Wat de corona­pandemie ons leert over vitaal ouder worden

  • Nieuws
promoveren Djoeke bewerkt-148.jpg

Hoe zorgen we ervoor dat ouderen ook in de toekomst vitaal en zelfstandig kunnen blijven wonen? Die vraag stond centraal in het promotieonderzoek van Djoeke Besselink. Wat begon als onderzoek naar de impact van de coronapandemie groeide uit tot een bredere zoektocht naar welzijn, vitaliteit en de rol van de leefomgeving. Afgelopen maandag verdedigde ze haar proefschrift in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.

Toen de coronapandemie uitbrak, ging alle aandacht logischerwijs uit naar het beschermen van ouderen tegen besmettingen. Maar terwijl afstand houden, quarantaine en lockdowns hun intrede deden, ontstond ook een andere vraag: wat doen al die maatregelen eigenlijk met het welzijn van thuiswonende ouderen?

Die vraag hield ook Djoeke Besselink bezig. Vanuit haar werk als adviseur publieke gezondheid bij GGD Groningen zag ze hoe de pandemie nieuwe uitdagingen voor de samenleving blootlegde. "Daarnaast merkte ik dat ik naast mijn werk bij de GGD heel graag onderzoek wilde doen." Toen de mogelijkheid zich voordeed om een promotietraject te starten bij de Hanze, besloot ze die stap te zetten.

En hoewel de coronapandemie de aanleiding vormde, reiken de lessen uit het onderzoek veel verder. "We hebben juist heel veel geleerd over hoe thuiswonende ouderen ondersteund kunnen worden in vitaal ouder worden, vooral nu dat de capaciteit vanuit de zorg steeds kleiner wordt." Dat maakt het onderzoek volgens Besselink nu, na een pandemie, nog steeds relevant.

Onderzoek samen met de doelgroep

Het promotieonderzoek van Besselink bestond uit drie delen. Ze onderzocht eerst gegevens uit het Lifelines-onderzoek en interviewde thuiswonende ouderen over hoe zij de coronapandemie ervaarden en welke invloed die had op hun welzijn. Vervolgens verkende ze samen met ouderen, zorg- en welzijnsprofessionals en andere betrokkenen welke lessen uit de pandemie kunnen bijdragen aan betere ondersteuning van ouderen in de toekomst. Tot slot onderzocht ze samen met ouderen wat vitaliteit voor hen betekent en verkende ze samen met inwoners en professionals uit de gemeente Het Hogeland een aanpak om vitaliteit bij ouderen te ondersteunen.

Concrete aanbevelingen op drie niveaus

“Preventie bij ouderen begint vaak pas wanneer iemand al een hulpvraag heeft. Terwijl je juist veel eerder wilt ingrijpen." Volgens Besselink vraagt dat om een verschuiving van zorg naar gezondheid: niet wachten tot mensen zorg nodig hebben, maar investeren in de omstandigheden die ervoor zorgen dat ouderen langer vitaal en zelfstandig blijven. Op basis van haar onderzoek formuleerde ze aanbevelingen op drie niveaus: beleidsmakers, professionals in zorg en welzijn en ouderen zelf.

  • Investeren in de leefomgeving
    Voor beleidsmakers begint dat volgens Besselink bij het creëren van de juiste randvoorwaarden in de leefomgeving. Gemeenten kunnen investeren in gemeenschappen en lokale initiatieven die ontmoeting en onderlinge ondersteuning stimuleren. "Een voorbeeld hiervan zijn de Thuiskamers in Het Hogeland. Daar faciliteert de gemeente dat er in het dorp activiteiten georganiseerd kunnen worden door vrijwilligers en coördinatoren uit het dorp zelf. Onze onderzoeken laten heel duidelijk zien hoe belangrijk zulke structuren zijn voor de ondersteuning van thuiswonende ouderen."
  • Van probleemgericht naar relatiegericht
    Ook voor professionals in het sociale domein ziet Besselink kansen. Naast ondersteuning bij een hulpvraag, is het volgens haar belangrijk om samen met ouderen te blijven verkennen wat zij nodig hebben om vitaal ouder te worden. "Het is belangrijk om samen te onderzoeken wat past bij de situatie van de oudere, in plaats van uit te gaan van een standaardoplossing. Daarbij hebben gemeenten en organisaties in zorg en welzijn vooral een faciliterende rol. Goede samenwerking met ouderen zelf en het informele netwerk, zoals mantelzorgers, vrijwilligers en buurtbewoners, is daarbij essentieel." Dit betekent wel dat professionals de ruimte nodig hebben om naast de directe hulpvraag ook aandacht te kunnen besteden aan preventie. Dit vraagt om een systeemverandering.
  • Zelf voorbereiden op de oude dag
    Volgens Besselink is het ook aan de ouderen zelf om eerder na te denken over de toekomst. "Hoe wil ik eigenlijk wonen als ik ouder ben? Heb ik straks het netwerk om me heen dat ik nodig heb als ik bijvoorbeeld geen boodschappen meer kan doen?" Tegelijkertijd benadrukt ze dat die verantwoordelijkheid niet alleen bij ouderen ligt. Juist door te investeren in zorgzame gemeenschappen en ontmoetingsplekken kunnen overheden en organisaties helpen om zulke netwerken te versterken.

Een brede blik op gezondheid

Besselink kijkt met trots terug op haar promotietraject. "Ik heb heel veel verschillende manieren van onderzoek kunnen doen en heb dat weten te combineren tot één geheel. Daarmee heb ik een proefschrift dat vanuit veel verschillende perspectieven hetzelfde vraagstuk belicht en waarin veel betrokkenen een stem hebben gekregen."

Het promotietraject heeft ook haar eigen visie op gezond ouder verder aangescherpt.

promoveren Djoeke bewerkt-168.jpg

Het gaat niet zozeer om medische interventies of zo lang mogelijk fysiek fit blijven, maar om ondersteuning vanuit de omgeving, betekenisvolle interacties met anderen en onderdeel zijn van een gemeenschap.

Van onderzoek naar praktijk

Volgens Besselink ligt de uitdaging nu vooral in het uitproberen, leren en samen verder ontwikkelen van initiatieven die bijdragen aan welzijn en vitaliteit van ouderen. "We weten inmiddels veel beter wat daarvoor belangrijk is. Nu is het zaak om die kennis ook echt in de praktijk te brengen."

Zelf zet ze daarin al de eerste stappen. Inmiddels werkt ze weer volledig bij de GGD Groningen, en bespreekt ze de aanbevelingen met gemeenten en andere partijen in de publieke gezondheidszorg.

Lees ook:
Lessen uit de corona­pandemie: Fit blijven is net zo belangrijk als in je elleboog niezen

Contact