Horen, zien en steunen, nu ook!

​In maart 2019 begon ik als lector Integrale aanpak kindermishandeling aan de Hanzehogeschool Groningen. Het afgelopen jaar schreef ik onderzoeksvoorstellen, vergrootte ik mijn netwerk, gaf ik gastlessen en lezingen en verdiepte ik mijn kennis over onveiligheid in gezinnen.

Wat zijn de effecten op lange termijn als je opgroeit in een kwetsbaar gezin?

We weten uit diverse onderzoeken steeds meer over de gevolgen van verwaarlozing, misbruik en kindermishandeling. Kinderen die opgroeien in gezinnen waar sprake is van onveiligheid, kunnen fysieke en psychische problemen krijgen en een verstoorde ontwikkeling, zowel op korte als op lange termijn. Directe gevolgen zijn bijvoorbeeld letsel, stress, trauma of gedragsproblemen. Later kunnen problematische gehechtheid, posttraumatische stress of problemen met emotieregulatie optreden. Daarbij komt dat kinderen die geweld hebben meegemaakt, als volwassene vaker te maken hebben psychische problemen, criminaliteit of gedragsproblemen, én een verhoogd risico hebben om zelf geweld te gaan gebruiken in het gezin, de zogenaamde intergenerationele overdracht. Maar ik wil het eigenlijk niet te lang hebben over deze effecten. Omdat je hiermee gemakkelijk een valkuil instapt die ik het liefst wil vermijden, namelijk om kindermishandeling eenvormig en contextloos te maken. Of zelfs te presenteren als een actieve handeling van kwaadwillende ouders. Terwijl het meestal gaat om gezinnen die door verschillende omstandigheden onder druk staan, en ouders die door onmacht of onwetendheid, maar over het algemeen met goede bedoelingen, keuzes maken die uiteindelijk niet in het belang van de kinderen zijn.

Maar hoe is dat nu, nu gezinnen thuis zitten door de coronacrisis?

Zeker nu denk ik aan kwetsbare gezinnen, in een tijd waarin ouders en kinderen op elkaar zijn aangewezen en er voor hen geen afleiding is buitenshuis. Gezinnen waar een kwetsbare balans is, waar de druk oploopt en de onmacht geen uitlaatklep heeft. Gezinnen waar geen sprake is van beschermende factoren, zoals een stabiele partnerrelatie, een goed sociaal netwerk en de moed om om hulp te vragen. Gelukkig merk ik dat er veel aandacht is voor deze gezinnen. Zo zetten veel gemeenten zich ervoor in dat kinderen uit kwetsbare gezinnen op school of elders terecht kunnen, is er een crisisfonds voor kwetsbare kinderen in leven geroepen en doen professionals er alles aan om 'hun' gezinnen in beeld te houden en hen bij te staan. Vanachter keukentafels en op geïmproviseerde werkplekken begeleiden allerlei professionals zo goed mogelijk de mensen om wie zij zich zorgen maken. Een juf checkt dagelijks al haar leerlingen, en niet alleen of zij hun huiswerk gemaakt hebben. Een GGZ-medewerker steekt z'n nek uit voor opvang van de kinderen van een cliënt. De Kindertelefoon draait overuren.

Is dat belangrijk, om in contact te blijven met deze gezinnen?

Dat is nog belangrijker dan je zou vermoeden. Want veel ervaringsdeskundigen vertellen dat gezien en gehoord worden de eerste behoefte is in onveilige thuissituaties. In het boek 'De Omstanders' beschrijft historica Jorien Meerdink hoe in de buurt waar zij opgroeide geweld in gezinnen werd toegedekt: "Natuurlijk gaven we signalen af. Maar naar kinderen werd niet geluisterd – en dat is nog steeds zo. In mijn eenzaamheid dacht ik dat ik de enige was." Schrijver Bart Chabot deelt de herinneringen aan zijn grillige vader in 'Mijn vaders hand'. Ook hij voelde zich er alleen voor staan: "Ook al wist je je omringd door nog zoveel dierbaren, je reisde alleen en droeg je eigen koffer. Wat en wie je was moest je diep in jezelf wegstoppen; zo diep en ver weg dat je er zelf niet bij kon". Met de herinneringen en de pijn stoppen slachtoffers ook stukjes van zichzelf weg. Af en toe komt de pijn boven. Zo stond ondernemer Olcay Gulsen in de serie 'Olcay & Huiselijke geweld' zichtbaar emotioneel bij het huis waar ze met geweld en onveiligheid is opgegroeid. Met de verwondering van vroeger in haar stem verzuchtte ze: "Je hoopt dat iemand je komt redden, als kind, maar er kwam nooit iemand om je te redden."

Wat doet het lectoraat in deze crisis?

Ik zit op mijn handen. Ik onderdruk de reflex om vanuit mijn thuiswerkplek allerlei oplossingen te bedenken in de huidige situatie. Want ik denk dat in de aanpak van kindermishandeling vaak een aantal denkfouten wordt gemaakt. Ten eerste zien we vaak dat er na incidenten allerlei nieuw beleid wordt opgetuigd, bijvoorbeeld om nóg beter te signaleren of nóg sneller te kunnen ingrijpen. Altijd goed gemeend, vaak strenger en steviger, maar niet altijd beter. Ten tweede wordt, als er haast bij is, over het algemeen niet gekozen voor duurzame interventies, maar voor oplossingen gericht op de kortere termijn. Daarmee is een gezin misschien tijdelijk geholpen, maar vaak zien we dat na afloop de problemen weer opspelen, vaak heviger dan ervoor. Ten derde, ik noemde het al, kan onveiligheid in gezinnen niet losgezien worden van de context, en kunnen ouders alleen geholpen worden als zij vanuit een niet-beschuldigende houding worden benaderd, zonder dat zij bang hoeven zijn voor maatregelen die het gezin als geheel niet ten goede komen. Dat sluit aan bij mijn laatste punt. Uit verschillende onderzoeken én uit de ervaringen van betrokkenen, blijkt dat hulpverlening alleen helpt als deze goed is afgestemd met alle gezinsleden. Ouders en kinderen willen en moeten zélf kunnen meedenken en meebeslissen over hoe de onveiligheid in het gezin het beste kan worden gestopt. Ook dat wordt in goedbedoelde haast wel eens vergeten. Maar laat ik niet te negatief afsluiten: er zijn wel degelijk dingen die we op dit moment kunnen doen voor ouders en kinderen die het moeilijk hebben.

Wat kunnen we nu wél doen voor deze gezinnen?

De huidige situatie is een wake-up call. We beseffen nog meer hoe lastig het is voor sommige gezinnen om overeind te blijven, we ontdekken de aandachtspunten in de huidige aanpak en professionals zoeken de grenzen van hun mogelijkheden om gezinnen toch te kunnen helpen. We kunnen leren van wat nu niet goed gaat, maar net zo goed leren we van de creatieve en onorthodoxe oplossingen die nu soms gekozen worden. En verder kan iedereen een steentje bijdragen. Zoals wel blijkt uit de voorbeelden die ik noemde, is de eerste stap een arm om iemands schouder, in deze tijd een spreekwoordelijke of een virtuele. Daadwerkelijke hulp kan (en moet) later. Maak je je zorgen om een ouder die onder druk staat? Ken je een kind dat het thuis niet goed heeft? Laat weten dat je er bent! Stuur een kaartje, maak een praatje op afstand bij de voordeur, bied aan een klusje te doen, laat de kinderen even samen buiten spelen. En durf zelf ook aan de bel te trekken bij vrienden of familie als het je even teveel wordt. Want alleen samen krijgen we corona onder controle, en alleen samen kunnen we uiteindelijk onveiligheid in gezinnen bespreekbaar maken, tegengaan en stoppen.

Susan Ketner, lector Integrale Aanpak Kindermishandeling

Benieuwd naar alle coronablogs van onze lectoren? Ga naar www.hanze.nl/coronablogs.

 

 

 

 

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.newsItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'AttachmentsWidget_Title' | i18n}}