ClimateCafé brengt klimaatkennis uit acht landen samen
- Nieuws
Van wateroverlast tot verdorde natuur; wereldwijd zoeken mensen slimme manieren om met het veranderende klimaat om te gaan. Tientallen onderzoekers, beleidsmakers, studenten en professionals uit binnen- en buitenland komen daarom eind oktober bij elkaar tijdens de internationale editie van ClimateCafé. Charné Theron, projectleider en senior onderzoeker van de Hanze: “We kunnen ontzettend veel van elkaar leren.”
Het evenement op en rond de Zernike Campus is niet zomaar een congres. De deelnemers volgen op 28, 29 en 30 oktober lezingen, workshops en bekijken vooral praktijkproeven op locaties in Groningen. Het doel: kennis uitwisselen en met elkaar concrete oplossingen bedenken die regio’s in de hele wereld beter bestand maken tegen klimaatverandering.
Tekst: Anita Pepping
De internationale bijeenkomst brengt zo’n 75 deelnemers samen. Een derde komt uit Denemarken, Polen, Engeland, Portugal, Letland, Indonesië en de Filipijnen, de rest uit Nederland. De samenwerking tussen deze landen is geen toeval, want allemaal worstelen ze met wateroverlast, droogte en hittestress. De aanpak én oplossingen verschillen en juist daar zitten de leerpunten. Zo heeft Portugal al ruime ervaring met Nature Based Solutions tegen hitte, zoals de witte gebouwen die zonlicht reflecteren en schaduwrijke openbare ruimtes. Daarentegen kunnen zij weer leren van de kennis in Nederland rond waterbeheer. Vanuit de Hanze komen er 7 grote projecten samen.
Het ClimateCafé onderscheidt zich volgens projectleider Charné Theron van traditionele congressen, omdat deelnemers echt naar buiten gaan. “De praktijkervaring staat centraal. Deze internationale editie is bijzonder, omdat voor ‘t eerst zoveel partners uit internationale klimaatprojecten meerdere dagen samen optrekken. Er ontstaan nieuwe verbindingen tussen onderzoekers, gemeenten, bedrijven, onderwijsinstellingen en studenten. Normaal gesproken opereren die vooral binnen hun eigen projecten.”
Een van de uitgangspunten van het ClimateCafé is dat deelnemers iets moeten onderzoeken, ervaren en meenemen naar hun eigen praktijk. Daarom bestaan de dagen uit een combinatie van lezingen, workshops, veldbezoeken en demonstraties.
Die aanpak sluit aan bij de filosofie achter het concept, dat inmiddels al meer dan honderd keer wereldwijd is toegepast.
Een van de projecten die deelnemers in Groningen gaan bekijken is de WaterWall. Dit systeem is ontwikkeld door studenten van de Hanze en bestaat uit verticale waterreservoirs langs gebouwen. Deze slaan overtollig regenwater op tijdens hoosbuien om vervolgens stapsgewijs af te voeren. Ze worden inmiddels ook in Zwolle en Leeuwarden gebruikt.
Ook het Reitdiep-project in Groningen is opgenomen in het programma. Zogenoemd grijs water uit douche en wastafel wordt niet direct afgevoerd naar het riool, maar via natuurlijke filters gezuiverd en opnieuw gebruikt. Dergelijke circulaire watersystemen kunnen oplossingen bieden in tijden van toenemende droogte. Daarnaast krijgen de deelnemers proeven te zien met relatief eenvoudige voorzieningen om regenwater tijdelijk vast te houden, langzaam in de bodem te laten zakken en grondwater aan te vullen.
Volgens medeorganisator en lector klimaatadaptatie van de Hanze, Floris Boogaard, gaat het niet alleen om technische uitdagingen. “Neem een wadi, of zoals sommigen zeggen ‘greppel’. Bewoners vrezen soms dat meer groen en open water in de stad leidt tot extra muggen. Maar onderzoek laat zien dat een goed ontworpen wadi binnen twee dagen leeg is. Muggen hebben minstens zeven dagen nodig om zich vanuit eitjes te ontwikkelen en krijgen dus geen kans.” Het blijft voor hem een belangrijke les; klimaatadaptatie draait niet alleen om techniek, maar ook om communicatie met omwonenden.
Binnen het internationale netwerk is uitwisseling van kennis belangrijk. Zo heeft Groningen zich laten inspireren door buitenlandse voorbeelden, terwijl andere steden op hun beurt profiteren van ervaringen die hier zijn opgedaan.
Een voorbeeld zijn proefvelden met verschillende beplantingen voor wadi’s en regenwaterbuffers. Onderzoekers bekijken welke bodemsoorten en planten het best functioneren, ook onder droge omstandigheden. Proeven met wilgen trekken daarbij veel aandacht, omdat ze relatief weinig onderhoud nodig hebben en goed bestand zijn tegen droogte. Wilgentakken zijn bovendien prima bruikbaar als duurzame drainage bij wadi’s.
Dezelfde experimenten worden inmiddels ook in andere landen uitgevoerd. Door resultaten uit verschillende klimaatzones te vergelijken hopen onderzoekers beter inzicht te krijgen welke oplossingen het meest effectief zijn op welke plekken.
Studenten spelen altijd een belangrijke rol tijdens een ClimateCafé. “Door studenten actief te betrekken bij praktijkonderzoek laten we zien dat civiele techniek meer inhoudt dan ontwerpen achter een bureau. Klimaatadaptatie vraagt om onderzoek in de wijk, samenwerking met bewoners en het bedenken van tastbare oplossingen in de openbare ruimte. Dat maakt de bouw- en watersector aantrekkelijk én relevanter, ook voor de regio. Juist die combinatie van onderzoek, praktijkervaring en internationale kennisuitwisseling is de kracht van het ClimateCafé”, aldus de organisatoren.
ClimateCafé is sinds 2014 een door Hanze-lector klimaatadaptatie Floris Boogaard ontwikkelde werkvorm rond klimaatadaptatie. Onderzoekers, gemeenten, waterschappen, bedrijven en studenten werken samen aan praktijkvraagstukken rond water, hitte en droogte. Deelnemers combineren het delen van hun kennis met excursies, praktijk-bezoeken en demonstraties. Inmiddels zijn wereldwijd meer dan honderd ClimateCafés georganiseerd.