Opinie: 'Gemiddeld heeft in elke schoolklas tenminste één kind een onveilige thuissituatie'

  • Nieuws
Susan Ketner

Achter de voordeur grijpt niemand in als er sprake is van kindermishandeling. Daar zijn echt anderen voor nodig, stelt Susan Ketner, naar aanleiding van de schokkende zaak in Stadskanaal. De Lector Veilig en Gezond Opgroeien van de Hanze schreef daarover de volgende opinie in Dagblad van het Noorden.

Tekst: Susan Ketner, lector Veilig & Gezond Opgroeien

Elk kind heeft het recht om veilig en gezond op te groeien. Maar kinderen die onveiligheid achter de voordeur meemaken, zoals in de ernstige kindermishandelingszaak in Stadskanaal, lijken soms vogelvrij. Omdat we geweld achter de voordeur op een andere manier beoordelen dan andere vormen van geweld.

Stel dat ik mijn collega af en toe zou slaan, gewoon omdat deze het bloed onder mijn nagels vandaan haalt: ik was op staande voet ontslagen. Of als een ondernemer in de straat zijn klanten dagelijks betast, gewoon ‘omdat het kan’: aangifte en (publieke) veroordeling volgt. Maar wanneer jij je gezin bedreigt: zij duiken onder, jij blijft buiten schot. Of als jij een kind misbruikt: het slachtoffer wordt vaak niet geloofd. En als jij je kind toeschreeuwt, pijn doet, kleineert en zegt dat het niks waard is: achter de voordeur grijpt niemand in.

Kindermishandeling gebeurt meestal niet vanuit verkeerde intenties. Er zijn ouders die uit onmacht, onwetendheid of onkunde hun kinderen niet de veiligheid kunnen bieden die zij verdienen. Ouders die vanwege hun persoonlijke geschiedenis of door een kwetsbare maatschappelijke positie onvoldoende voorwaarden kunnen creëren voor een positieve ontwikkeling van hun kind.

Omdat het kan

Maar er zijn ook ouders die vanuit hun machtspositie als ouder, welbewust en ‘gewoon omdat het kan’ hun kind mishandelen. Machtspositie? Ja, als opvoeder kun je de invloed die je hebt op een kind grotendeels naar eigen inzicht invullen. Welbewust? Ja, we zien voorbeelden van ouders die hun kind(eren) ogenschijnlijk zonder scrupules vreselijke dingen aandoen. Gewoon omdat het kan? Ja, omdat je ermee wegkomt. Veel kindermishandeling blijft onzichtbaar.

De cijfers over kindermishandeling – gemiddeld heeft in elke schoolklas tenminste één kind een onveilige thuissituatie – zijn in feite een topje van de ijsberg. Als er al signalen zijn van onveiligheid, worden deze vaak niet herkend. En als er wel zorgen zijn om een kind, duurt het meestal lang voordat er daadwerkelijk hulp komt. Onderzoek laat zien dat er anderhalf jaar na de eerste melding en na inzet van hulpverlening nog steeds in ruim de helft van de gezinnen sprake is van ernstige kindermishandeling of partnergeweld. Kortom, we zijn lamgeslagen als het gaat om het aanpakken van onveiligheid achter de voordeur.

Drie punten van aandacht

Wat is er dan nodig om slachtoffers van kindermishandeling recht te doen? Professionals kunnen daarin elk hun eigen formele rol pakken, daarvoor zijn richtlijnen, protocollen, werkafspraken en interventies. Verder zijn er volgens mij drie belangrijke uitgangspunten die meer aandacht vragen, voor zowel professionals als omstanders. Want iedereen kan betekenisvol zijn het signaleren en stoppen van kindermishandeling.

  1. Weet dat kindermishandeling bestaat. We noemen dat in de Meldcode ‘stap nul’: bedenk bij zorgen om een kind of ouder altijd ‘kan hier sprake zijn van kindermishandeling?’. Natuurlijk is het niet fijn om te moeten inzien dat mensen tot nare dingen in staat zijn. Maar ook goede mensen zijn in staat tot slechte daden, al dan niet met de beste bedoelingen. Heb oog voor het onzichtbare monster dat kindermishandeling is.
  2. Help, desnoods zonder op te lossen. De aard en omvang van sommige gezinsproblematiek is soms dusdanig complex dat het niet eenvoudig is om te ontwarren. Veiligheid zou daarin altijd de hoogste prioriteit moeten hebben. Maar ook als je als professional of als buurman, vriend of andere omstander het idee hebt dat je niet (direct) bijdraagt aan de oplossing, kun je een betekenisvolle rol hebben. Je kunt er zijn voor ouders die onder druk staan, je kunt vragen hoe het gaat en een helpende hand bieden. Je kunt een kind tijdelijk uit de onveilige situatie halen, een hart onder de riem steken en vertellen dat het er mag zijn. De positieve impact van een betrouwbare volwassene op de ontwikkeling van een kind is groot. Dat brengt me tot het laatste aandachtspunt.
  3. Zie, steun, geloof en bescherm een kind. Binnen de juridische kaders waardoor kinderen wettelijk beschermd zijn tegen onrecht, zijn het de volwassenen die verantwoordelijk zijn voor handhaving en het waarborgen van veiligheid. En als het juist de ouders zijn die onveiligheid veroorzaken, is het aan de omgeving om alert te zijn (zie punt 1). Slachtoffers die zelf aan de bel trekken, moeten worden geloofd en geholpen. En ook zij die zwijgen, vanuit angst, schaamte of loyaliteit, verdienen een stem. Angela die in haar jeugd ernstig mishandeld werd, vertelde in een interview: “Mijn hele jeugd fantaseerde ik dat iemand me zou bevrijden uit mijn situatie”.

Iemand kan signaleren. Iemand kan helpen. Iemand kan het verschil maken. Ik hoop dat wij allemaal zo iemand willen zijn. Daar hebben kinderen recht op.

Onze expert