Opinie: De echte brugklas begint na de introductieweken
- Blog
Een warm welkom is niet genoeg: de echte brugklas begint na de introductieweken. Dat stellen Margreet Luinge en Margot Bochane in een opiniestuk in Dagblad van het Noorden.
Tekst: Margot Bochane, senior onderzoeker en Margreet Luinge, Lector Talig functioneren & Gezond ouder worden bij Lectoraat Jeugd, Educatie & Samenleving
Duizenden brugklassers lopen deze weken voor het eerst door de deuren van hun nieuwe school. Kennismakingsdagen, mentoruren en introductieweken moeten ervoor zorgen dat leerlingen zich snel thuis voelen. Dat is waardevol. Maar een duurzame aansluiting op een nieuwe school vraagt om veel meer dan een goede eerste indruk.
Veel mensen zullen zich de eerste weken als brugklasser nog herinneren. Je bent net begonnen en plots ben je weer de kleinste. Je sleept een zware tas mee. Je zoekt gestrest naar het juiste lokaal. Elk uur staat een andere docent voor je neus, met eigen regels en verwachtingen. En dan is er ook nog huiswerk, dat je zelf moet plannen.
De overstap van groep 8 naar de brugklas is daarmee veel meer dan een verhuizing van schoolgebouw. In deze fase staat veel op zijn kop. Van leerlingen wordt verwacht dat zij hun schoolwerk overzien en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leerproces. En dan is het ook nog eens een emotioneel turbulente periode. Vriendschappen kunnen veranderen. Leerlingen worden zich bewuster van zichzelf en hoe anderen hen zien, willen erbij horen en kunnen onzeker worden in nieuwe situaties.
Toch ligt bij onderwijskwaliteit de focus vaak op prestaties, niveau-adviezen en resultaten. Natuurlijk zijn die belangrijk. Maar goed leren begint bij veiligheid. Wie zich buitengesloten voelt, onzeker is of voortdurend bezig is met erbij horen, heeft minder ruimte om zich op het leren te richten.
Internationaal onderzoek laat zien dat sociale veiligheid, verbondenheid en steun van leeftijdsgenoten én leraren cruciaal zijn voor een succesvolle schoolloopbaan. Leerlingen die weten bij wie zij terecht kunnen en vrienden hebben, passen zich sneller aan en ontwikkelen meer zelfvertrouwen. Het omgekeerde geldt ook. Wie te maken krijgt met pesten, sociale isolatie of een gebrek aan ondersteuning, loopt meer risico op welzijns- en leerproblemen. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar de start van het schooljaar.
De vraag is niet alleen: hoe verzorgen we een prettige introductieweek? Maar: hoe zorgen we ervoor dat leerlingen zich ook in november, januari en april nog gezien, veilig en verbonden voelen? Voor veel scholen ligt daar nog een kans. Welbevinden ontstaat niet vanzelf wanneer de basis op orde is, maar vraagt om bewuste keuzes. Niet alleen van mentoren, maar van de hele schoolorganisatie.
Juist nu, aan het begin van het schooljaar, is het belangrijk om verder te kijken dan cijfers en resultaten. Hoe ervaren leerlingen de sfeer in de klas? Durven zij vragen te stellen? Maken zij vrienden? Weten zij bij wie ze terecht kunnen als iets niet goed gaat? En voelen ouders zich voldoende betrokken om thuis steun te bieden? Om beter zicht te krijgen op wat leerlingen tijdens deze overgang nodig hebben, ontwikkelt de Hanze met onderwijs-, zorg- en kennisinstellingen de Soepel Starten-scan.
Dit instrument brengt factoren van welbevinden in kaart van leerlingen tijdens de overgang naar het voortgezet onderwijs. Dat gebeurt vanuit het perspectief van schoolleiding, leraren, leerlingen en ouders. Denk dan bijvoorbeeld aan sociale veiligheid, schoolverbondenheid, sociaal-emotioneel leren, ouderbetrokkenheid, docentcompetenties en de bredere schoolorganisatie. Het doel is nadrukkelijk niet om leerlingen te labelen of problemen te diagnosticeren. Het gaat om inzicht. Want alleen wanneer scholen weten wat er speelt, kunnen zij gericht verbeteren.
Misschien is dat wel de belangrijkste les uit zowel onderzoek als praktijkervaring. Een succesvolle overstap wordt niet bepaald door één mentor, één activiteit of één interventie. Het is het resultaat van een netwerk van steun waarin leerlingen, ouders, docenten en schoolleiding samen optrekken.
Nu de brugklassers hun eerste weken beleven, kunnen scholen zichzelf een kritische vraag stellen. Zijn we tevreden zodra leerlingen hun rooster kunnen lezen en de weg naar het juiste lokaal hebben gevonden? Of vinden we het minstens zo belangrijk dat zij zich onderdeel voelen van een gemeenschap waarin zij zich kunnen ontwikkelen?
Een warme ontvangst is een mooi begin. Maar de echte overstap slaagt pas wanneer leerlingen niet alleen weten waar ze moeten zijn, maar ook voelen dat ze erbij horen. Juist daar ligt het verschil tussen simpelweg op school zitten en daadwerkelijk tot bloei komen.
Hoe tevreden ben jij met de informatie op deze pagina?