voorzichtig zijn. Gebruik dan woorden als: kijk eens of je het iets rustiger aan kunt doen. Dat helpt zonder het direct heel zwaar te maken.’ En zo ga ik rustig dit interview uitwerken, en overpeins mijn eigen duurzaamheid op het werk.

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}