Zorgcoöperaties: samen sta je sterk

In de zaal zitten je collega’s bij elkaar voor een bijeenkomst met de directie. Je komt net terug van mevrouw De Vries. Ze had voor de zoveelste keer gezegd dat ze zo blij is dat je haar zo goed verzorgt. Nu kijk je naar de PowerPoint presentatie van een van de directeuren van de zorginstelling waar je al jaren met heel veel plezier werkt.

Verschillende slides passeren de revue. Opeens, op een van de slides zie je dat de functies onder niveau 4 gaan verdwijnen. Maar dat ben jij en die ene collega! De wereld staat stil.

Steeds vaker krijgen mensen op een onfatsoenlijke manier te horen dat hun functie er niet meer zal zijn na de komende reorganisatie. In plaats van een-op-een het gesprek aan te gaan zijn sommige werkgevers zo – ik weet er geen ander woord voor – laf om dit in de veiligheid van een bijeenkomst te doen. Het komt ook voor dat ze daarna een assessment organiseren waar op een ‘objectieve’ manier blijkt dat jij niet goed genoeg bent om de functie uit te voeren, die je al jaren vervult en waarbij je nog nooit een signaal hebt gekregen dat jij het niet goed deed. Bovendien blijkt dat collega’s die ‘toevallig’ dichtbij de nieuwe vestigingsplaats wonen wel over de juiste kwalificaties beschikken. Een duidelijk geval van toeval bestaat niet lijkt me.

Vooral de zorg is de laatste jaren een slagveld. Duizenden vrouwen zijn hun baan kwijt. Werken in de zorg, dat kan iedereen is de gedachte. Dat hoeft niet betaald te worden. Familie en buren kunnen dat overnemen. Maar in april verscheen het rapport Zorg en ondersteuning in Nederland van het Sociaal Cultureel Planbureau. Wat elk nadenkend mens al vermoedde: van de 65-plussers en van de mensen met een gezondheidsbeperking heeft één op de vijf niemand die voor hen kan zorgen. En het rapport baseerde zich op cijfers uit 2014. Het percentage zorgbehoevenden zonder zorgnetwerk zal sindsdien alleen maar gestegen zijn.

De regering wil juist dat mensen wel verzorgd worden door hun familie, vrienden en buren. In de ideale wereld zorgt iedereen voor elkaar. Maar we leven niet in de ideale wereld. We leven in een wereld waar oudere mensen naast elkaar kunnen wonen en niet in staat zijn om zorg te bieden aan de buren. Een wereld waarin beide partners werken. Een wereld waarin sommige mensen door omstandigheden geen vrienden hebben. Een wereld waar de kinderen niet meer in de buurt van hun ouders blijven wonen, maar soms honderden kilometers verderop een baan hebben gevonden.

Je kunt de verzorgenden wel ontslaan, maar de zorg blijft. Dat beseffen veel ontslagen vrouwen in de zorg ook. Zij beginnen voor zichzelf. Ze worden zzp’er. Dat heeft grote voordelen. Als zzp’er kun je zelf beslissen welke opdrachten je aanneemt en welke niet. Je hebt veel ruimte om je eigen tijd in te delen. Uit het rapport Duurzame Inzetbaarheid: zzp’ers versus werknemers. De duurzame inzetbaarheid van zelfstandig ondernemers en werknemers (2016) van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek dat eind mei verscheen blijkt dat zzp’ers minder werkdruk ervaren en minder vaak burn-outklachten hebben dan werknemers. Ook zijn ze meer bevlogen, vinden ze hun werk gevarieerder en willen ze later met pensioen dan werknemers. Dit draagt bij aan de duurzame inzetbaarheid van zzp’ers volgens TNO en CBS. Wel blijkt uit het rapport dat zelfstandig ondernemers zich vaker fysiek zwaar belast voelen.

De vrijheid die zzp’ers ervaren lijkt wel wat te worden ingeperkt door de nieuwe Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties die vanaf 1 mei 2016 geldt. Voor elke opdracht moeten zzp’ers nu namelijk een contract afsluiten met hun opdrachtgever. Op de site van de Belastingdienst en bij de FNV kunnen ze modelcontracten hiervoor vinden. Zo’n contract komt in de plaats van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Het nieuwe contract blijft vijf jaar geldig. Als er geen contract is afgesloten kan de Belastingdienst beslissen dat er toch een dienstverband is en dat heeft fiscale consequenties. Niet alleen voor de opdrachtnemer, omdat die dan alsnog sociale premies moet betalen – daar staat dan wel tegenover dat ze verzekerd zijn tegen werkloosheid en ziekte. Maar het heeft ook fiscale consequenties voor de opdrachtgever. Die moet alsnog sociale premies betalen plus een boete als de Belastingdienst constateert dat er eigenlijk sprake is van een dienstverband. Verwacht wordt dat opdrachtgevers door dit risico minder geneigd zijn om opdrachten te geven aan zzp’ers. Ik denk dat het zo’n vaart niet zal lopen. Werkgevers willen flexibiliteit en met zzp’ers is die flexibiliteit optimaal. Bovendien heeft staatssecretaris van Financiën Wiebes bij de bespreking van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer aangegeven dat gestreefd wordt de handhaving die vanaf 1 mei 2017 plaatsvindt passend en normaal te laten verlopen, dat wil zeggen dat de controle niet heel streng zal zijn.

Ook als alles goed is vastgelegd komt er veel op je bord als zzp’er. Je moet zorgen dat de opdrachten binnenkomen, je moet onderhandelen, je hebt de administratie van je bedrijf, je verzekeringen, je pensioen en dan moet je ook nog zorgen dat je bijblijft in je vakgebied. En zzp’ers in de zorg moeten ook vervanging regelen, want zorg vraagt continuïteit. Vanwege alle zaken die ze moeten regelen vinden zpp’ers in de zorg het vaak prettig om in een samenwerkingsverband te werken. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek dat twee studenten in mijn lectoraat vorig jaar hebben gedaan in opdracht van ZorgpleinNoord. Via het samenwerkingsverband kunnen de onderhandelingen, de aanbestedingen en de contractering verlopen. Voor gemeenten en zorgkantoren is dit ook een voordeel, omdat ze dan niet met alle losse aanbieders apart contracten hoeven af te sluiten. De administratie en het maken van reclame kunnen ook gedaan worden door het samenwerkingsverband. Hierdoor kunnen de individuele zzp’ers zich meer richten op de zorgverlening. In de samenwerking kun je de vervanging regelen. Je kunt ook voor grotere opdrachten in aanmerking komen, omdat je bijvoorbeeld samen 24-uurszorg kunt aanbieden. Als je samen optrekt kun je ook je kennis delen en gezamenlijk scholing inkopen. Samen kun je dus een hogere kwaliteit bieden. Uit het onderzoek bleek daarnaast dat zzp’ers het belangrijk vinden dat ze op basis van gelijkwaardigheid kunnen werken en dat ze niet aansprakelijk zijn voor eventuele verliezen van de partners.

Als juridische vorm om te gaan samenwerken is de coöperatie dan heel aantrekkelijk. De coöperatie is een bijzondere vorm van een vereniging. In de coöperatie moeten de leden gezamenlijk beslissingen nemen over de inrichting en de bedrijfsvoering. Elk lid heeft zeggenschap. Er zijn geen gezagsverhoudingen tussen de leden. Voor zzp’ers is dit heel belangrijk, omdat de schijn vermeden moet worden dat zij een dienstverband hebben met de organisatie van waaruit zij werken. Als iemand de zzp’er namelijk aanwijzingen geeft in het werk, dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat de opdrachtnemer niet als zelfstandige werkt, maar een dienstverband heeft en dat heeft zoals hierboven beschreven, fiscale gevolgen. Als lid van de coöperatie blijf je zelfstandig, ook financieel. Je kunt afspreken dat je een bepaald bedrag betaalt aan de coöperatie en voor dat bedrag kun je bijvoorbeeld scholing betalen, de administratie en je pensioen en andere verzekeringen.

Het is niet altijd koek en ei in de coöperatie. Soms ervaren leden dat anderen wat minder loyaal zijn. Of vinden sommige leden hun eigen bedrijf toch belangrijker dan de coöperatie. Ze komen dan niet bij vergaderingen of, nog belangrijker, ze houden alle opdrachten die ze verwerven voor zichzelf. Of ze lopen er tegenaan dat alleen de meest gemotiveerde leden al het werk voor de coöperatie doen. Het is verstandig om afspraken vast te leggen over bijvoorbeeld de taken en de opdrachten die je verwerft. Dat vastleggen kun je het beste doen door de leden een overeenkomst te sluiten met de coöperatie waarin alle afspraken staan vermeld. Er kunnen ook financiële problemen ontstaan. Het is dan ook verstandig om bij de oprichting van de coöperatie te kiezen voor de zogenoemde uitgesloten aansprakelijkheid. Op die manier lopen zzp’ers het minste risico dat ze moeten opdraaien voor de financiële tekorten die door anderen worden veroorzaakt.

In Nederland zijn er verschillende coöperaties van zzp’ers. Vooral in de zorg komt het steeds vaker voor. Deze zorgcoöperaties kunnen bij aanbestedingen ook nog voorrang krijgen. De nieuwe Europese Aanbestedingsrichtlijnen die op 1 juli aanstaande in de Nederlandse Aanbestedingswet zullen worden verwerkt geven aanbestedende diensten, zoals gemeenten, de mogelijkheid om hun opdrachten voor te behouden aan organisaties die gezondheids-, sociale en culturele diensten aanbieden. Een voorwaarde is wel dat ze gebaseerd moeten zijn op beginselen van participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden. Zorgcoöperaties worden expliciet genoemd in de Memorie van Toelichting bij de nieuwe Aanbestedingswet die op 1 juli is ingegaan. De regering vindt deze samenwerkingsvorm passen in de gedachte van de participatiesamenleving en wil dit stimuleren.

Kortom, coöperaties bieden de kans om je positie te versterken. Samen sta je sterk. Dat geldt zeker voor zzp’ers in coöperaties.


Zie ook:

Van Balen, M. Beukeveld, P. Oden en E. Offers, De kracht van de coöperatie, Nieuwe organisatievormen in zorg en welzijn als gevolg van hervormingen in de zorg, ZorgpleinNoord-magazine (2015), p. 8-11

P.A.T. Oden, M.T.G. Beukeveld en C.S. Van der Woude (2015). Arbeidspools door ondernemers, Hanzehogeschool Groningen

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.blogItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'BlogWidgetController_Title' | i18n}}

{{'BlogWidgetController_By' | i18n}} {{profileData.DisplayNameWithAcademicDegree}}