De transitieagenda Van Markt naar Mens hervormt het sociaal domein

  • Nieuws
Margreet Boersma

Een woud van wachtlijsten, protocollen en instellingen. Jeugdzorg in Nederland kampt er al jaren mee. Hoe zet je mensen weer op de eerste plaats en beperk je de bureaucratie? De transitieagenda Van Markt naar Mens wil het sociaal domein veranderen en de Hanze heeft daar een voortrekkersrol in. “Vertrouwen is iets dat ontstaat tussen mensen.”

Tekst: Bart Breman

Lector Duurzaam Financieren en Ondernemen Margreet Boersma werkt al sinds 2012 aan het veranderen van de Jeugdzorg. In de landelijke transitieagenda Van Markt naar Mens pleit ze voor mens- en relatiegericht werken in het sociale domein. “Als je alles alleen maar zo efficiënt mogelijk inricht om via de laagste kosten een aanbesteding te winnen, dan gaat dat ergens wringen. Vertrouwen is iets dat ontstaat tussen mensen”, zegt ze beslist.  

Van bureacrazy naar carehappy 

Voordat Boersma lector bij de Hanze werd, werkte ze bij een zorgaanbieder. “Ik heb van binnenuit de bureaucratie rondom aanbestedingen en zorginkoop meegemaakt. Er wordt geld uitgegeven aan producten die soms niet helemaal passen bij het werk dat gedaan moet worden”, vertelt ze. “Zo ontstaan er wachtlijsten. Niet omdat er geen mensen zijn, maar omdat het geld voor de juist zorgproducten op is.” 
 
Deze ervaringen inspireerden haar om als lector aan de Hanze met de jeugdzorg aan de slag te gaan, deels vanuit een financieel perspectief. “Ons onderzoeksproject ‘Van bureaucrazy naar carehappy’ richtte zich op het verminderen van de regeldruk. In de bijbehorende ‘Handreiking voor het WMO-inkoopproces’ laten we zien hoe je op een andere manier zorg kunt inkopen en hoe je de financiering ervan anders kunt vormgeven.”  

Hendig 

De meeste gemeenten kopen hun jeugdzorg in via een openbaar aanbestedingssysteem, waarin jeugdhulpaanbieders met elkaar concurreren om een aanbesteding te krijgen. Gemeentes hanteren tijdens en na de aanbesteding strenge protocollen en regels. Na de aanbesteding moeten partijen die elkaar eerst beconcurreerden zo efficiënt mogelijk met elkaar gaan samenwerken. Dat is soms behoorlijk ingewikkeld.  

Tijdens haar onderzoek kwam Boersma op het pad van de Limburgse gemeente Peel en Maas, waar de jeugdzorg op een andere manier wordt ingekocht. Bij Hendig, zoals de werkwijze is genoemd (naar het Limburgs dialect voor handig), is de expertise van de hulpverlener leidend, in plaats van de organisatie waar ze voor werken.  

In de praktijk betekent dit dat aanbestedingen niet gepaard gaan met uitgebreide onderzoeken, gedetailleerde rapporten en lange onderhandelingen. Met Hendig zitten gemeente en jeugdzorginstanties eens per jaar om tafel om naar de tarieven te kijken, waarna in goed overleg wordt besloten wat er aangepast of geïndexeerd moet worden. Sneller, goedkoper én op basis van vertrouwen. “Elke gemeente wil controle over zijn uitgaven en daar richten ze hun voorzieningen op in”, vertelt Ron Genders, procesontwikkelaar bij de gemeente Peel en Maas en aanjager van Hendig. “Maar daarmee verdwijnt degene om wie het gaat naar de achtergrond. Sommige gezinscoaches zijn de helft van hun tijd kwijt aan onderhandelingen met zorgaanbieders, terwijl ze natuurlijk gezinnen moeten helpen. Dáárom doen wij het anders.” 

JEP Veendam 

Via de contacten tussen de Hanze en Hendig kwamen er een andere projecten in beeld: De Proeftuin in Oss en JEP (Jeugd Expertise Punt) in Veendam. Bij die laatste is Maarten Wetterauw, directeur van ggz-instelling Molendrift, één van de kartrekkers. “In Veendam werd de kloof tussen jeugdhulp en inkoop steeds groter”, vertelt hij. “Gelukkig stond er een wethouder op die het anders wilde: meer samen doen en werken vanuit vertrouwen.”  

Via JEP worden mensen snel geholpen: er zijn geen wachtlijsten en de hulp is praktisch ingestoken. “Een ouder of leerkracht kan gewoon het kantoor van een gedragsdeskundige binnenlopen”, vertelt Wetterauw. Ze bespreken de situatie, waarbij ouders, leerkracht én het kind zelf worden betrokken. “Zo’n kind hoeft dus niet eerst vijftig keer naar een ggz-instelling voor hulp die mogelijk niet eens de juiste is.” Het klinkt allemaal heel eenvoudig. Wetterauw knikt. “Het is heel ‘Jip en Janneke’ allemaal. Maar omdat het systeem zo ingewikkeld is geworden, is het erg lastig om dingen op zijn ‘Jip en Janneke’s’ te organiseren.”  

Broersma gaat verder. “Het gaat dus om vertrouwen. De vraag is of je een relatie met elkaar aan wilt gaan en afspraken kan maken zonder eerst contract af te sluiten.” Na een korte stilte: “We zitten in een risicovermijdende maatschappij, waar je constant wordt afgerekend op wat je doet. Als gemeente heb je gewoon sterke mensen nodig die het anders willen doen.” 

Verder groeien 

Tussen de verschillende jeugdzorginitiatieven ontstond al snel uitwisseling, maar van een overkoepelende visie was geen sprake. De Hanze werd samen met de Rijksuniversiteit Groningen gevraagd om daar het initiatief toe te nemen. Boerma gaf er graag gehoor aan en de verschillende bijeenkomsten onder leiding van de Hanze resulteerden in de transitieagenda Van Markt naar Mens. “Deze transitieagenda maakt duidelijk wat we willen veranderen in de jeugdzorgsector en hoe we dat willen doen.”  
 
Inmiddels zijn de verschillende initiatieven samengekomen in een consortium, waarin de Hanze de verbindende factor is. “Wij hebben de regie tijdens de bijeenkomsten en verwerken de resultaten”, vertelt Boersma. Het is de bedoeling dat er de komende jaren bredere beweging tot stand komt. “Dankzij een subsidie van Kwaliteit Blijvend Leren kunnen we vanaf nu echt gaan groeien. Volgend jaar willen we een symposium organiseren, waarin we alle voorbeelden een plek geven en de resultaten tot nu toe gaan presenteren.”