'Een ervaringsdeskundige sluit aan bij cliënten op basis van het eigen herstelproces'

  • Student aan het woord
Foto Susanne (2)-2.jpg

Susanne Spoelman is geslaagd voor haar diploma Ervaringsdeskundigheid in Zorg en Welzijn. Voor haar afstudeeronderzoek ontwikkelde ze met haar afstudeermaatje Siva Langemaat een Toolkit om het gesprek met jongeren over armoede aan te gaan. ‘Binnen deze opleiding neem ik mijn levenservaring – ook wel ervaringskennis genoemd – mee. Die zet ik in om anderen te ondersteunen’, aldus Susanne.

De Associate Degree (Ad) Ervaringsdeskundigheid in Zorg en Welzijn is een tweejarige deeltijdopleiding op hbo-niveau. Je gaat één dag in de week naar school en werkt daarnaast minimaal 16 uur in de week. ‘Ik heb als leerling-werknemer bij Cosis gewerkt, een organisatie die mensen ondersteunt met een psychische of verstandelijke beperking’, legt Susanne uit. ‘Na mijn afstuderen ben ik bij Cosis blijven werken. Ik werk daarnaast ook bij GGZ Drenthe als ervaringsdeskundige en onderzoeksassistent. Siva is ook bij Cosis blijven werken: we zullen onze Toolkit binnen de organisatie de komende tijd samen verder gaan ontwikkelen. Onze Toolkit komt uiteindelijk in de Woonstart Koffer terecht, waarin aanbod binnen Cosis is gebundeld op het gebied van herstelondersteunende zorg (HOZ).’

Ervaringsdeskundigheid
Ervaringsdeskundigen hebben zelf ervaring – zowel in de samenleving, als specifiek binnen de GGZ – omdat ze op een of andere manier vast zijn gelopen in het leven. Ze hebben hun leven opnieuw vormgegeven. Als ervaringsdeskundige heb je je eigen proces doorlopen en op basis daarvan maak je ruimte voor het herstelproces van een ander. Waarbij niet (altijd) jouw eigen verhaal centraal staat, maar het verhaal van de ander. Over het algemeen gaat het er niet om waar je ervaringskennis precies ligt, maar dat je ongeacht je ervaring kunt aansluiten bij een ander. Herstel verloopt namelijk volgens een aantal ‘universele’ fasen waar je als mens doorheen gaat wanneer je psychische problemen hebt, bijvoorbeeld als gevolg van leven in armoede.

Grip op Geld
Voor haar afstudeeronderzoek ontwikkelde Susanne samen met haar afstudeermaatje en collega Siva Langemaat de Toolkit ‘Grip op Geld’. Susanne werkt bij cluster Kind, Jeugd, Gezin. Armoede is daar – en Cosis breed – een actueel onderwerp. Wij wilden graag aanbod voor jongeren ontwikkelen, omdat dit er nog niet was’, vertelt Susanne. ‘Ons streven was iets te maken waardoor jongeren de grip op geld terug zouden krijgen en zelf betrokken zouden worden bij hun eigen (herstel)proces rond armoede en geldproblemen. Hiervoor hebben we ervaringskennis benut van mensen die in armoede geleefd hebben: jongeren, ouders en ervaringsdeskundige collega’s met die specifieke achtergrond. Zij hebben doorleefde kennis. Door dit mee te nemen, sluit onze Toolkit beter aan bij de belevingswereld en behoeften van degene waarvoor hij straks ingezet gaat worden. We ontdekten tijdens ons onderzoek dat preventieve interventie hard nodig is. Niet iedereen heeft geleerd hoe je met geld omgaat of hoe je spaart.’

Schaamte en stigma
De Toolkit bevat een stappenplan, een checklist en een evaluatie. Hier zitten vragenlijsten in waar jongeren zelf mee aan de slag kunnen, samen met een ervaringsdeskundige. ‘De vragenlijsten gaan over: wie ben ik, wat heb ik nodig en wat wil ik leren? Om het meetbaar te maken, kunnen de jongeren op een schaal aangeven hoe ze hun leven waarderen, omdat geldproblemen je hele identiteit aan kunnen tasten. Het gaat niet slechts om (tekort aan) geld. Iemand die geldzorgen heeft kan vaak minder goed meedoen in de samenleving en loopt hier op allerlei manieren tegen aan. De vragenlijsten gaan ook over schaamte en stigma rondom geldzorgen, wat veel voorkomt. Dit proberen we bespreekbaar te maken, ook met ouders, verzorgers of naasten. Wat doet het eigenlijk met een jongere? Wat heeft hij of zij nodig? Daarnaast hebben we een handleiding geschreven over hoe de Toolkit ingezet kan worden. Wij vinden het belangrijk dat ervaringsdeskundigen hierbij betrokken worden, omdat zij als geen ander weten wat uitsluiting, schaamte en stigma betekenen. Ons doel was inclusiever aanbod ontwikkelen, waarbij jongeren zelf de regie kunnen pakken, zodat ze een stem hebben. Dat er niet over hen wordt gesproken, maar met hen.’