MONDAY kan een basis zijn voor landelijke aanpak ondervoeding

  • Onderzoeker aan het woord
Harriët Jager-Wittenaar
Martine Sealy

Ondervoeding komt veel voor, ook in Nederland. Mensen kunnen ondervoed raken door ziekte of de behandeling ervan of door klachten die gepaard gaan met het verouderingsproces, zoals een verminderde eetlust. En vaak is men zich daar zelf niet van bewust.

Maar diëtisten merken al langer dat als zij gevraagd worden een patiënt te begeleiden, deze al ernstig ondervoed is. Ze vroegen zich dan ook af: worden we wel op tijd ingeschakeld? Manieren om dit duidelijk aan te tonen, waren er eigenlijk niet. Ook was er weinig bekend over het verloop van de voedingsinname en de voedingstoestand tijdens een dieetbehandeling, terwijl de praktijk hier grote behoefte aan heeft. Zo werd MONDAY opgezet.

Ondervoeding grijpt in op alle processen in je lichaam

Niet iedereen weet wat ondervoeding precies is. We denken dat Nederland zo welvarend is dat ondervoeding hier niet voorkomt. Maar je kunt ook overgewicht hebben of niet afvallen en toch ondervoed zijn. ‘En ondervoeding grijpt in op vrijwel alle processen in je lichaam,’ zegt Martine Sealy, die als onderzoeker betrokken is bij MONDAY. ‘Dus je spierkracht en dagelijks functioneren kunnen achteruitgaan, maar je kunt ook cognitief minder worden. En depressieve verschijnselen kunnen ook te maken hebben met ondervoeding.’

Alles kwam samen op het juiste moment

De vragen uit de diëtistenpraktijk kwamen in 2018 binnen bij het lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing en FAITH research. En in januari 2019 kwam de nieuwe landelijke Richtlijn Ondervoeding uit. ‘Het was alsof alles voor dit onderzoek samenkwam op het juiste moment,’ zegt Martine. Een team van onderzoekers en diëtisten ging aan de slag met de vraag wat precies de toegevoegde waarde van de diëtist is en hoe je dit kunt aantonen. Ze wilden het verloop van de voedingsinname en de voedingstoestand tijdens de eerstelijns dieetbehandeling bij ondervoeding(srisico) in kaart brengen. Dus, in hoeverre zorgt de diëtetische behandeling ervoor dat de patiënt herstelt van de ondervoeding? Martine: ‘Binnen drie maanden hadden we het hele onderzoek voorbereid. Het protocol, de software, de voorwaarden van de medisch-ethische adviescommissie. Het was een heel intensieve periode, maar het was geweldig dat alles zo vlot ging. Iedereen was heel enthousiast en dat maakte echt verschil. De diëtisten vinden dit een belangrijk onderwerp waar ze graag hun steentje aan willen bijdragen.’

Helft patiënten is ondervoed bij eerste consult

De vraag over de meerwaarde van de diëtist bij de behandeling van ondervoeding kwam van Diëtisten Groep NL, waar Melissa Zantinge werkt als diëtist en praktijkmanager. Dit werd ook de eerste praktijk die meedeed aan MONDAY. Melissa: ‘De contacten met de Hanze waren er al, er lopen regelmatig studenten stage bij ons. Het contact met lector Harriët Jager-Wittenaar en Martine was dus snel gelegd. We zagen steeds vaker dat cliënten al ernstig ondervoed bij ons binnenkwamen. Na een dieetbehandeling van twaalf weken zagen we wel duidelijk verschil, maar we wilden weten of we de waarde van ons dieetadvies bij ondervoeding ook objectief konden aantonen. Dat zou ons richting zorgverzekeraars een goede onderbouwing bieden voor een pleidooi om het aantal uren dieetbehandeling dat wordt vergoed in de eerstelijn uit te breiden. Binnen de Diëtetiek hebben we nu per cliënt drie uur per jaar om een dieetbehandeling te bieden en dat is niet altijd voldoende. Als mensen het daarna zelf moeten betalen, kan dit een grote drempel zijn. En dat kan ten koste gaan van de kwaliteit van de behandeling. Nu kunnen we concreet aantonen wat meer uren aan dieetbehandeling oplevert.


Kwaliteitsslag in werkwijze

Er werd altijd gedacht dat het heel moeilijk was om eenduidige data te verzamelen van diëtistenpraktijken, omdat ze allemaal los van elkaar werken. Maar het bleek toch te kunnen. Martine: ‘Een bedrijf maakte aanpassingen voor ons in de software, wat betekende dat diëtisten konden blijven werken met de programma’s die ze al gebruikten. Maar nu leverden die tegelijkertijd eenduidige data, zodat we vergelijkingen tussen praktijken konden maken.’ Met samenwerking van partner Nutricia kon een netwerk van diëtistenpraktijken door het hele land worden benaderd en zo werd het praktijkonderzoek opgezet. Het betekende tegelijkertijd een kwaliteitsslag in de werkwijze van diëtistenpraktijken rond ondervoeding.

MONDAY kan basis zijn voor landelijke aanpak

Harriët Jager-Wittenaar, lector Malnutrition and Healthy Ageing en programmaleider van MONDAY: ‘We denken met MONDAY een blauwdruk in handen te hebben voor joe je ondervoeding landelijk op een uniforme wijze kunt behandelen. De data die diëtisten verzamelen in hun dagelijkse praktijk geven heel goed inzicht in hoe de voedingstoestand van de cliënt verandert met een dieetbehandeling. Om die gegevens te kunnen verzamelen, moesten we zorgen voor uniformiteit in de dieetbehandeling tussen de verschillende diëtistenpraktijken. De diëtist geeft nog steeds een individuele en gepersonaliseerde dieetbehandeling, op basis van de mogelijkheden en wensen van de cliënt. Maar binnen de MONDAY-werkwijze is bijvoorbeeld wel vastgelegd hoe de inname en de voedingstoestand worden bepaald. Daarnaast zijn ook de contactmomenten met de cliënt vastgelegd. Voor een aantal diëtisten betekende dit intensivering van het aantal contactmomenten met de cliënt in de eerste drie maanden. Ze geven aan dat dit heeft gezorgd voor optimalisatie van hun dieetbehandeling, waarmee dit onderzoek een directe impact in de dagelijkse praktijk heeft. Ook is gebleken dat de helft van de patiënten bij de start van de behandeling al ernstig ondervoed is. We hadden niet verwacht dat dit aantal zo hoog zou zijn. Dit is een belangrijke bevinding, die aanleiding geeft voor vervolgonderzoek. Al met al hebben we zoveel meer inzichten gekregen dan we bij de start van het onderzoek hadden verwacht. De resultaten van MONDAY bieden een goede basis om ondervoeding ook landelijk nog beter aan te kunnen pakken. 

Ondervoeding is niet iets dat vanzelf overgaat

Melissa: ‘Mensen komen bij ons omdat ze bijvoorbeeld moe zijn, afvallen en geen eetlust meer hebben. Vaak associëren ze dat helemaal niet met ondervoeding. En het is iets waarmee je gemakkelijk in een vicieuze cirkel komt: je wordt vermoeider, gaat nog minder goed voor jezelf zorgen, doet geen boodschappen meer, kookt minder en eet minder. Het is een situatie waar mensen echt uitgehaald moeten worden. Het is niet iets dat vanzelf overgaat.’

Uniforme werkwijze belangrijk voor praktijk, cliënt en maatschappij

De impact van dit onderzoek wordt duidelijk gevoeld bij cliënten en diëtistenpraktijken. Die hebben nu concrete data waarmee de toegevoegde waarde van de diëtist kan worden onderbouwd. Behandeling van ondervoeding door een diëtist blijkt veel op te leveren voor cliënt én diëtist. Harriët: ‘Het werken volgens de richtlijnen laat zien dat cliënten met een dieetbehandeling na twaalf weken al aanzienlijk opknappen. Echter, door MONDAY weten we nu ook dat bij een deel van de cliënten de voedingsproblemen nog niet verdwenen zijn na die eerste drie maanden. Dat betekent dat drie uur dieetbehandeling helaas niet voor elke cliënt voldoende is.’   
En MONDAY heeft niet alleen impact voor cliënten en diëtisten, maar ook maatschappelijk. Harriët: ‘Met de inzichten uit MONDAY hebben we kunnen bijdragen aan de Social Return of Investment (SROI)-analyse voor een domeinoverstijgende netwerkaanpak van ondervoeding. Deze SROI-analyse heeft laten zien dat een gezamenlijke aanpak van ondervoeding onder andere leidt tot een verbetering van de kwaliteit van leven en een besparing van zorgkosten.’  

Een mooie samenwerking

Melissa was verrast over het enthousiasme bij haar collega’s die meededen aan MONDAY. ‘Onderzoek is altijd spannend voor mensen uit de praktijk,’ zegt ze. ‘Je weet niet wat het allemaal gaat betekenen voor je manier van werken. Maar toch hebben veel praktijken zich aangesloten. We hebben goede steun ervaren van Harriët, Martine en van Nutricia. Een mooie samenwerking, die wat mij betreft heel veel oplevert. We hebben nu onderzoeksresultaten waar we wat mee kunnen. En ik zie ook dat de studenten, diëtisten in opleiding dus, aan de slag gaan met de Richtlijn Ondervoeding, iets waar het werkveld ook weer van profiteert. Zo kun je elkaar vooruit helpen.’

Meer over MONDAY

Contact