Lokale wijsheid als basis voor verandering

  • Nieuws
Lokale Wijsheid 1.jpg

Hoe werk je samen aan maatschappelijke vraagstukken die zo complex zijn dat niemand ze alleen kan oplossen? Die vraag stond centraal tijdens Lokale Wijsheid, dat maandag 24 augustus plaatsvond in De Kasteelvrouwe in Groningen. Tijdens een interactieve kenniscarrousel kwamen mensen met verschillende achtergronden, expertises en belangen samen om kennis en ervaringen uit te wisselen en samen na te denken over verandering.

De deelnemers werden uitgenodigd om hun verschillen niet als obstakel te zien, maar juist als bron voor innovatie. Iedereen brengt immers een eigen perspectief, kennis en ervaring mee. Juist door die perspectieven samen te brengen, ontstaan nieuwe mogelijkheden voor herstel en transitie.

De middag draaide rond drie thema’s: Symbiosis, over de competenties die nodig zijn om transities te realiseren; BUFFER+, over herstel van het veenlandschap en nieuwe perspectieven voor de regio; en De Grote Systeemwissel, over het werken aan duurzame lokale gemeenschappen. Deelnemers gingen aan verschillende tafels met elkaar in gesprek en onderzochten wat er nodig is om complexe vraagstukken lokaal aan te pakken.

Complexiteit vraagt om samenwerking

Anu Manickam, associate lector van de onderzoekslijn Region-to-Region for Regional Resilience (R2R4RR), ziet in de verschillende onderdelen van de middag één duidelijke rode draad: complexe maatschappelijke vraagstukken vragen om een andere manier van werken. “Complexiteit betekent dat je heel goed moet kijken naar de context. Welke ontwikkelingen spelen er? Welke factoren en interacties versterken een probleem en welke kunnen juist helpen om het te verminderen?”, vertelt Anu. Volgens haar begint verandering met het erkennen van die complexiteit. Wanneer je met verschillende groepen over een vraagstuk praat, wordt steeds duidelijker dat je het niet vanuit één perspectief kunt oplossen. “Op een gegeven moment besef je: dit kun je niet alleen als één partij of vanuit één beleidsterrein aanpakken. Je hebt elkaar nodig.”

Daarmee sluit haar verhaal direct aan bij het uitgangspunt van Lokale Wijsheid: iedere lokale context is anders en vraagt daarom om oplossingen die passen bij die specifieke omgeving. “Elke lokale context bepaalt hoe een maatschappelijk vraagstuk zich ontwikkelt. Je kunt daarom alleen contextgebonden werken. Daarvoor heb je de mensen nodig die onderdeel zijn van die context, met hun eigen kennis en ervaring. In die context zitten namelijk ook de mogelijkheden.”

Niet één oplossing voor iedereen

Volgens Anu zit daar ook een belangrijke valkuil. Bij complexe vraagstukken zijn we vaak geneigd om één oplossing te bedenken en die vervolgens op verschillende plekken toe te passen. Maar wat in de ene omgeving werkt, hoeft ergens anders niet te werken. Daarom is experimenteren belangrijk. “We moeten experimenteren, kijken wat werkt en wat niet werkt, en vervolgens samen bijsturen.” Kleine experimenten kunnen volgens Anu uiteindelijk bijdragen aan grotere systeemverandering. Niet door vooraf alles dicht te timmeren, maar door ruimte te geven aan leren en aanpassen. Ook bestaande systemen kunnen daarbij in de weg zitten. Anu noemt onder meer versnipperd beleid, gebrekkige coördinatie, bestaande structuren en beperkte toegang tot kennis en middelen. Organisaties en professionals werken bovendien vaak vanuit hun eigen rol en belangen, terwijl maatschappelijke vraagstukken juist vragen om samenwerking over die grenzen heen.

De Grote Systeemwissel als onderliggende gedachte

Die manier van kijken vormt ook een belangrijke basis voor De Grote Systeemwissel, het boek dat Anu samen met Karel van Berkel schreef. Het boek stond tijdens de middag niet los van de andere onderwerpen, maar vormde juist een onderliggende gedachte voor de manier waarop deelnemers met de vraagstukken aan de slag gingen. Het gaat daarbij niet alleen om begrijpen hoe complexe systemen werken, maar vooral om de vraag: wat kunnen we zelf doen om verandering mogelijk te maken? Wie hebben we daarvoor nodig? Welke structuren werken mee en welke houden verandering tegen? En welke nieuwe vormen van samenwerking zijn nodig? Dat kwam tijdens de kenniscarrousel letterlijk aan de tafels samen. Deelnemers brachten verschillende perspectieven in en onderzochten mogelijke interventies. Niet vanuit de gedachte dat er één kant-en-klaar antwoord bestaat, maar door samen te onderzoeken wat in een specifieke context mogelijk is.

Van lokale kennis naar verandering

Voor Anu is juist die lokale kennis een belangrijke kracht. “Elke context heeft zijn eigen mogelijkheden. Als je die kennis en ervaring van mensen die daar actief zijn meeneemt, krijg je een ander beeld van wat er mogelijk is.” Dat betekent ook dat systeemverandering niet alleen iets is van beleidsmakers of bestuurders. Onderwijs, overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben allemaal een rol. Door die verschillende rollen en perspectieven met elkaar te verbinden, ontstaat volgens Anu meer ruimte om daadwerkelijk iets te veranderen. Aan het einde van de middag volgde een keynote van Johan Brongers, bestuurder van Tintengroep, over hoe een organisatie in de praktijk omgaat met complexe vraagstukken. Daarmee werd de stap gemaakt van theorie en gezamenlijk onderzoek naar een concreet voorbeeld uit de praktijk.

Voor Anu is de belangrijkste opbrengst van de middag uiteindelijk het besef dat complexiteit niet iets is wat je eerst moet oplossen voordat je kunt beginnen. Het is het uitgangspunt van waaruit je moet werken. Door verschillende perspectieven bij elkaar te brengen, lokale kennis serieus te nemen en ruimte te maken voor experiment en samenwerking, kunnen kleine stappen uiteindelijk bijdragen aan grotere verandering.

Dat is wijsheid: de gemeenschappelijke belangen versterken in plaats van alle individuen.

Ook Karel van Berkel ziet juist in lokale gemeenschappen een belangrijke bron voor verandering. Veel maatschappelijke vraagstukken komen uiteindelijk samen in dorpen en wijken, waar mensen dagelijks de gevolgen ervan ervaren. Tegelijkertijd ontstaan daar ook oplossingen. Hij noemt als voorbeeld een dorpswinkel in Sauwerd die grotendeels door vrijwilligers wordt gerund. Voor Karel laat zo’n initiatief zien wat er mogelijk is wanneer mensen vanuit een gezamenlijk belang samenwerken. Die lokale voorbeelden kunnen volgens Karel inspireren om niet af te wachten wat er op nationaal of Europees niveau gebeurt, maar ook zelf in beweging te komen. Soms begint verandering simpelweg dichtbij huis: bij mensen die samen verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving.