Hoe student Liz Veilig Thuis verder helpt
Hoe kun je gegevens van vermeende daders verwerken zonder slachtoffers opnieuw in gevaar te brengen? Met die urgente vraag klopte Veilig Thuis, het landelijke advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, aan bij de Innovatiewerkplaats Zorg & Veiligheid.
Liz, student HBO-Rechten, nam de uitdaging aan en onderzocht waar de werkwijze in de praktijk niet overeenkwam met de wet. “Door Liz haar onderzoek gaat uiteindelijk de werkwijze van Veilig Thuis veranderen”, zegt Petrick Glasbergen, coördinator van het lectoraat Verslavingskunde en Forensische Zorg, waar de innovatiewerkplaats onder valt. “Dat is echt baanbrekend, omdat het veel kansen biedt voor Veilig Thuis en andere ketenpartners.”
Zodra er een melding binnenkomt, verwerkt Veilig Thuis persoonsgegevens. Daarbij hoort normaliter een informatieplicht: zowel slachtoffer als vermeende dader moeten worden geïnformeerd dat hun gegevens worden opgeslagen. Liz: “Maar in sommige gevallen is het contact leggen met van de vermeende dader geen goed idee. Dat contact kan in sommige gevallen de veiligheid van het slachtoffer in gevaar brengen.”
Die spanning leidde er soms toe dat er helemaal geen gegevens werden vastgelegd. Maar ook dat is volgens Liz juist risicovol. Zonder registratie kan Veilig Thuis geen dossier opbouwen en wordt een patroon van ex-partnerstalking nooit zichtbaar. Petrick Glasbergen illustreert dit met een schrijnend voorbeeld: “Een vrouw deed een melding bij Veilig Thuis en zei: ik vertrouw het niet. Later werd ze mishandeld door haar partner. Nog later bleek dat diezelfde man eerder zijn ex had vermoord. Omdat Veilig Thuis de gegevens niet mocht bewaren, konden ze de link niet leggen. Stel dat ze dat wel hadden geweten, dan hadden ze wellicht kunnen ingrijpen.”
“Veilig Thuis wilde weten: hebben we ruimte om het anders te doen? En hoe doen we het dan op een juridisch juiste manier?” vertelt Liz. Een simpele ‘gegevens opslaan maar we informeren daar niet over’ is juridisch onhoudbaar. Liz legt uit: “Met dit onderwerp is het heel makkelijk om, met alle goede intenties, iemands rechten te schenden. Terwijl de waarde van mensenrechten ligt in dat ze onvoorwaardelijk en gelijk zijn. Je kunt niet zeggen: de veiligheid van de één is altijd belangrijker dan de privacy van de ander.” Het onderzoek van Liz draaide dus om een manier om beide te borgen. "Dat raakt precies aan mijn motivatie om dit te doen."
Dit zijn precies vraagstukken waar de Innovatiewerkplaats Zorg & Veiligheid mee aan de slag gaat. Hier werken studenten samen met onderzoekers, ervaringsdeskundigen en professionals aan oplossingen om onveiligheid te herkennen, te voorkomen en terug te dringen.
Het is een ware speeltuin waar studenten vanzelf worden meegenomen in de energie van het samenwerken en waar ze midden in de praktijk leren wat echt impact maakt.
Liz vertelt over haar aanpak: “Als eerste bekeek ik theorie over dit onderwerp. Denk aan wetgeving, vakliteratuur en jurisprudentie. Dat laatste houdt in: wat hebben rechters hierover in het verleden gezegd? Daarna keek ik hoe er daadwerkelijk in de praktijk wordt gewerkt. Ook onderzocht ik welke specifieke risico’s er spelen bij ex-partnerstalking en hoe die verschillen van andere vormen van partnergeweld en femicide. Ik sprak medewerkers van Veilig Thuis en bekeek protocollen en documenten. Vervolgens analyseerde ik waar de theorie en de praktijk niet overeenkomen en keek ik: waarom niet? Is de wet ‘streng’ of gaat er iets mis in de interpretatie daarvan?”
Volgens Liz zat de kern van het probleem onder andere in hoe de wet was vertaald naar de werkwijze van Veilig Thuis. Het uitgangspunt was dat een melding direct gedeeld moest worden met de vermeende dader. In werkelijkheid biedt de wet ruimte voor uitstel.
Liz legt uit: “Als er risico is voor het slachtoffer, hoef je niet de inhoud van de melding te delen. Ook het contact opnemen zelf mag worden uitgesteld als dat risico’s oplevert. Pas wanneer iemand veilig is of in veiligheid is gebracht, moet je melden dat gegevens zijn verwerkt. Wel ben je verplicht om dat risico regelmatig opnieuw te beoordelen. Daar zou Veilig Thuis een specialist voor kunnen aanwijzen of aannemen.”
Liz vertaalt haar bevindingen naar een praktische infographic die medewerkers helpt bepalen wanneer zij wel of niet moeten informeren. Ze merkt dat de oplossing direct aansluit bij een bestaande behoefte: “Het is iets wat ze al wilden doen, maar alleen niet wisten dat het mocht.” Volgens haar is implementatie mogelijk en wenselijk, mits er op organisatieniveau ruimte voor wordt gemaakt.
Ook andere organisaties hebben interesse in deze resultaten vertelt Glasbergen. "Een tijdje geleden presenteerden we dit nog aan een grote politie-delegatie. Voor hen is dit onderwerp ook extreem belangrijk."
De resultaten uit het onderzoek van Liz zijn een belangrijke stap naar een veiligere werkwijze binnen Veilig Thuis en daarbuiten. En het krijgt een vervolg binnen de Innovatiewerkplaats Zorg & Veiligheid. “We gaan hiermee door met een aantal studenten van de Hanze master Toegepast Recht,” vertelt Glasbergen. “Een student gaat zich verder verdiepen in wet- en regelgeving omtrent het delen van informatie en een ander gaat kijken naar wat er allemaal komt kijken bij het eventueel wissen van dossiers." Allemaal andere ingewikkelde juridische puzzels, maar die belangrijk zijn om op te lossen.
Coördinator lectoraat Verslavingskunde en Forensische Zorg
Meer weten over de innovatiewerkplaats Zorg en Veiligheid?
Bezoek de pagina van de innovatiewerkplaats Zorg en VeiligheidHoe tevreden ben jij met de informatie op deze pagina?