Uitkeringsgerechtigden verplichten te solliciteren

Dit onderzoek is uitgevoerd voor het lectoraat Juridische Aspecten van de Arbeidsmarkt van het Kenniscentrum Arbeid en voor FNV Groningen. De vraag of uitkeringsgerechtigden verplicht kunnen worden tot een grensoverschrijdende sollicitatieplicht, stond centraal in het onderzoek. De directe aanleiding zijn signalen omtrent een grensoverschrijdende plicht tot solliciteren voor uitkeringsgerechtigden. Uit een recent onderzoek van de vier economen Marlet, Oumer, Pond en Van Woerkens blijkt dat een grensoverschrijdende sollicitatieplicht namelijk een goede oplossing kan zijn voor de hoge werkloosheid in de Noordelijke-grensregio’s, gezien er veel werkgelegenheid zou zijn over de grens in Duitsland. Een woordvoerder van Staatssecretaris Klijnsma en Twan Beurskens, een Limburgse gedeputeerde van de VVD hebben gesproken over een grensoverschrijdende sollicitatieplicht.

Woordvoerder van staatssecretaris Klijnsma:
‘In theorie kunnen bijstandsgerechtigden worden verplicht om te solliciteren over de grens’,

‘De gemeente mag maatregelen nemen wanneer de bijstandsgerechtigde niet aan de wettelijke, maximale reistijd van drie uur per dag wil voldoen, landsgrenzen zijn hierbij niet van belang.’

Twan Beurskens:

‘Er moet een grensoverschrijdende sollicitatieplicht komen voor uitkeringsgerechtigden, voor sigaretten en koffie gaat men immers ook de grens over.’

Een andere aanleiding van dit onderzoek zijn de signalen die FNV heeft vernomen van leden die uitkeringsgerechtigd zijn. Deze leden hebben aangegeven dat gemeenten hen willen verplichten om in Duitsland te gaan solliciteren, terwijl er ook veel misvattingen en onduidelijkheid bestaan omtrent solliciteren en werken in Duitsland. Aan mij is de taak gegeven om uit te zoeken of zo’n grensoverschrijdende verplichtstelling wenselijk is en wat hierbij de knelpunten en succesfactoren zijn.


Het onderzoek
Om een volledig beeld te scheppen, is onderzoek gedaan naar de theoretische aspecten en is gekeken naar ervaringen vanuit de praktijk. Allereerst is onderzocht wat er in de wet- en regelgeving staat. De volgende vragen zijn hierbij naar voren gekomen: wat zegt de wet- en regelgeving over de sollicitatieplicht in het kader van een uitkering en staat ook in de wet beschreven of deze sollicitatieplicht grensoverschrijdend is? Hiervoor zijn onder meer de Werkloosheidswet (WW) en de Wet werk en bijstand behandeld (Wwb). De Wwb is per 1 januari 2015 opgenomen in de Participatiewet en heet vanaf dan ook zo. Zowel de WW als de Participatiewet benoemen een aantal verplichtingen die gelden voor de uitkeringsgerechtigden. Zo geldt voor de WW-gerechtigde om zo spoedig mogelijk werk te vinden, daarvoor te gaan solliciteren en om passende arbeid te aanvaarden. De criteria voor passende arbeid zijn de reistijd, het niveau van de arbeid en het loon. Het reistijdcriterium houdt in dat in het eerste half jaar arbeid passend is wanneer de totale reistijd twee uur per dag is. Na een half jaar wordt dit verlengd tot maximaal drie uur per dag. In principe zou een WW-gerechtigde die nabij de Duitse grens woont en voor werk in Duitsland binnen het reistijdcriterium valt, ook in Duitsland kunnen gaan solliciteren. De wet schrijft dit echter niet voor en laat deze kwestie open. Wel staat in aanverwante regelgeving dat de WW-gerechtigde op verzoek van het UWV moet informeren naar werk over de grens, maar van een verplichting wordt nergens gesproken.

De Participatiewet geeft verplichtingen voor de bijstandsgerechtigde, namelijk het verkrijgen, aanvaarden en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Dat is alle arbeid die over het algemeen in onze maatschappij wordt aanvaard. Wat betreft de Participatiewet kan dezelfde conclusie worden getrokken: de wet zegt niets over een grensoverschrijdende sollicitatieplicht. Ook hier geeft de wet alleen een reistijdcriterium, namelijk een maximale reistijd van drie uur per dag.
De wet geeft dus geen concrete aanknopingspunten. Wel vormen een aanknopingspunt de antwoorden van de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op Kamervragen omtrent het onderwerp ‘werken over de grens’. Zij delen de mening dat er over de grens kansen zijn voor Nederlanders en dus ook voor uitkeringsgerechtigden. Hierbij hebben de minister en staatssecretaris aangegeven dat, gezien het karakter van de bijstand als vangnetregeling, de sollicitatieverplichtingen voor bijstandsgerechtigden in principe ook van toepassing zijn op werk over de grens. De bijstandsgerechtigde kan dus worden verplicht tot solliciteren in Duitsland, waarbij maatregelen genomen mogen worden wanneer de bijstandsgerechtigde dit nalaat zonder gegronde reden. De minister en staatssecretaris geven ook aan dat voor de WW-gerechtigde geen grensoverschrijdende sollicitatieplicht geldt. Dit vanwege het karakter van de WW als werknemersverzekering. Wel staat het de WW-gerechtigde vrij om te gaan solliciteren in het buitenland.

Nu de juridische kaders zijn geschapen, is de volgende vraag hoe de wet- en regelgeving wordt uitgevoerd in de praktijk. Hiervoor heb ik interviews gehouden met een aantal professionals van gemeenten, UWV, EURES en met grensarbeiders die in Duitsland werken of hebben gewerkt. Van gemeenten wilde ik voornamelijk weten hoe zij omgaan met de mogelijkheid om uitkeringsgerechtigden te verplichten tot solliciteren in Duitsland en wat de ervaringen zijn met grensarbeid. De gemeenten waren unaniem in het antwoord dat verplicht solliciteren verkeerd kan uitpakken. Dit vanwege het feit dat voor werken over de grens motivatie cruciaal is. Zonder motivatie wordt het een zware opgave om te gaan solliciteren in een ander land, met een andere cultuur en een andere taal. Daarbij is op dit moment goede en soms ook individuele voorlichting noodzakelijk om een overgang naar Duitsland te laten slagen. Deze twee factoren maken een verplichting niet wenselijk. Er is veel werkgelegenheid voor de doelgroep van gemeenten, de laagopgeleide bijstandsgerechtigde. Gemeenten stimuleren daarom wel grensarbeid en geven voorlichting aan mensen die gemotiveerd zijn om over de grens te solliciteren.

Het UWV gaf aan dat er ook voor de WW-gerechtigde veel kans op werk is in Duitsland. Over de grens werken is vanuit het UWV altijd vrijwillig, de WW-gerechtigde zal nooit verplicht worden. In de praktijk is duidelijk geworden dat hiervoor dezelfde reden speelt als voor gemeenten, namelijk de vereiste motivatie. Ook het UWV stimuleert grensarbeid en geeft daarom cursussen en voorlichting.
Daarnaast heb ik gesproken met een aantal (voormalige) WW- en bijstandsgerechtigden die werken of hebben gewerkt over de grens. De bijstandsgerechtigden waren niet verplicht door hun gemeente, maar grensarbeid is wel door de gemeente aangekaart. De WW-gerechtigden waren in dit geval voornamelijk op eigen initiatief naar Duitsland gegaan. Ik heb verschillende ervaringen gehoord, maar alle grensarbeiders deelden de mening dat ze te weinig voorlichting hebben gehad. Dit had voor sommige grensarbeiders zelfs problematische, financiële gevolgen. Daartegenover staat de ervaring van een aantal grensarbeiders die juist heel positief waren over het feit dat zij een kans hebben gekregen in Duitsland. Een kans die zij niet in Nederland kregen vanwege hun leeftijd (50+) en de hoge werkloosheid.

De financiële knelpunten staan omschreven in het afstudeeronderzoek van Ilona Pesman: ‘Werken over de grens’ (juni 2015). In dit onderzoek wordt omschreven wat er op het gebied van salaris, toeslagen en vergoedingen verandert voor de grensarbeider en wat hiermee de ervaringen zijn in de praktijk. Een voorbeeld uit dat onderzoek is dat de Duitse werkgever meestal geen reiskosten vergoedt, dit in tegenstelling tot de Nederlandse werkgever. In de praktijk heeft de grensarbeider de reiskosten dus als extra kostenpost. Nog een voorbeeld is het Duitse Kindergeld. Dit ligt hoger dan de Nederlandse kinderbijslag en is dus een voordeel voor de grensarbeider. Echter moet de grensarbeider in de praktijk lang wachten op uitbetaling van het Kindergeld, wat een probleem oplevert wanneer de grensarbeider het Kindergeld wel bij de maandelijkse inkomsten heeft berekend.

Tot slot gaf ook de EURES-professional onder meer aan dat voorlichting cruciaal is en niet onderschat moet worden. Hij ondervond ook dat er vaak te weinig voorlichting wordt gegeven.

Uitkomst en toekomstperspectief
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat op dit moment Nederlandse uitkeringsgerechtigden nog niet zijn verplicht om in Duitsland te gaan werken en dat een verplichting ook nog niet moet worden nagestreefd. Een verplichting zou in de toekomst een mogelijkheid kunnen zijn als Nederlandse en Duitse wet- en regelgeving, arbeidsrechtelijke voorwaarden en fiscale aspecten (meer) op één lijn zouden komen te liggen. Dit ligt op Europees niveau en is dus niet zomaar te verwezenlijken. Op dit moment zijn er op veel vlakken nog grote verschillen, waardoor een overgang naar Duitsland niet altijd gemakkelijk is. Ook is op dit moment nog veel begeleiding en goede voorlichting nodig. Daarbij is individuele voorlichting vaak gewenst, omdat de grensarbeider dan specifieke informatie kan krijgen die van toepassing is op zijn of haar situatie. Algemene informatie of groepsvoorlichting blijkt vaak niet voldoende te zijn. Uit de praktijk is gebleken dat er veel baanmogelijkheden zijn over de grens en die moeten ook zeker benut worden, mits degene die de grens overgaat dit zelf wil en hiervoor gemotiveerd is. Ook vanwege het feit dat de Duitse werkgever een negatief beeld kan krijgen van de Nederlandse werknemer, wanneer deze ongemotiveerd en verplicht is. Dat zouden we niet moeten nastreven.
Het is naar mijn idee goed dat gemeenten en UWV solliciteren in Duitsland niet verplichten en inzien dat motivatie voor grensarbeid belangrijk is. Aan FNV heb ik dan ook de volgende aanbevelingen kunnen geven. FNV kan bij de Rijksoverheid neerleggen dat uit de praktijk blijkt dat verplichten op dit moment niet wenselijk is. Verder is mijn aanbeveling aan FNV dat er goede en toegankelijke informatiebronnen moeten worden gecreëerd. Dit kunnen bijvoorbeeld websites en folders zijn, maar ook informatiepunten langs de grens. Gezien er behoefte is aan meer adviseurs, beveel ik ook aan om mensen hiertoe op te leiden, zodat zij informatie kunnen verstrekken aan (toekomstige) grensarbeiders.

Door: Kirsten Hiemstra, student HBO-Rechten aan het Instituut voor Rechtenstudies van de Hanzehogeschool Groningen.

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}