Een orale cultuur vindt zichzelf opnieuw uit
- Blog
Een orale cultuur vindt zichzelf opnieuw uit (maar nu met andere eigenaren).
Blog: Herman Veenker, onderzoeker lectoraat Kunsteducatie
Het leesniveau van leerlingen in PO en VO is volop in de aandacht. Aan de ene kant constateren vele onderzoekspartijen een ‘dalend leesniveau’ in Nederland, getuige de rapportages van PISA, PIRLS, de Inspectie van Onderwijs, de Onderwijsraad en de Stichting Lezen. Sommigen schuwen termen als ‘leesramp’ en ‘Red het onderwijs’ niet. Anderen gaan nog verder door te stellen dat deze ‘leesachterstanden’ de democratie bedreigen. Aan de andere kant worden deze onderzoeksgegevens ter discussie gesteld, robuust onderbouwd door methodologische en sociaal-culturele bezwaren.
Opvallend in deze discussies is dat de bal bij de leerlingen (en ook hun leraren) wordt gelegd. Ik zou graag breder kijken vanuit de ‘ecologische positie’ die geschreven taal in het ecosysteem van leerlingen inneemt.
Belangrijke vragen voor (ook jonge) leerlingen in dit verband kunnen zijn: Wie wil ik zijn in deze wereld? Hoe wil ik mij tot deze wereld verhouden? Hoe wil ik mij tot anderen verhouden? Wat is belangrijk voor mij om te weten en te kunnen in deze wereld? En dan: wat is voor mij belangrijk om te leren? Hoe belangrijk is geschreven taal?
Linguïstisch gezien maakt (formeel-) geschreven taal met name bij tieners en jongvolwassenen een terugtrekkende beweging, (blijkens bijvoorbeeld de dalende verkoop van kranten, tijdschriften; SCP 2018) en groei van ‘graphic novels’ en manga, terwijl de spreektaal een steeds prominentere plaats inneemt, getuige de explosieve groei van gesproken (orale) taal in social media; kortom, geleidelijk wordt schrijftaal verdrongen door een orale cultuur en spreektaal.
In een (gezond Westers ecosysteem) is er een dynamische relatie tussen spreektaal en schrijftaal. In spreektaal is ruimte voor variabiliteit en vernieuwing terwijl in schrijftaal vooral structuur en standaardisatie plaatsvindt. Deze standaardisatie keert vervolgens terug in spreektaal.
Anders dan in spreektaal wordt in schrijftaal veel rekening gehouden met de afwezigheid van een onbekende gesprekspartner waardoor extra informatie en situationele factoren expliciet worden gemaakt. In schrijftaal is de (grammaticale) vorm van ‘correcte zinnen’ de norm. Het concept van de correcte zin stoelt op expliciet ontwikkeld ‘zinsbenul’ zoals beschreven in mijn bijdrage over ‘Het butterfly-effect van taal’. Dankzij een rijkere context is spreektaal daarentegen juist bijzonder tolerant in grammaticale nauwkeurigheid.
Uit bovenstaande kan worden afgeleid dat een verstoorde interactie tussen spreektaal en schrijftaal de dynamische werking van schrijftaal teniet kan doen. In de orale cultuur in social media is helaas onvoldoende ruimte voor de ‘onbekende gesprekspartner’ en raken situationele factoren en controleerbare geldige redeneringen op de achtergrond. Het linguïstische ecosysteem is kortom ongezond.
Ecologisch gezien ontwikkelde Hannah Arendt het concept van de publieke ruimte als ‘tussenruimte’. Deze tussenruimte (‘inter-esse’) ontstaat wanneer mensen met elkaar spreken en handelen. Dit is de plek waar vrijheid en macht worden gecreëerd. Hier is men ‘in de wereld’ en daar hebben we een gezamenlijke verantwoordelijkheid en liefde voor die wereld (Amor Mundi). In haar visie is deze tussenruimte de ruimte waar mensen uit hun isolement kunnen stappen en door middel van spreken, handelen en pluraliteit vormgeven aan de publieke ruimte en democratie.
Social media kunnen worden opgevat als onderdeel van de publieke ruimte, ook als tussenruimte. Met als belangrijk verschil dat deze tussenruimte niet van de samenleving of van het publiek is, maar van commerciële partijen die die ruimte exploiteren met een winstoogmerk.
Dit is problematisch, omdat het vragen oproept: Wie heeft in die tussenruimte de macht, wie gebruikt het schrift, de beeldtaal, de orale cultuur en wie manipuleert daarmee de wereld? In het boek “Teaching to transgress” van bell hooks vond ik een toepasselijk citaat van Martin Luther King jr:
“De stabiliteit van het grote wereldhuis dat het onze is, vereist een waardenrevolutie die de wetenschappelijke en vrijheidsrevoluties die de aarde overspoelen, begeleidt. We moeten snel de overstap maken van een op 'dingen' gerichte samenleving naar een op 'mensen' gerichte samenleving. Wanneer machines en computers, winstmotieven en eigendomsrechten belangrijker worden geacht dan mensen, zijn de drie reuzen van racisme, materialisme en militarisme onoverwinnelijk. Een beschaving kan net zo gemakkelijk ten onder gaan door moreel en spiritueel faillissement als door financieel faillissement”.
In een ecologisch gezond ‘wereldhuis’ en in Arendts’ tussenruimte kunnen gesproken en geschreven taal elkaar dynamisch versterken. Maar daarvoor is het nodig dat de huidige orale cultuur in social media zich opnieuw, mensgericht zoals King schetst, uitvindt; op zo’n manier dat er behoefte is aan aandacht voor de onbekende gesprekspartner die vraagt om het expliciteren van extra informatie; en waarin het expliciteren van situationele factoren betekenisvol is en leerlingen verder kan helpen met al die vragen die we hierboven stelden, zoals ‘wie wil ik zijn in deze wereld’, ‘hoe wil ik mij tot anderen verhouden’ en dergelijke.
Dan, als dat punt is bereikt, kunnen de leerlingen (en hun leraren) pas echt aan de bal.
Tot slot nog een didactische tip: maak met leerlingen transcripties van shorts, reels, vlogs etc van influencers en ga met deze transcripties aan de slag: ontdek met hen opnieuw de stap van orale cultuur naar geschreven cultuur. Wellicht biedt het Butterfly-hoofdstuk in dit boek nog enige handvatten. En ipsatief, dynamisch onderzoek in de klas kan hierbij inzicht geven in hoe deze werkvorm van invloed is op de spreek- en schrijfontwikkeling van bepaalde leerlingen.
Blogs uit onze Curious Minds-community
Iedereen heeft talent – als je het maar op de juiste manier weet te benaderen. Nieuwsgierigheid, creativiteit, kritisch denken en probleemoplossend vermogen zijn daarbij sleutelvaardigheden. In deze blogreeks delen verschillende auteurs inzichten, werkvormen en praktijkvoorbeelden die lerarenopleiders, leerkrachten en docenten in alle onderwijssectoren kunnen inspireren.
De blogs komen voort uit onze Curious Minds community op edusources – hét platform voor open leermiddelen. Hier brengen we acht jaar onderzoek samen tot een duurzame bron van kennis en inspiratie, voortgekomen uit intensieve samenwerking tussen onderzoekers en onderwijsprofessionals.
Ga naar de Curious Minds-community
Onderzoeker Lectoraat Kunsteducatie
Hoe tevreden ben jij met de informatie op deze pagina?