Willem Foorthuis over gebiedscoöperaties, boeren, Natuurbeheer en de kracht van de regio

​Deze week een interview met Willem Foorthuis, die zich met zijn lectoraat Duurzaam Coöperatief Ondernemen richt op nieuwe businessmodellen waarbij ondernemers, overheden en onderwijs- en onderzoeksinstellingen samengaan in een nieuw, duurzaam bondgenootschap. Zoals de Gebiedscoöperatie Westerkwartier.

Willem, één van jouw specialisaties is de gebiedscoöperatie, waarin groene ondernemers, natuurbeheerders, kennisinstellingen, overheden en burgers in de regio samenwerken. Hoe loopt dat in deze coronatijd?  
'Het gaat goed, er worden steeds meer studenten bij betrokken. Voor het corona-tijdperk werkten we al veel vanaf huis, dus daar zijn we wel aan gewend. Maar we krijgen het steeds drukker, want iedereen realiseert zich meer dan ooit dat het begrip versterking innovatiekracht bij het regionale MKB het toverwoord is. En dan kom je al snel bij ons terecht! Daarnaast werken vanuit de Regionale Kennisagenda veertig mensen op dit moment hard om de goede vragen gesteld te krijgen. Vragen die in deze tijd passen. Van hieruit kunnen we dan weer een flitsende start maken als de maatregelen van de Corona-periode verlicht worden.'

Wat bedoel je precies met de goede vragen?
'Nou, dan gaat het bijvoorbeeld over sociale inclusiviteit: een bedrijf vraagt om nieuw personeel wat niet persé hoog- of middengeschoold hoeft te zijn. We denken dan snel aan een sociale instelling en leggen daar contact mee. Maar dat is dus niet einde verhaal, want hoe regel je dan dat het personeel betaald wordt en een goede, sociale werkomgeving krijgt? Vraag je dan subsidies aan? En hoe wordt het dan een verdienmodel met structuur voor de lange termijn? Ander voorbeeld: we koppelen bijvoorbeeld via dit nieuwe systeem ook boeren en Natuurbeheer aan elkaar. Nog niet zo lang geleden lagen die twee partijen vaak met elkaar in de clinch, maar nu merken we dat ze stapje voor stapje via een professionele dialoog tot goede resultaten komen. Wij begeleiden dat via 'articulatie', dat betekent dat we steeds de goede vraag stellen en met het resultaat weer een stapje verder gaan. Niet even een adviesgesprek en dan weer weg: wij willen een betrouwbare partner zijn en blijven.'

Denk je dat er überhaupt door deze crisis meer aandacht komt voor kleinschalige projecten en initiatieven of wordt het straks weer business as usual?
'Ik denk allebei. Aan de ene kant komt er door de coronacrisis meer aandacht voor de eigen omgeving: we worden ons veel meer bewust van de mogelijkheden die we wél hebben. Hier in het Noorden zijn praktisch geen grote bedrijven, we hebben een MKB- economie van veel kleinere vooral familiebedrijven. Dat betekent dat je het zelf moet doen en dat je het dan zelf ook ánders moet doen. En dat laatste is niet eenvoudig.
Wij willen daar als Hanze een belangrijke, serieuze partner in zijn en blijven. Onze positie om dichter bij het MKB te komen moet grootschaliger opgezet worden via een regionaal kennis ecosysteem. Mensen nemen meer regie over hun eigen omgeving en het is bekend dat we ons lokaal en regionaal veel socialer gedragen dan als het om grotere verbanden gaat. Aan de andere kant: na de crisis gaan we ook weer gewoon door zoals we gewend waren. Dat deden we ook na bijvoorbeeld de Spaanse Griep. Maar ik hoop echt dat ook de bestuurders ná deze periode de regio hoog op de agenda houden.'

Heb je tips en trucs voor het MKB? Waarin kunnen ze nu het beste investeren?
'Nu is het de tijd om plannen te maken, voor nieuwe innovaties. En daar willen wij graag aan meewerken!'

Meer informatie over Willem Foorthuis en zijn lectoraat is hier te vinden.


{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.newsItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'AttachmentsWidget_Title' | i18n}}