Sportmonitor op Maat: datamonitoring ontwikkelen met de praktijk

  • Blog
WhatsApp Image 2026-05-04 at 16.06.41.jpeg

Binnen het RAAK-project Sportmonitor op Maat werken we samen met trainer-coaches, sporters en ontwikkelaars aan één centrale vraag: hoe richt je monitoring zo in dat het ook echt werkt in de dagelijkse sportpraktijk? In deze blogserie vertellen verschillende partners en onderzoekers over hun ervaringen tijdens het project. In deze eerste blog zijn Ruby Otter-Drost (projectleider Hanze) en Jos Goudsmit (onderzoeker Fontys Hogeschool) aan het woord over het onderzoeksontwerp: altijd dicht op de praktijk en met ruimte om keuzes onderweg bij te stellen.

We bouwen voort op eerdere ervaringen uit het project Coach in Control. Maar waar dat project vooral ging over het verzamelen en presenteren van data, richten wij ons nu vooral op iets anders: hoe wordt die data daadwerkelijk gebruikt in besluitvorming en hoe krijgen die besluiten een plek in de interactie tussen coach en sporter?

Eerst begrijpen wat er gebeurt

In plaats van meteen nieuwe dashboards of meetinstrumenten te ontwikkelen, besloten we eerst iets anders te doen: luisteren. Vanuit een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak werken we nauw samen met de praktijk. We begonnen met interviews met trainer-coaches en sporters. Semigestructureerd, zodat we richting hadden, maar ook ruimte om af te wijken als het gesprek daarom vroeg. We wilden vooral begrijpen hoe monitoring er in de praktijk uitziet. Wanneer kijken coaches naar data? Wanneer niet? En waar loopt het proces vast?

Die gesprekken maakten duidelijk dat monitoring zelden een puur technisch vraagstuk is. De data is vaak wel beschikbaar, maar het lastige zit hem vaak in het proces eromheen. Coaches hebben beperkte tijd: niet alles kan besproken en gebruikt worden. Het bleek dat het vooral ook gaat om ‘hoe organiseren we de monitoring, hoe stemmen we af met elkaar en hoe en wat prioriteren we?’.

Focusgroepen als onderdeel van het ontwerpproces

Vanuit eerder onderzoek weten we hoe snel er afstand kan ontstaan tussen ontwerp en praktijk. Op papier kan een monitoringssysteem kloppen, maar in de dagelijkse praktijk van trainers en sporters vraagt het vaak om bijsturing. Daarom wilden we in dit project steeds opnieuw terug naar de praktijk: hoe werkt dit eigenlijk voor coaches en sporters?

Vandaar dat we focusgroepen telkens terug lieten komen in het ontwerpproces. En in elke focusgroep zaten bewust vier rollen aan tafel: een trainer-coach, een sporter, een onderzoeker en een ontwikkelaar. Die combinatie werkte verrassend goed. Iedereen kijkt namelijk vanuit een ander perspectief naar monitoring.

We werkten met praktijkcasussen en stellingen. Samen bespraken en prioriteerden we ontwerpkeuzes in het systeem en in het monitoringsproces. Daarbij werd ook snel duidelijk waar spanningen zaten tussen data en ervaring, en tussen verschillende sportcontexten. Wat in de ene sport logisch is, blijkt in een andere context juist te schuren.

Samenwerken met Sport Data Valley

In het ontwerpproces werkten we nauw samen met Sport Data Valley. Zij waren betrokken als ontwikkel- en kennispartner rond het dashboard en de dataverwerking. Die samenwerking maakte het mogelijk om inzichten uit interviews en focusgroepen direct te vertalen naar ontwerpkeuzes voor het monitoringssysteem.

Tegelijkertijd bracht die samenwerking ook scherp in beeld waar de spanning zit tussen techniek en praktijk. Wat technisch kan, sluit niet automatisch aan bij wat trainers en sporters in de focusgroepen als logisch of bruikbaar ervaarden. 

Voortdurende afstemming tussen technische partners als Sport Data Valley en de praktijk is wat ons betreft daarom essentieel.

Wat andere onderzoekers hieruit kunnen meenemen

Voor ons als onderzoekers was misschien wel de belangrijkste les: focusgroepen werken het best wanneer er nog echte keuzes te maken zijn. Door focusgroepen op meerdere momenten in te zetten, konden we aannames toetsen, aanscherpen en soms ook loslaten.

Dat vraagt wel om duidelijke kaders, een bewuste samenstelling van de groep en een concrete ontwerpvraag. En met name ook om transparantie naar je doelgroep. Input uit focusgroepen leidt niet altijd tot aanpassingen. Op voorhand moet je goed nadenken hoe de uitkomsten gaan leiden tot verbeteringen in de praktijk. Benoemen van wat wel en niet wordt doorontwikkeld, bleek belangrijk voor begrip en draagvlak bij betrokkenen.

Ook vraagt praktijkgericht ontwerponderzoek om iets anders: accepteren dat het proces niet lineair verloopt. Inzichten ontstaan vaak pas na meerdere rondes van ophalen, ontwerpen en terugleggen.

---

Over de onderzoekers

Ruby Otter-Drost, projectleider vanuit de Hanze, en Jos Goudsmit, onderzoeker vanuit Fontys Hogeschool, zijn beiden nauw betrokken bij het onderzoeksontwerp en de uitvoering. Hun verschillende rollen en perspectieven komen samen in de manier waarop het onderzoek is ingericht: dicht op de praktijk en met ruimte om keuzes onderweg bij te stellen.