Wel of geen verdringing door basisbanen

Groningen is gestart met basisbanen. De gemeente heeft daar enkele voorwaarden aan verbonden. Zo mogen basisbanen niet leiden tot verdringing. Verdringing is zo’n thema dat voortdurend de kop opsteekt bij additioneel werk voor (langdurige) werklozen.
Bij verdringing gaat het altijd om oneerlijke concurrentie. De ene partij, bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden, wordt voorgetrokken op de andere, bijvoorbeeld jongeren die een baan zoeken, waardoor de marktwerking wordt verstoord.

Verdringing is een lastig thema in een dienstensamenleving. Kenmerkend voor zo’n samenleving is immers dat allerlei diensten, ook de door de overheid uitbestede dienstverlening, in concurrentie worden aangeboden. Of het nu gaat om het uitlaten van de hond van de bovenburen, het aanharken van de voortuin van de gehandicapte wijkbewoner of het bieden van gezelschap aan een oudere onder het genot van een kopje koffie, overal zijn en kunnen bedrijven ontstaan die deze diensten aanbieden tegen een financiële vergoeding. In een volledig vermarkte dienstensamenleving is alles vercommercialiseerd. Additioneel werk bestaat dan in beginsel niet, want alle betaalde dienstverlenende werkzaamheden zijn onderhevig aan marktwerking. Het invoeren van basisbanen in een volledig vercommercialiseerde dienstensamenleving is dus niet mogelijk. In zo’n samenleving leven we echter (nog) niet.

Bij basisbanen kunnen twee soorten van verdringing optreden. Beide hebben te maken met het werk dat een basisbaner verricht.

a) Het gaat om eenvoudig werk, dat in principe iedereen kan verrichten, zoals het schoolplein schoonhouden, klussen in de buurttuin of het ondersteunen van het buurtcentrum. Werk dat niet door mensen met een betaalde baan wordt gedaan, omdat het werk gemechaniseerd is (de voormalige stratenvegers van de sociale werkvoorzieningen zijn deels omgeschoold tot chauffeurs op een veegmachine, waardoor het aantal banen voor dat werk per saldo is afgenomen) of omdat dat werk wegbezuinigd is, want te duur bevonden. Die banen zijn er simpelweg niet meer, waardoor er geen sprake meer is van (arbeids)markt in dit segment.

Met de basisbanen zet de gemeente Groningen echter wel de deur principieel op een kier. Immers er worden bepaalde werkzaamheden verricht en met een combinatie van die taken worden betaalde (basis)banen gemaakt, die voldoen aan reguliere wettelijke eisen; echte banen dus. Door deze baancreatie wordt de arbeidsmarkt uitgebreid met een vraag naar arbeid die er eerst niet was. En daarmee staat die nieuwe deelmarkt in principe open voor een bedrijf dat claimt voor hetzelfde geld (of minder) ook de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Zolang bedrijven zich niet melden – melding is onwaarschijnlijk omdat de (bedrijfseconomische) baten beduidend lager zijn dan de (bedrijfseconomische) kosten - is er echter geen sprake van een echte markt. Wel dus van betaald additioneel werk. De basisbanen verdringen dan ook geen andere betaalde banen. Mocht zich zo’n bedrijf wel aanbieden, dan kan de gemeente door middel van Social Return on Investment het bedrijf aanzetten tot het in dienst nemen van (andere) bijstandsgerechtigden.

b) De werkzaamheden van een basisbaner zijn en worden commercieel dus niet interessant. De werkzaamheden zelf worden opgehaald bij wijkorganisaties. Werk dat nu blijft liggen. Het is een markt van onbetaald werk, dat uitgevoerd wordt door vrijwilligers en mensen in de bijstand al dan niet met een participatiebaan. Zolang er op deze markt genoeg werk is, zullen de basisbaners niet met de andere groepen concurreren. Concurrentie ontstaat op het moment dat er te weinig werkzaamheden zijn of te veel aanbod van werkwilligen. Het gaat hier echter niet om economische concurrentie, die de overheid met de invoering van basisbanen oneerlijk maakt. Het gedane werk bevindt zich immers (nog) niet op de reguliere markt, hebben we hiervoor gezien. Geconcurreerd wordt om de sociaal-psychologische opbrengst die het verrichten van de betreffende werkzaamheden met zich meebrengt. Welke groep wordt deze opbrengst bij krapte van werkzaamheden gegund? Gaan de basisbaners dan vóór op vrijwilligers of andere bijstandsgerechtigden? Het is aan de lokale politiek om hier uitspraken over te doen. Gemeente Groningen vindt dat elke groep evenveel recht heeft op het werk, maar daarmee kan de invoering van basisbanen bij toename van vrijwilligers door oplopende werkloosheid misschien wel lastig worden. De praktijk zal het uitwijzen.

Tenslotte, in plaats van verdringing zouden we bij basisbanen beter over positieve discriminatie kunnen spreken. Dat klinkt volstrekt anders dan verdringing en sluit aan bij andere (deels) erkende vormen van positieve discriminatie, zoals quota voor vrouwen in de top van bedrijven, quota voor vrouwelijke hoogleraren, in bredere zin het bevorderen van diversiteit en inclusiviteit op de arbeidsmarkt. Zo beschouwd is een basisbaan een vorm van positieve discriminatie van mensen die langdurig aan de kant staan.



Louis Polstra

Kees Mosselman





25 juni 2020

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}