De kunst van het werken in transities

  • Nieuws
De kunst van het werken in transities 1.png

De zorg loopt vast. Het aantal mensen met chronische aandoeningen neemt toe, terwijl er steeds minder mensen beschikbaar zijn om zorg te verlenen. Voor kersverse lector Paul Beenen is het duidelijk dat er iets moet veranderen. Maar hoe? In het boek 'De kunst van het werken in transities' deelt hij samen met collega's lessen, voorbeelden en praktische handvatten voor iedereen die werkt aan verandering in complexe systemen.

Al prutsenderwijs, vooruitstruikelend en ‘het idee is dat we geen idee hebben’. Wie hoort dat deze woorden afkomstig zijn van een nieuwe lector, krabt zich wellicht achter de oren. Maar volgens Paul Beenen, lector ‘Transitiegericht samenwerken voor gezondheid’, is dat precíes de houding die nodig is om te werken aan complexe maatschappelijke transities.

In het boek ‘De kunst van het werken in transities’ beschrijven de auteurs hoe organisaties, onderzoekers, overheden en inwoners samen kunnen werken aan maatschappelijke veranderingen die nodig zijn, maar waarvoor geen kant-en-klare oplossing bestaat.

Het systeem is niet meer vol te houden

Volgens Beenen lopen veel maatschappelijke systemen tegen hun grenzen aan. Dat geldt ook voor de gezondheidszorg. "De manier waarop we gezondheid en zorg nu georganiseerd hebben, past steeds minder goed bij de problemen van deze tijd", legt hij uit. "We wachten vaak totdat mensen ziek genoeg zijn om in actie te komen, terwijl veel gezondheidsproblemen juist langzaam ontstaan en veroorzaakt worden door leefstijl en leefomgeving."  De aandacht gaat naar ziektezorg, eigenlijk maar heel weinig naar de zorg voor gezondheid. 

Anders denken en doen

Dat vraagt om een fundamentele verandering van het systeem. Hoe dit  ‘nieuwe’ systeem eruit ziet weten we nu nog niet. Een verschuiving van gezondheidszorg naar zorg voor gezondheid. Met in ieder geval meer aandacht voor preventie, gezondheid in de wijk en samenwerking tussen verschillende partijen. 
Maar hoe werk je naar zo’n verandering, terwijl we niet precies weten hoe die eruit ziet? "Het idee is dat we geen idee hebben", zegt Beenen lachend.

De kunst van het werken in transities 5.png

We gaan al prutsenderwijs, of zoals iemand laatst zei: vooruitstruikelend, op zoek naar wat werkt.

"Dat betekent niet dat we zomaar wat doen. We geven juist systematisch ruimte aan kleine experimenten om te onderzoeken wat in de praktijk werkt. En gebruiken daarbij alle beschikbare kennis en inzichten van wetenschap en betrokkenen. Voortdurend samen experimenteren, leren, evalueren en bijsturen."

NEST: Samenwerken aan gezonde gemeenschappen

Juist dat gezamenlijke leren staat centraal in het NEST-project: een Erasmus-onderzoeksproject waaraan vanuit de Hanze het lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap, onder leiding van lector Johan de Jong, deelneemt.

Binnen dit project onderzoeken inwoners, onderzoekers, gemeenten en maatschappelijke organisaties samen hoe gezonde gemeenschappen kunnen worden georganiseerd. Dat gebeurt in regionale innovatie-ecosystemen in Nederland, Finland, Portugal en België. Het lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap doet al jaren onderzoek naar deze innovatie-ecosystemen. Het nieuwe lectoraat van Beenen bouwt voort op die kennis en ervaring.

De kunst van het werken in transities 4.png

Daarbij staat de lokale praktijk telkens centraal. "We kijken echt vanuit de wijk in Appingedam en de wijk in Finland en in Portugal. Wat is daar de vraag en hoe kunnen we daar tools ontwikkelen om dat te ondersteunen?" 

Die aanpak heeft volgens Beenen een belangrijk voordeel. "Je ontwikkelt het in de context en met de omgeving en het wordt meteen toegepast en aangepast in de praktijk. Dus het is gelijk ook een soort implementatiestrategie."

Lessen uit de praktijk

In het boek delen de onderzoekers inzichten uit het NEST-project. Daarbij staan vragen centraal die in verschillende regio’s speelden. Hoe organiseer je bijvoorbeeld samenwerking en financiering in complexe netwerken? Hoe monitor je voortgang van je organisatie als je nog niet precies weet waar je naartoe werkt? En hoe zorg je dat je verschillende soorten kennis gebruikt?

Om die vragen concreet te maken, bevat het boek verschillende praktijkvoorbeelden. Een voorbeeld is onderzoek naar schimmel in huurwoningen in Rotterdam. Op advies van NEST-collega's van van de Universiteit van Zürich, gespecialiseerd in Citizen Science, betrok de gemeente de inwoners actief bij het onderzoek. Bewoners maakten zelf foto’s van de schimmel in hun eigen woning. Daardoor kregen zij meer invloed op het onderzoeksproces én werd gebruikgemaakt van hun kennis van de situatie. De resultaten werden uiteindelijk verwerkt in een rapport voor de gemeente.

De kunst van het werken in transities 7.png

Een ander voorbeeld uit het boek laat zien hoe verschillende vormen van kennis beter kunnen worden benut. Daarvoor ontwikkelden de onderzoekers de kennisradar: een gespreksinstrument dat zichtbaar maakt welke kennis al aanwezig is en welke nog ontbreekt. Bij zorgorganisatie De Felze bleek bijvoorbeeld dat bij de ontwikkeling van een mobiel geriatrisch team vooral aandacht was voor medische expertise. De kennisradar maakte duidelijk dat ook kennis over welzijn, organisatie en financiering nodig was. Daardoor werd een bredere groep betrokken en ontstond een completer beeld van het vraagstuk.

Voor iedereen die voelt dat het anders moet

Veel voorbeelden uit het boek komen uit de gezondheidszorg, sport en welzijnswerk, maar de inzichten zijn net zo bruikbaar voor thema's als duurzaamheid, wonen en economie. Volgens Beenen vraagt het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken namelijk om samenwerking over de grenzen van organisaties, sectoren en beleidsterreinen heen. "We hebben die onderwerpen ooit los van elkaar georganiseerd, maar uiteindelijk hangen ze allemaal samen. Eigenlijk is het boek daarom bedoeld voor iedereen die voelt dat het anders moet."

Het boek sluit af met een duidelijke boodschap. Doorgaan zoals we het nu doen is geen optie meer. Hoe de toekomst er precies uitziet, weet niemand. Maar wachten op de perfecte oplossing  werkt evenmin volgens Beenen. “We moeten samen aan de slag.” En dat is precies waar Beenen en collega’s van het nieuwe lectoraat zich voor gaan inzetten de komende jaren.

Lees het boek via deze link