Lector Mark Mobach over het belang van schoonmakers, de bump-factor en de nood van de culturele sector

Mensen zich prettig laten voelen door het verbeteren van ruimtes, dat is waar Mark Mobach, lector Facility Management, naar streeft. De winnaar van de prestigieuze Deltapremie werd gevraagd naar de rol die hij én zijn onderzoeksgroep kunnen spelen in deze coronatijden.

Op jullie portal staat dat organisaties beter gaan presteren door het slim inzetten van ruimte. Dat lijkt me een belangrijk punt in deze coronatijd! Kun je daarvan voorbeelden geven?
'Het is een superinteressante tijd! Ziekenhuizen die kantines en sportzalen omtoveren tot een IC omwille van capaciteitsuitbreiding, plexiglas en vloerstrepen bij supermarktkassa's voor infectiepreventie en portacabins om het ontmoeten van familie en dementerenden te faciliteren.  Ook zijn er de beelden van een ziekenhuisgang die in tweeën is verdeeld met een vloerstrip: het schone en het 'vuile' gedeelte. De zorgverlener start in een schoon pak aan de schone zijde, en helpt besmette patiënten vervolgens aan de andere zijde. Na afloop kleed men zich volgens een vast protocol om en verlaten ook de gebruikte materialen via het 'vuile' zijde het pand. Zo kan ruimte zorgverleners ondersteunen bij hun werk.'

En voor kantoren?
'Voor kantoren geldt een vergelijkbare problematiek. De behoefte om contactarm en op anderhalve meter te werken is nu groot. Ontwerpers zijn al aan het warmdraaien: willen mensen straks nog wel werken in open kantoren en op flexplekken? En zijn die laatste nog wel te handhaven in de toekomst? Want wie heeft er vóór jou op die stoel en aan dat bureau gezeten? Hamvraag is natuurlijk of het gaat lopen via een verandering van ruimte, technologie of gedrag.
Denk aan meer ruimte, zoals bredere gangen, bredere bureaus en spatschermen. Of aan een vaste werkplek, eigen kantoor of meer thuis. Maar ook de technologie biedt kansen. Zoals digi-vergaderen, het Internet of Things, meer bedienen met je smartphone als hygiënefactor en auto-desinfectie met uv-licht of vernevelaars. Ten slotte is ook ons gedrag bepalend. Wat met felicitatiezoenen en handen schudden? En wáár willen we handen wassen, ontsmetten en reinigen? Gaan we misschien zelfs onze werkroosters aanpassen, zodat de dichtheid op kantoren afneemt?De vraagstukken zijn enorm en spelen overal in de samenleving. Toch is de kans groot dat we straks weer overgaan tot de orde van de dag; alsof er niets is gebeurd. Ik sluit ook dat scenario zeker niet uit! Het hangt er vooral vanaf hoe vaak de pandemie zich nog meldt. Hoe vaker, hoe groter de kans op structurele aanpassingen.'

Ook de reinheid van de ruimtes is van levensbelang.
'Even een prachtig voorbeeld: om kwetsbare groepen tegen het coronavirus te beschermen zijn verpleeghuizen gesloten en is bezoek niet toegestaan. De Claris Zorggroep heeft een huisje in de tuin gebouwd met twee ingangen. Aan de ene kant kan de bewoner het huisje in, aan de andere kant de familie. Gescheiden door een glazen wand kunnen ze elkaar toch zien en spreken.
Ook schoonmaakbedrijf CSU doet een mooi aanbod. Veel gebouwen zijn leeg en hoeven niet te worden schoongemaakt. Ze bieden gratis schoonmaakhulp aan op plekken die het momenteel hard nodig hebben: van huisartsenposten tot gebouwen voor kwetsbare groepen zoals daklozencentra en voedselbanken. En zelfs thuis bij mensen die in de vitale sectoren werken!
Geweldig vind ik dat. Ik wil sowieso graag onze schoonmakers heel veel lof toezwaaien: deze mensen spelen een cruciale rol op dit moment en verdienen absoluut meer aandacht! Laten we niet vergeten dat zij de kamers schoonmaken waar corona-patiënten verblijven. Het is bemoedigend om te zien dat de koning en de minister-president hun waardering uitspraken in hun redes. Maar daar kan het niet bij blijven. Zij verdienen het om te worden opgenomen in de lijst met cruciale beroepen; geef hen de erkenning die ze verdienen.'

En dan de nabije toekomst: de anderhalve-meter-economie. Wat zijn slimme tips om in te zetten op het gebied van bijvoorbeeld kantoren, maar ook in het openbaar vervoer?
'De meeste voorzieningen zijn er al, vaak bij kapitaalkrachtige organisaties. We moeten ze alleen ook elders gaan toepassen. Voor wat betreft kantoren kun je denken aan de inzet van je eigen smartphone en sensortechnologie. Dan vermijd je direct contact. Zoals het bedienen van liften en het koffieapparaat, waar dan volautomatisch een schoon bekertje naar beneden komt en zich vult met het door jou gewenste drankje. Sensoren om deuren te openen. En voor automatische desinfectie van toiletten en deurknoppen, contactloze kraanbediening en afdrogen.
Tja, en dan het openbaar vervoer. Waar komt de verandering? Worden bussen en treinen anders ingericht? Meer afstand, minder capaciteit en daardoor duurder? Kleinere compartimenten, meer schoonmaak of mogelijkheden om zaken zelf te reinigen? Of verandert er weinig en passen mensen zich soms maar aan met mondkapjes? Of stappen we massaal over op fiets, e-bike of auto? Het is écht afwachten hoe mensen gaan reageren.'

Heb je zelf nog zaken die je opgevallen zijn vanuit je vakgebied?
'Ja, ik denk dat ziekte ook een andere betekenis voor ons heeft gekregen. Was je voorheen een beetje verkouden, dan ging je gewoon naar je werk. Dat hoorde bij ons arbeidsethos. Maar dat zien we nu als onfatsoenlijk, je kunt anderen immers besmetten. Wellicht worden we voorzichtiger en blijf je thuis of meld je je eerder ziek. Wat gaat dat betekenen voor thuiswerken en ziekteverzuim? Wat is straks nog sociaal geaccepteerd?
Er is in korte tijd ook veel meer bewustzijn ontstaan over het belang van ruimte voor infectiepreventie en de verwevenheid daarvan met ruimte, technologie, gedrag en schoonmaak. Om effectief besmetting te voorkomen moeten we veel integraler gaan denken en werken. Veel hangt met elkaar samen.
Daarnaast moeten we meer rekening gaan houden met de 'bump-factor'. Ongewenst lichamelijk contact door nabijheid. Vooral bij winkelend publiek en kantoorpersoneel wordt dit als ongepast ervaren. Maar het verschilt ook per omgeving. Bij een festival ziet men dat vaak al als veel minder storend. Het hoorde erbij, nu moet je daar niet meer aan denken.
De hele culturele sector heeft het trouwens zwaar te verduren. Alles is afgeblazen. En ook daar geldt: hoe straks verder? Als je een lege stoel tussen elke bezoeker in een theater zet, dan mis je toch al gauw meer dan de helft van je omzet. En dat in een sector die het al buitengewoon lastig heeft. En waar we ons juist nu aan zouden willen laven. Die onze emoties kanaliseert, ons verrast met nieuwe inzichten en ons relativeringsvermogen ondersteunt. Misschien kunnen zij voor ons een nieuwe samenleving dromen? Waarin ruimte, mensen en nabijheid meer tot hun recht komen? Dat zou prachtig zijn!

Mark Mobach is lector Facility Management en leading lector van het Kenniscentrum NoorderRuimte. Lees hier meer over de lopende projecten en de publicaties van Mark en zijn lectoraat.


Fotografie: Deborah Roffel

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.newsItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'AttachmentsWidget_Title' | i18n}}