De waarde van een beweegvriendelijke omgeving in het Corona tijdperk

De openbare ruimte als plek om te spelen, ontmoeten, bewegen en sporten is in het Corona-tijdperk door veel mensen ontdekt. Welke lessen kunnen we leren tijdens dit bijzondere tijdperk over de waarde van een beweegvriendelijke openbare ruimte?

Door de corona crisis is sporten en bewegen, zowel binnen als buiten, een uitdaging gebleken. In het begin van de crisis werd nog steeds binnen gesport (op bijv. hometrainers), zoals te zien is in een rapport van Garmin. Kwetsbare doelgroepen worden harder getroffen dan anderen waarmee de reeds bestaande gezondheidsongelijkheid nog eens extra wordt vergroot. Diegenen die al een risicogroep waren, vormen nu, in tijden van en na corona, een nog grotere risicogroep (vanwege lage SES, leefstijl e.d.). De oproep van ruim 1600 artsen in Nederland is ook om daar iets aan te doen. De Vereniging voor Sportgeneeskunde adviseert ook om te blijven bewegen; de positieve effecten van bewegen op gezondheid zijn immers bekend. Er wordt inmiddels ook aangegeven dat bewegen een beschermend effect heeft tegen de negatieve fysieke, mentale en sociale gevolgen van het coronavirus. Kortom, blijf bewegen! Echter, dat is de laatste tijd niet zo makkelijk gebleken als het lijkt. Het sportverenigingsleven heeft ernstig te lijden gehad onder de crisis. Sporters die normaal hun uren maakten binnen verenigingsverband blijken ineens veel minder te sporten, terwijl mensen die voorheen minder sportten toen de individuele sporten gingen oppakken, blijkt uit een Belgisch rapport. De corona maatregelen zijn inmiddels flink versoepeld, waardoor buiten en binnen sporten weer toegestaan is onder bepaalde restricties. Doordat buiten simpelweg meer mag, is er een nog sterkere rol weggelegd voor sporten en bewegen in de openbare ruimte (BIOR). Belangrijk voordeel van bewegen in de openbare ruimte is dat het inclusief is en geen onderscheid maakt tussen bijvoorbeeld rijk-arm, jong-oud, waarmee het ongelijkheid verkleint. De openbare ruimte is in principe toegankelijk voor iedereen en is in de corona tijd ook meer ontdekt door inwoners. De vraag is echter hoe nog meer (vooral inactieve) mensen blijvend verleid kunnen worden om (meer) gebruik te maken van deze openbare ruimte.

Van tijdelijke aandacht naar structurele aandacht

De openbare ruimte wordt al heel lang gebruikt als speelterrein, ontmoetingsplek en als sport- en beweegvoorziening. Jeroen Hoyng van Kenniscentrum Sport en Bewegen geeft echter ook aan dat dat bij veel gemeenten vaker bijvangst is dan beleid. In een 1,5 meter samenleving waarbij bewegen, spelen en sporten in de openbare ruimte de minste beperkingen kent ten opzichte van het aanbod in georganiseerd verband of in binnen accommodaties neemt de interesse voor de openbare ruimte toe. Dit vraagt om beleid om deze kansen te benutten maar ook om de druk die er mogelijk op deze openbare ruimte ontstaat in goede banen te leiden. Je ziet daarvoor nu instrumenten ontstaan zoals bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam waar een Menukaart Tijdelijke maatregelen openbare ruimte is ontwikkeld. De uitdaging ligt erin om deze tijdelijke aandacht voor de waarde van bewegen in het algemeen en in de openbare ruimte in het bijzonder om te zetten in structurele aandacht. Kenniscentrum Sport en Bewegen heeft verschillende instrumenten ontwikkeld om het onderwerp beweegvriendelijke omgeving te agenderen, te analyseren of te ontwerpen. Daarnaast biedt de aandacht voor de omgevingsvisie waarbinnen gezondheidsbevordering een plek heeft een momentum om de beweegvriendelijke omgeving (nogmaals) te agenderen. Ook bij (her)ontwikkeling van beweeg-, speel-, sportbeleid kan aandacht voor bewegen in de openbare ruimte niet ontbreken. Tot slot kunnen de lokale sport- en preventieakkoorden een katalysator zijn voor het gesprek over bewegen in de openbare ruimte en de verbinding met sportaanbieders.

De rol van de professional

De sleutel tot een beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte ligt in veel gevallen bij de professionals. Uiteraard op het gemeentehuis, waar beleidskaders zo ingericht dienen te worden dat ze ruimte bieden om de omgeving beweegvriendelijk in te richten, maar daarna ook vooral bij de sportprofessionals in het werkveld.

De uitdaging van de beleidsmakers is de verbinding van het sociale domein met het fysieke domein. De sportambtenaar spreekt een andere taal dan de ambtenaar ruimtelijke ordening en de ambtenaar volksgezondheid. Deze werelden bij elkaar brengen en samen kijken hoe je voorwaarden kan scheppen/faciliteren om de ruimte zo in te richten dat het verleidt tot bewegen en gezond gedrag is een uitdaging op zichzelf. De omgevingswet en bijbehorende visie en uitvoering daarvan biedt de kans om hierin nauwer samen op te trekken.

Tijdens gesprekken met buurtsportcoaches die de leerlijn/cursus BIOR volgen (een scholing voor buurtsportcoaches georganiseerd vanuit Kennislab BIOR Noord) wordt al snel duidelijk welke taken er op de buurtsportcoach afkomen als het gaat om die inrichting van de openbare ruimte. Inwoners die initiatief nemen om een pumptrack, een outdoorfitnessplek, skatebaan, beweegroute of speeltuin te realiseren, het zijn de vragen waarmee ze bij de buurtsportcoach komen.  

"Creativiteit, verbinden en denken in mogelijkheden, dat is waar de professional het verschil kan maken als het gaat om het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte, nu maar ook in de toekomst!"

Door buurtsportcoaches te scholen en hen te begeleiden in hoe zij samen met de inwoners kunnen kijken naar de werkelijke behoefte als het gaat om de inrichting van die buitenruimte en vervolgens ook een proces kunnen inrichten en begeleiden tot een succesvolle implementatie zal bijdragen aan het benutten van de openbare ruimte voor sport en bewegen. Essentieel in deze trajecten is dat het niet alleen gaat om realisatie van een toestel, route etc. (hardware), maar vooral ook om de manier waarop de beweegvoorziening gebruikt/geactiveerd (software) wordt. En niet te vergeten voor de langere termijn ook goed onderhouden en beheerd wordt (orgware). Ook deze buurtsportcoach moet daarin de weg vinden bij zijn collega's in de gemeente van onder andere wijkbeheer en ruimtelijke ordening.

De coronaperiode is een periode waarin veel niet kan, maar wat deze periode wel oplevert, is dat de buitenruimte meer dan ooit tevoren is ontdekt als een plek om op een laagdrempelige manier te kunnen sporten en bewegen. Laten we dit vasthouden en naar de toekomst kijken hoe we die buitenruimte zo inrichten dat deze blijft verleiden. Want verleid worden, dat willen we toch allemaal?

Auteurs
Berry van Holland, docent-onderzoeker lectoraat Prakijktijkgerichte Sportwetenschap
Magda Boven, docent Sportkunde/onderzoeker lectoraat Prakijktijkgerichte Sportwetenschap
Mieke Zijl, docent-onderzoeker lectoraat Prakijktijkgerichte Sportwetenschap

 

Onderschrift:

Het lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap van het Instituut voor Sportstudies in Groningen houdt zich al jaren bezig met vraagstukken over bewegen in openbare ruimte. Verschillende (onderzoeks)projecten op het gebied van monitoring, het ontwikkelen van instrumenten en het scholen van professionals laten zien dat het beweegvriendelijk inrichten van openbare ruimte een complexe uitdaging is. Samen met verschillende partners zoals Huis voor de Sport Groningen, SportDrenthe, SportFryslan, gemeenten en provincies hebben zij daartoe Kennislab BIOR Noord opgericht. Meer informatie over dit kennislab is te vinden op www.kennislabbiornoord.nl.

 

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'LastModified_Dateformat' | i18n}} {{vm.newsItem.ModifiedDate | date:'longDate'}}

{{'AttachmentsWidget_Title' | i18n}}