Wat gebeurt er als cliënten, naasten en professionals écht samen optrekken?
Twee broers van in de vijftig voeren samen met een hulpverlener een triadegesprek. Op de vraag ‘Wat waarderen we in elkaar?’ geven zij alle drie antwoord. De broers raken zichtbaar geëmotioneerd. ‘We zijn al zo oud en hebben dit nog nooit tegen elkaar gezegd.’ Ook de hulpverlener is onder de indruk. Een klein moment, maar het laat helder zien wat triadisch samenwerken kan betekenen.
Bij triadisch samenwerken voeren cliënt, naaste en hulpverlener gesprekken vanuit gelijkwaardigheid. Samen bespreken zij wat belangrijk is, nemen zij beslissingen en maken zij afspraken. De naaste is diegene die de cliënt als meeste naaste beschouwt. Dit kan een familielid, vriend, kennis of iemand uit de buurt zijn. Deze manier van samenwerken versterkt de onderlinge relatie en de gezamenlijke besluitvorming en ondersteunt het herstelproces. Literatuuronderzoek ondersteunt deze bevindingen.
Binnen dit project werkten de Hanze, GGz Breburg en Tilburg University/Tranzo samen met Lentis. Vanuit het Hanze - lectoraat Maatschappelijke participatie van mensen met psychische beperkingen zijn lector Charlotte Wunderink en onderzoeker Ellen Meijer de trekkers. Het project bouwde voort op eerdere projecten rondom triadisch samenwerken in de langdurige GGZ.
Margot Metz, senior wetenschappelijk onderzoeker en verpleegkundige, en Marij de Roos, senior beleidsmedewerker bij GGz Breburg in Brabant, vertellen over het ZonMw-project Triadisch samenwerken in de GGZ-praktijk.
"Met onderzoeker Ellen Meijer als kartrekker vanuit de Hanze brachten we onze expertise samen en bouwden we voort op de tools en bouwstenen uit de eerdere projecten," vertelt Margot Metz. "Bestaande kennis hebben we doorontwikkeld tot praktische handvatten voor de GGZ. Daarnaast ontwikkelden we een train-de-trainerprogramma en werken we samen met landelijke stichtingen en kennisinstellingen om deze scholing breder beschikbaar te maken."
Bij de ontwikkeling van de materialen stonden ervaringen uit de praktijk centraal. Bewoners, naasten, triadecoaches, hulpverleners en ervaringsdeskundigen dachten mee over wat nodig is om triadisch samenwerken verder te stimuleren.
"Veel hulpverleners ervaren handelingsverlegenheid in gesprekken over herstel met cliënten en naasten," zegt Marij de Roos. "Zij gaven aan behoefte te hebben aan materiaal dat uitlegt wat herstel eigenlijk betekent en wat mensen meemaken tijdens een ontwrichtende levenservaring. Daarom zijn we gestart met het ontwikkelen van een korte animatie.” Deze animatie wordt inmiddels landelijk gedeeld en kan aan het begin van een behandeltraject worden ingezet om het gesprek over herstel te ondersteunen. Daarbij gaat herstel niet alleen over genezing, maar vooral over het leren omgaan met psychische kwetsbaarheid en het opnieuw vormgeven van het leven.
Een andere tool die ontwikkeld is, is de Drie-in éen gespreksondersteuner die helpend is om in te zetten tijdens triadegesprekken. Deze gespreksondersteuner bestaat uit vier fasen en helpt cliënten, naasten en hulpverleners om op een laagdrempelige manier met elkaar in gesprek te gaan.
"De eerste fase bestaat uit informele vragen," vertelt Marij. "Denk aan: 'Welke boeken heb je onlangs gelezen?' of 'Waarvoor kom jij graag je bed uit?' Die vragen worden niet alleen door de cliënt beantwoord, maar ook door de naaste en de hulpverlener."
In de tweede fase volgen meer verdiepende vragen, zoals: 'Wat waardeer ik in jou?' Vervolgens worden afspraken gemaakt over de samenwerking: wat doen we wel en wat doen we niet? Ook is er aandacht voor de manier waarop mensen zich met elkaar verbonden (willen blijven) voelen. Het spelbord en de kaartjes van de gespreksondersteuner helpen om gesprekken op gang te brengen die anders misschien niet gevoerd zouden worden en om hierin verdieping aan te brengen, zodat de kwaliteit van het gesprek toeneemt. Het voorbeeld van de twee broers laat zien wat zulke gesprekken kunnen opleveren: meer wederzijds begrip, erkenning en verbondenheid.
Triadisch samenwerken vraagt veel van professionals. "Het is voor hulpverleners helemaal niet gemakkelijk om triadegesprekken te voeren," zegt Marij. "Ze richten zich van nature vooral op de cliënt. Maar in deze gesprekken moet je deels uit de hulpverlenersrol stappen en meer de rol van gespreksleider aannemen, terwijl je zelf ook onderdeel bent van het gesprek. Dat vraagt andere gespreksvaardigheden."
Om hulpverleners hierin te ondersteunen, zijn naast de praktische tools, triadecoaches opgeleid. De praktische materialen en de scholing worden nu via een training in samenwerking met Kenniscentrum Phrenos en Stichting HIC ART breder beschikbaar gesteld voor de praktijk.
De betrokkenen hopen dat triadisch samenwerken uiteindelijk een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de geestelijke gezondheidszorg.
"Nu zien veel hulpverleners het nog als iets extra's," zegt Margot. "Maar zij ervaren in toenemende mate zelf ook de voordelen. Zowel in goede als in moeilijke periodes communiceer je met naasten, weet je elkaar te vinden en versterk je elkaar."
Volgens Marij begint die verandering al in het onderwijs. "Triadisch samenwerken zou een vast onderdeel moeten zijn van opleidingen, zoals verpleegkunde en agogisch werk. Nu blijft het vaak beperkt tot gastlessen of een uitleg over familiebeleid. Het daadwerkelijk oefenen met triadegesprekken hoort thuis in het curriculum. Dat kost tijd, maar daar ligt wel de toekomst."
Want juist wanneer cliënten, naasten en professionals écht samen optrekken, ontstaat ruimte voor gesprekken die ertoe doen. Soms leidt dat tot nieuwe inzichten. Soms tot betere samenwerking. En soms tot een moment waarop twee broers elkaar eindelijk vertellen wat zij al die jaren in elkaar hebben gewaardeerd.
Eind 2026 verschijnt een uitgebreider artikel waarin de lessons learned en de resultaten aan de orde komen.
Onderzoeker lectoraat Maatschappelijke participatie van mensen met psychische beperkingen
Zernikeplein 23, 9747 AS Groningen
Hoe tevreden ben jij met de informatie op deze pagina?